Visioen zonder engelDit paneel van Rembrandt laat zien hoe hij van portretschilder een volwaardig historieschilder werd. Hij smeedde verschillende bronnen — de Bijbel, Flavius Josephus, zijn joodse buren — samen tot een persoonlijk verhaal. Geen zwevende engel Gabriël of dramatisch bovennatuurlijke taferelen, maar een oude priester die alleen staat met zijn geloof. Juist die menselijke blik op Bijbelse verhalen maakt Rembrandts werk nog altijd zo geliefd.Het paneel toont het verhaal van Zacharias, die een visioen krijgt van de aartsengel Gabriël dat hij een zoon -Johannes de Doper- zal krijgen. Zacharias is dan al een oude man, die als priester in de tempel werkt. Zeven jaar later schilderde Rembrandt op zijn Visitatie Zacharias wederom. Rembrandt kiest voor een bijzondere compositie. Gabriël is namelijk niet te zien, slechts een lichte vlek in de rechterbovenhoek suggereert zijn komst. Rembrandt legt hiermee de nadruk op het persoonlijke geloof. Het past bij het protestantse geloof, waarin de tekst van de Bijbel en de individuele geloofsbeleving centraal ligt. De protestantse kerk wijst heiligenverering af, liet in het verleden kerken wit verfen en heeft nauwelijks een beeldcultuur. Rembrandt sluit hierbij aan door Zacharias weer te geven als een gelovige, die hetzelfde is als ieder ander. De nadruk ligt dus niet op de wonderlijke verschijning van een aartsengel, maar op de betekenis van de aankondiging voor het geloof van Zacharias. Rembrandt woonde in de Jodenbreestraat in Amsterdam, middenin de joodse buurt. Het is bekend dat hij regelmatig buurtgenoten als model gebruikte voor zijn schilderijen. Soms liet hij ze poseren in oosterse kleding om ze een extra exotisch uiterlijk te geven. Ook op zijn Bijbelse schilderijen komen vaak mannen in oosterse kleding voor. De evangelist Lucas meldt niets over het uiterlijk of kleding van Zacharias. Diens kleding die Rembrandt schildert kan gebaseerd zijn op hoofdstuk 28 uit het bijbelboek Exodus die de kleding beschrijft van Aäron en zijn vier zonen die voor God als priester moeten optreden: Het bovenkleed dat bij de priesterschort hoort, moet in zijn geheel van blauwpurperen wol gemaakt worden. De halsopening komt in het midden en wordt afgezet met een rand die net zo geweven is als die van een wapenrok, om inscheuren te voorkomen. Op de hele zoom moet je granaatappels van blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol aanbrengen met gouden belletjes ertussen, steeds om en om een gouden belletje en een granaatappel. Aäron moet dit bovenkleed dragen wanneer hij dienstdoet. Wanneer hij het heiligdom binnengaat om voor de HEER te verschijnen en wanneer hij weer naar buiten komt, moet het geluid van de belletjes te horen zijn, anders zal hij sterven.Ook zou De Joodse Geschiedenis van de joodse historicus Flavius Josephus, waarvan Rembrandt een Duitse vertaling in zijn bezit had, inspiratiebron kunnen zijn geweest. Josephus geeft daar ook een beschrijving van de kleding van priesters, gevolgd door een weergave van de kleding van de hogepriester in het bijzonder. Hier volgt een gedeeltelijk citaat. De hogepriester is op dezelfde manier gekleed, zonder een van de hierboven genoemde kleren achterwege te laten. Maar daar overheen draagt hij nog een tuniek van een hyacintblauwe stof. Dit kleed, dat in onze taal meëir wordt genoemd, reikt eveneens tot de voeten. Het wordt om het middel samengebonden door een ceintuur die is versierd in dezelfde kleuren als die welke de eerdergenoemde ceinrtuur zo'n schittering geven, en is met goud doorweven. Langs de onderste zoom van het kleed hangen franjes, die daaraan vastgestikt waren. Ze zijn met grote zorg beschilderd om ze op granaatappeltjes en vergulde belletjes te doen lijken. Ze zijn met een groot gevoel voor schoonheid aangebracht, zodat telkens tussen twee belletjes één granaatappeltje zit en één belletje tussen twee granaatappeltjes. Dit kleed bestaat niet uit twee stukken, met een naad over de schouders en langs de zijden, maar het is uit één stuk geweven met een opening voor de nek, niet dwars, maar in de lengterichting van de borst naar het midden van de rug. Om de onvolkomeneid van de opening aan het oog te onttrekken is er een zoom omheen geweven. Op dezelfde wijze zijn de openingen gemaakt waardoor de handen steken.Welke bron Rembrandt dan ook heeft gebruikt: de opvallende gouden belletjes op het gewaad van Zacharias zijn in elk geval goed herkenbaar. Rembrandt heeft Zacharias dus als hogepriester afgebeeld, hoewel deze volgens de bijbeltekst 'priester' (Grieks: hiëreus) was. Op de met een kleed bedekte tafel staat een gouden kan die werd gebruikt voor plengoffers, meestal met wijn. Flavius Josephus vermeldt geen priesterstaf voor de hogepriester. Diens autoriteit lag in zijn kleding en rituele taken, zoals het binnengaan van het Allerheiligste op Jom Kipoer. In de Tweede Tempelperiode, de tijd van Zacharias, was hij primus inter pares onder de priesters, zonder fysiek symbool als een staf. Rembrandt baseerde zich hier waarschijnlijk ook op Aäron. De HEER zei tegen Mozes: ‘Vraag aan het hoofd van elk van de Israëlitische stammen om je een staf te geven, twaalf staven bij elkaar: voor elk stamhoofd moet er een staf zijn. Schrijf ieders naam op zijn staf. Op die van Levi moet je Aärons naam schrijven. Leg alle staven in de ontmoetingstent, voor de verbondstekst, waar Ik altijd bij jullie kom. De staf van de man die Ik uitkies, zal gaan bloeien. Zo zal Ik dat voortdurende geklaag van de Israëlieten tegen jullie doen verstommen.’ Nadat Mozes dit aan de Israëlieten had overgebracht, gaf ieder van de stamhoofden hem een staf, twaalf bij elkaar; daaronder was er ook een voor Aäron. Mozes legde de staven voor de HEER, in de tent met de verbondstekst. Toen hij de volgende dag de verbondstent binnenging, zag hij dat de staf van Aäron, de staf van de stam Levi, in bloei stond. Er waren knoppen ontsproten en bloemen ontloken, en de staf droeg rijpe amandelen. Mozes nam de staven uit het heiligdom van de HEER en ging ermee naar buiten. Nadat de Israëlieten gezien hadden wat er gebeurd was, nam ieder zijn eigen staf terug. ‘De staf van Aäron moet je voor de verbondstekst terugleggen,’ zei de HEER tegen Mozes. ‘Die moet worden bewaard als waarschuwing voor dat opstandige volk. Er moet een eind komen aan hun geklaag tegen Mij, anders zullen ze sterven.’ Mozes deed wat de HEER hem had opgedragen.Het is niet bekend wie de opdrachtgever was, maar zeker is dat het werk bekend is geweest bij tijdgenoten. In de Staatliches Museum Schwerin is een kopie van het schilderij bewaard gebleven. Het Louvre bezit een tekening van het schilderij, die wordt toegeschreven aan Ferdinand Bol. Jarenlang waren deze kopieën bekender dan het origineel, omdat het paneel zich in een privécollectie bevond en men twijfelde aan het auteurschap van Rembrandt. Maar sinds begin maart 2026 is het weer voor iedereen te zien. |
|
Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Visioen van Zacharias (1633) Olieverf op paneel, 60 x 50 cm Amsterdam - Rijksmuseum (bruikleen particuliere collectie) |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |