Paul Verheijen

JAN VAN RUUSBROEC

Doctor Extaticus

Minnemystiek

In 1293 werd Jan geboren in Ruisbroek vlak onder Brussel. Hij kwam naar Brussel om er aan de Latijnse school te studeren. In 1317 werd hij priester en was hij 25 jaar kapelaan aan de Sint-Goedelekerk in Brussel. Daar schreef hij zijn belangrijkste mystieke werken in zijn eigen taal - het Middelnederlands - om allen te kunnen bereiken.
In 1343 trok hij zich in eenzaamheid terug bij Waterloo, stichtte met twee kanunniken de priorij Groenendaal van reguliere kanunniken van Sint-Augustinus in het Zoniënwoud. Hijzelf werd er prior. Ook hier schreef hij enkele werken. Wanneer de heilige Geest hem inspireerde, trok hij het bos in om in grote eenzaamheid van de natuur de stem van God op te vangen. Het gebeurde wel eens dat hij daar de wereld vergat en men hem 's avonds moest opzoeken en onder een boom in extatische beschouwing verzonken aantrof. Wat dan de Geest in hem sprak, schreef hij neer op wassen tafeltjes, die daarna in het klooster op perkament werden gekopieerd. Op dergelijke wijze zouden zijn werken grotendeels kunnen zijn ontstaan. Al tijdens zijn leven werd dit oeuvre vertaald in het Latijn en van daaruit weer in andere talen. De invloed van de natuur is terug te vinden in door hem gebruikte beelden waarin hij sommige moeilijk te vatten mystieke ervaringen heeft opgeschreven. Een grappig detail weet echter te melden dat de broeder-tuinier van de priorij niet erg gesteld was op de 'hulp' van Jan, omdat die bij het wieden van onkruid ook de groenten uittrok.

Jan is te beschouwen als sleutelfiguur in de zogenaamde bruidsmystiek of 'minnemystiek'. Zijn 'Sierheit der gheesteliker Brulocht' (‘Geestelijke Bruiloft’ uit 1335-40) is een commentaar op één enkele zin uit het Matteüsevangelie: 'Zie, de Bruidegom komt, ga uit om Hem te ontmoeten.' (Matteüs 25:6). Als een professionele geestelijk begeleider hangt Ruusbroec hieraan de ontwikkeling van het geestelijk leven op in de vorm van de menselijke groei naar een persoonlijke godsontmoeting.

Deze grootmeester van de Nederlandse mystiek kreeg de eretitel doctor extaticus of doctor divinus. Jan stierf op 2 december 1381 in zijn klooster Groenendaal. Vijf jaar later werd zijn lichaam van het graf overgebracht naar de kerk. Het werd nog geheel ongeschonden ontdekt, zelfs de kleren en priestergewaden hadden niets geleden. Drie dagen werd het uitgestald om te kunnen worden vereerd door uit de omstreken in grote getale toestromende gelovigen. In 1783 werd het wederom verplaatst, nu naar de Sint-Goedelekerk in Brussel. Of het toen nog steeds ongeschonden was, is mij niet bekend,
Jan werd in 1908 zaligverklaard door Pius X. Zijn feestdag op zijn sterfdag is beperkt tot het aartsbisdom Mechelen en enkele kloosters in Nederland.

Op de hier afgebeelde miniatuur zien we hem schrijvend met een griffel in een wasplaat, terwijl de heilige Geest als duif hem inspireert. Rechts schrijft een jongere monnik of kopiist, achter een klein schrijfbureautje. Tussen hen ligt een open schrijfkist met pennen, pigmenten of gereedschap. Op de achtergrond verwijzen de bomen naar het woud van Groenendaal.
Anoniem
Jan van Ruusbroec (±1380)
Miniatuur Manuscript 19.295-97, folio 2 verso
Brussel - Koninklijke Bibliotheek
2016 Paul Verheijen / Nijmegen