Paul Verheijen

SANTI GIOVANNI E PAOLO

Titulus Byzantis / Pammachii

De geschiedenis van deze titelkerk op de Mons Coelius (Celio) in Rome is zo door legenden overwoekerd, dat relevante historische feiten in nevelen zijn gehuld. Wat is er feit van het volgende?

Een rijke senator Byzantis (ook de namen Byzas, Byzans, Byzantius, Bizas en Visantius komen voor) en (zijn zoon?) Pammachius stelden eind derde eeuw hun huis ter beschikking van de christelijke gemeente waartoe zij behoorden. Nadat het christelijk geloof geen verboden godsdienst meer was, kregen vader en zoon van Jovianus (Romeinse keizer van 363-364) de opdracht de lichamen van Johannes en Paulus te zoeken die in hun huis de marteldood zouden zijn gestorven. Ze vonden de lichamen in een put.
Tussen 400 en 410 liet Pammachius (inmiddels getrouwd met Paulina, een dochter van Paula?) op het twee verdiepingen tellende huis een drieschepige basilica bouwen, waarbij de bovenverdieping werd afgebroken. Pammachius wijdde de basilica natuurlijk aan Johannes en Paulus. Het is evenwel goed mogelijk dat Pammachius zijn basilica gewijd heeft aan de apostelen Johannes en Paulus, zoals kerken wel vaker als patroonheiligen een koppel apostelen hebben.
De naam Titulus Byzantis raakte in de vergetelheid en Titulus Pammachii en Titulus Santi Iohanni et Pauli bleven langetijd voortbestaan. Sinds de zesde eeuw heeft de naam van Johannes en Paulus de overhand.
Van de 5e-eeuwse basilica bestaan alleen nog de apsis en de buitenmuren.

In 1588 werden de relieken van Johannes en Paulus uit de crypte weggenomen en in de bovenkerk geplaatst en ten slotte in 1725 in een porfieren urn bijgezet.

Case Romane del Celio


Dankzij opgravingen in 1887 kon men de ondergrond van deze kerk onderzoeken, waarbij men de vertrekken van het oude Romeinse huis terugvond, de confessio, de reliekbewaarplaats, de apsis die Pammachius tegen het eind van de vierde eeuw had toegevoegd en fresco's uit de vijfde eeuw. Deze ondergrond is nu ingericht als het museum Case Romane del Celio en via een eigen ingang te bereiken. Zo'n twintig vertrekken zijn er te zien.

In de confessio zien we restanten van een fresco op de achterwand met een orante in tunica, die verschijnt door een opengeslagen gordijn, met twee figuren die zijn voeten kussen. Daarboven zijn er nog fragmenten van nog eens twee figuren. Zijn dit Johannes en Paulus?
Achter deze confessio ligt een put waaruit de lichamen van de twee martelaren naar boven zouden zijn gehaald.
Foto's: 20 maart 2026
2016 Paul Verheijen / Nijmegen