Paul Verheijen

VEERTIG MARTELAREN VAN SEBASTE

Icoon

Precies veertig

De Veertig Martelaren van Sebaste (ook Veertig Gekroonden of Veertig Armeense Martelaren genoemd) met hun leider Cyrillus waren soldaten in het begin van de vierde eeuw uit het twaalfde Romeinse legioen, de Legio Fulminata, die vooral op Oosterse iconen vereerd worden op 9 maart (op 10 maart in het Westen, maar in 1969 geschrapt van de heiligencanon). Er zijn van elkaar verschillende legendes overgeleverd:
  • De tot het christendom bekeerde militairen werden op last van keizer Licinius in de winterkou naakt op het ijs geworpen
  • Ze werden in het ijskoude water van een meer gedreven, maar een hemels licht deed het ijs smelten, waarna ze werden onthoofd
  • De bevroren lichamen werden verbrand en hun as in de rivier gegooid. Die as kwam op één plaats samen en werd door christenen weggenomen en eervol weggelegd.
  • Sommige legendes noemen de namen van alle veertig soldaten.
  • Aan het meer stond een Romeins badhuis. Een van de veertig liep weg van de groep. Hij stapte in het warme bad en overleed. Een Romeinse bewaker aan de kant zag in een visioen 39 martelaarskronen en de 40ste kroon die naar hem wenkte. Het was Algaius die over het ijs liep om de 40e martelaarsplaats in te nemen, zodat het symbolisch te interpreteren getal 40 behouden bleef.
  • De 40 stervenden in de vrieskou zongen Psalm 66:12:
    Strijdwagens zijn over ons heen gereden, wij zijn door vuur en door water gegaan, maar U bracht ons naar een land van overvloed.
  • Eunoicus, een slaaf, zag nog gelegenheid om enkele inwoners van Sebaste stiekem in te lichten over wat er gaande was op het meer. ’s Ochtends vernam gouverneur Agricolaos alles. Hij overzag de lijken op het meer. Eén leefde nog. Het was Melito, de jongste. Hij werd gedood en mee afgevoerd met de anderen.
De bisschop van Sebaste, Petrus (4e eeuw), startte de verering van de 40 martelaren. Zij kregen de heiligenstatus. Hun relieken - en dat zijn er vanzelfsprekend nogal veel - werden over de hele wereld verspreid. Vooral in het oosten zijn vele kerken aan hen gewijd, en in Rome twee kerken: het Oratorio dei Quaranta Martiri op het Forum Romanum en de Chiesa dei Santi Quaranta Martiri e San Pasquale Baylon in de wijk Trastevere.
Het Roomse Martelaarsboek noemt de veertig martelaren op 9 maart en vat de verschillende legendes bondig samen:
Bij Sebaste in Armenië de geboortedag van veertig heilige krijgslieden uit Cappadocië. Ten tijde van keizer Licinius werden zij onder de landvoogd Agricola geboeid en in vunzige kerkers geworpen. Daarna kneusde men hen met stenen het gelaat en liet hen in de barre wintertijd onder de blote hemel naakt op een bevroren vijver de nacht doorbrengen, waar hun lichamen van de kou ineenkrompen en open sprongen. Ten slotte brak men hun de benen en zo voleindigden zij hun martelingen. De voornaamsten van hen waren Cyrion en Candidus. De heilige Basilius en ook andere vaders hebben in hun schriften hun aller lof verkondigd. Het feest van deze martelaren viert men echter morgen.

Uitbeelding in de icoon

Bovenaan in hemels gedeelte zit Christus op een troon tussen 40 olielampjes. Hij maakt een zegenend gebaar met de rechterhand en houdt in de linker een banderol. Dit benadrukt zijn rol als hemelse rechter en verlosser.
In het aardse gedeelte staan de 40 martelaren dicht opeengepakt, naakt of slechts met lendendoeken te beven van de kou. De verschillende houdingen (bibberen, elkaar vasthouden, in gebed) drukken de ontbering maar ook hun volharding in geloof uit. Links zien we de 'dissidente' soldaat het warme badhuis betreden. De soldaat met de rode doek is vermoedelijk degene die de veertigste plaats weer inneemt.
Het icoon toont tegelijk het lijden van de martelaren op aarde en de hemelse beloning die hen wacht.
Philotheos Skoufos (1615/25–1685)
Veertig martelaren van Sebaste (±1665)
Icoon
Kreta (?)
2016 Paul Verheijen / Nijmegen