Paul Verheijen

RUBENS

Ildephonsus van Toledo

Mariadevotie

Uit het leven van Ildephonsus (Alfons) van Toledo zijn betrekkelijk weinig data bekend. Hij werd rond 607 geboren en schijnt tegen de zin van zijn ouders, die tot de aristocratie van het rijk hoorden, monnik te zijn geworden in de abdij San Cosma y Damian te Agalia bij de hoofdstad Toledo, waar hij na verloop van tijd tot abt gekozen werd. Volgens een notitie van zijn opvolger, die zelf een belangrijk auteur was, Julianus van Toledo, in diens Beati Ildefonsi elogium uit ±680 liet Ildephonsus een lange lijst werken na. Het grootste deel daarvan ging verloren. Vanwege zijn geschriften wordt Ildephonsus gerekend tot de kerkleraren.
  • De cognitione baptismi
    Een werk over de doop.
  • De itinere deserti
    Een werk over het (mystieke) leven van de christen na de doop, aan de hand van een uitleg van de woestijntocht van de Israelieten.
  • De viris illustribus
    (Over beroemde mannen) met veel gegevens over de geschiedenis van de Spaanse Kerk in de eerste helft van de 7e eeuw.
  • Libellus de virginitate sanctae Mariae contra infideles
    Boekje over de maagdelijkheid van de heilige Maria tegen ongelovigen had enorme invloed op de middeleeuwse mariologie en de latere Mariadevotie.
    Ildephonsus richt zich tegen auteurs die beweerden dat Jezus niet maagdelijk, maar op de gewone, natuurlijke wijze door Maria ontvangen was en uit haar voortgekomen en als dat niet zo was, dan zou zijn geboorte geen echte geboorte geweest zijn, en de door Jezus bewerkte verlossing daarmee waardeloos.
    Ildephonsus hield echter vast aan de ongereptheid van Maria en is ervan overtuigd dat door de Heilige Geest juist het wonderbaarlijke in de voortkomst van Jezus bewerkt zou zijn.
Twee legendes rond een kledingstuk werden bron voor een iconografisch thema:
  • Slip sluier Leocadia
    Leocadia (feestdag 9 december), een vroegchristelijke martelares en patrones van Toledo, stond tijdens een concilie in 633 in de aan haar gewijde kerk uit haar graf op om te pleiten voor de maagdelijkheid van Maria en om een bewijs te hebben voor de realiteit van de verschijning sneed Ildephonsus een slip van haar sluier.
  • Kazuifel
    Maria verscheen aan Ildephonsus en overhandigde hem een kazuifel.
Ildephonsus stierf op 23 januari 667. Zijn relieken kwamen terecht in Zamora waar zich vele wonderen voltrokken, hetgeen de Ildephonsus-cultus sterk bevorderde. Onder invloed van de Spanjaarden ontstond in de Habsburgse Nederlanden* ook een zekere verering.
* De Habsburgse Nederlanden (of Belgica in het Latijn) was vanaf 1482 een benaming voor de Noordelijke Nederlanden (tot 1581) en Zuidelijke Nederlanden (tot 1797) omdat er geregeerd werd door vorsten uit het huis Habsburg.

Zijluik-heiligen

De kazuifellegende heeft Rubens op het middenpaneel van dit drieluik uitgebeeld en op de zijluiken een echtpaar met hun patroonheiligen:

Linkerluik: Albrecht van Leuven/Luik met Albrecht VII (1559-1621).
Rechterluik: Elisabeth van Hongarije met Isabella van Spanje (1566–1633).

Albrecht VII, ook Albert of Albertus genoemd, was landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden van 1595 tot 1598. Na zijn huwelijk met zijn nicht en kroonprinses Isabella regeerde hij in haar naam de Habsburgse Nederlanden als soeverein van 1598 tot zijn dood. Albert had de Ildefonso-broederschap gesticht in de Sint-Jacobskerk op de Couberg in Brussel, om de loyaliteit aan de Habsburgse dynastie aan te moedigen. Het altaarstuk werd na zijn dood in opdracht van Isabella voor de broederschap gemaakt.

Albrecht van Leuven/Luik werd in 1166 geboren als tweede zoon van Godfried III van Brabant en Margaretha van Limburg. In zijn jeugd twijfelde Albrecht tussen een loopbaan als ridder of als geestelijke. In 1188 hakte hij de knoop door en werd kanunnik in Luik. Drie jaar later werd hij daar bisschop. Dat was tegen het zere been van keizer Hendrik VI die een zekere Lotharius aanstelde als bisschop en de grenzen van zijn gebied met wachtposten beveiligde. Albrecht wist echter - gekleed als een van zijn knechten - toch Rome te bereiken om bij Celestinus III (paus van 1191-1198) zijn gelijk te halen en met succes. In 1192 ontving Albrecht - uitgeweken naar Reims - de bisschopswijding en werd hij ook nog eens kardinaal. Drie Duitse ridders namen het twee maanden later op voor de keizer en beraamden buiten de muren van Reims een hinderlaag voor Albrecht. Op 24 november werd hij vermoord. Hij kreeg een klap op zijn hoofd waardoor hij van zijn paard viel. Zijn lichaam werd vervolgens op gruwelijke wijze doorstoken en verscheurd.
Zijn lichaam werd in een zijden mantel gewikkeld en overgebracht naar de kathedraal van Reims. Tijdens WOI vond men na een bombardement zijn graf terug en werden zijn relieken plechtig overgebracht naar Brussel. Later werd een deel daarvan weer teruggebracht naar de inmiddels gerestaureerde kathedraal van Reims.
Albrecht werd in 1613 heiligverklaard en kreeg zijn liturgische feestdag in het Roomse Martelaarsboek op 21 november.
Te Reims in Frankrijk de heilige Albertus, bisschop van Luik en martelaar, die om het verdedigen van de vrijheid van de Kerk vermoord is.
Hij wordt ook herdacht op 24 november, 25 november of 27 november (België).

Twee ontwerpen

Peter Paul Rubens (1577-1640)
Visioen van Ildephonsus (1630-31)

Olieverf op panelen, 352 x 454
Wenen - Kunsthistorisches Museum

Pentekening, 21 x 10 cm (links)
Philadelphia - Art Museum

Krijt op doek, 53 x 84 cm (rechts)
Sint Petersburg - Hermitage
2016 Paul Verheijen / Nijmegen