Paul Verheijen

CESARE FRACASSINI

Martelaren van Gorkum

Den Briel

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog veroverden de Geuzen eind juni 1572 de stad Gorkum. Zij beschouwden de katholieke geestelijken als aanhangers van de Spaanse koning Filips II. In hun hoofdkwartier in Brielle sloten zij 21 geestelijken op en eisten middels allerlei stevige mishandelingen - dat zij het primaatschap van de paus en de transsubstantiatie van de hostie tijdens de eucharistie zouden ontkennen. Twee geestelijken gingen door de knieën en werden vrijgelaten. De overige 19 werden ten slotte op 9 juli in een oude schuur opgehangen. Hun lichamen werden verminkt en in een massagraf geworpen.
Ruim dertig jaar later werden ze opgegraven door twee franciscanen, naar Brussel gebracht en bijgezet in de franciscaner Niklaaskerk. In de loop van de tijd kwamen ook botresten elders terecht, natuurlijk ook in Gorkum en Brielle.

Cultus

In Brussel ontstond al spoedig een cultus die in 1675 leidde tot de zaligverklaring van de Gorkumse martelaren. Veel later - na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 - kwam het pas tot de heiligverklaring in 1867. In dat laatstgenoemde jaar kwam ook de plaats van de terechtstelling in Brielle, het Martelaarsveld, weer in katholieke handen. De gehangenen worden er nu nog door pelgrims vereerd.
De liturgische herdenking valt op 9 juli en het Roomse Martelaarsboek doet dat tamelijk gedetailleerd met de volgende woorden:
Te Brielle in Holland het lijden van de zogenaamde negentien martelaren van Gorkum. Van dit getal waren negen priesters en twee lekebroeders minderbroeders, vier waren seculier priester, twee norbertijn, één augustijn en één dominicaan. Daar zij het gezag van de roomse kerk en de wezenlijke tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie verdedigden, hadden zij van de ketterse calvinisten verschillende verguizingen en folteringen te verduren. Ten laatste hing men hen op aan een balk, waar door de strop hun keel werd dichtgesnoerd en zo hebben zij hun strijd beëindigd. Door Pius IX zijn zij onder de heilige martelaren gerangschikt.
De Italiaanse kunstschilder Cesare Fracassini kreeg de opdracht van het Vaticaan de terechtstelling van de Martelaren van Gorkom in dit grote canonisatieportret vast te leggen. Toen het kunstwerk voor het eerst werd getoond in het atelier van Fracassini in Rome, trok het meer dan 20.000 bezoekers. Dit succes lanceerde de korte maar indrukwekkende carrière van de schilder, die al op 29-jarige leeftijd overleed.

In de iconografie wordt een martelaar van Gorkum soms afgebeeld met een tiara als symbool voor de erkenning van het primaatschap van de paus of een monstrans als aanhanger van de transsubstantiatieleer.

Lijst

  • Adrianus Jansen van Hilvarenbeek
    Norbertijn
  • Andreas Woutersz
    Priester
  • Antonius van Hoornaar
    Franciscaan
  • Antonius van Weert
    Franciscaan
  • Cornelius van Wijk bij Duurstede
    Lekebroeder franciscaan
  • Franciscus van Roye
    Franciscaan
  • Godefridus van Duynen
    Priester
  • Godefridus van Mervel(en)
    Franciscaan
  • Hiëronymus van Weert
    Franciscaan
  • Jacobus Lacops
    Norbertijn
  • Johannes van Hoornaer
    Dominicaan
  • Johannes Lenaerts van Oisterwijk
    Augustijn
  • Leonardus van Veghel
    Priester
  • Nicasius Janssen van Heeze
    Franciscaan
  • Nicolaas Pieck
    Franciscaan
  • Nicolaas van Poppel
    Priester
  • Petrus van Asse / Slaghmolen
    Lekebroeder franciscaan
  • Theodoricus van der Eem
    Franciscaan
  • Willehadus van Denemarken
    Franciscaan
Omdat ze vaak uit kleine plaatsjes kwamen hebben deze nu een eigen heilige.
Cesare Fracassini (1838-1868)
I Martiri Gorcomiensi (1867)
Olieverf op doek, 392 x 289 cm
Rome - Vaticaanse Musea
2016 Paul Verheijen / Nijmegen