Paul Verheijen

CARAVAGGIO

Begrafenis van de heilige Lucia


Lux

Lucia, soms ook Luciana geheten, stierf volgens onder andere de Legenda Aurea in 310 in Syracuse als martelares onder de vervolgingen van de keizers Constantinus en Maxentius.
Ze was een jonge Siciliaanse van adel die als kind haar vader verloor, terwijl haar moeder vier jaar leed aan verschrikkelijke bloedvloeiingen.
Ze wijdde zich aan Christus en besloot zowel haar bruidschat als haar erfenis aan de armen te geven en af te zien van een huwelijk.
Toen ze eens samen met haar moeder bad bij het graf van de heilige Agatha van Catania, verscheen deze aan haar en genas haar ongeneeslijk zieke moeder.
Ze werd door haar verloofde aangegeven bij consul Paschasius.
Allerlei pogingen haar van het christelijk geloof af te brengen mislukten.
Men probeerde haar in een bordeel te plaatsen, te verkrachten of op de brandstapel te verbranden, te overgieten met pek, hars en kokende olie, maar toen Lucia met Paschasius discussieerde, maakte de heilige Geest haar zo zwaar, dat niets of niemand haar kon verplaatsen, zelfs duizend mannen niet, nota bene ondersteund door meerdere spannen ossen.
Ten einde raad liet Paschasius haar gevangen gevangen zetten en staken zijn vrienden Lucia een dolk in de keel.
Ze verloor haar stem echter niet en riep uit: Ik verkondig jullie dat de vrede aan de christenheid is teruggegeven, want Maximianus is dood en Diocletianus is uit zijn rijk verdreven. En zoals de stad Catania zuster Agatha als patrones is gegeven, zo ben ik aan de stad Syracuse gegeven als middelares.
Ze was nog niet uitgesproken of Romeinse gezanten arresteerden Paschasius en voerden hem naar de keizer omdat deze vernomen had dat Paschasius het land had beroofd.
Hij werd onthoofd en Lucia stierf pas nadat priesters haar lichaam aan de Heer hadden aangeboden.

Boven haar graf werd de Santa Lucia al Sepolcro gebouwd.
Haar voornaamste attribuut is afgeleid van haar naam die verband houdt met het Latijnse lux, 'licht'.
Dat heeft een latere populaire verbeelding vanaf de 15e eeuw geleid tot twee verschillende legenden.
De ene zegt dat Lucia gemarteld werd doordat haar borsten werden afgesneden en haar ogen werden uitgestoken, de andere weet te melden dat Lucia dat zelf deed om onaantrekkelijk te zijn voor haar verloofde.
Lucia stuurde haar ogen vervolgens naar hem en sommige varianten melden dat zij haar ogen vervolgens weer terugkreeg.
Vóór de kalenderhervorming in 1582 viel haar feestdag op 13 december samen met het feest van de winterzonnewende en van het licht.

Opdracht

In de 11e eeuw werden haar relieken gestolen en vervoerd naar Constantinopel en volgens twee tegenstrijdige overleveringen zo'n twee eeuwen later gebracht naar ofwel Venetië of Metz.
Mede door deze roof was de heilige Lucia in Syracuse aan het eind van de middeleeuwen in de vergetelheid geraakt.
Pas halverwege de 16e eeuw werd haar verering nieuw leven ingeblazen.
De senaat van Syracuse gaf in 1608 opdracht om de bouwvallige Santa Lucia al Sepolcro te herstellen.
In hetzelfde jaar op 6 oktober kwam Caravaggio aan in de stad.
Hij was ontsnapt uit een gevangenis op Malta en zocht toevlucht bij zijn vriend Mario Minniti, die vroeger in zijn atelier had gewerkt.
Het was waarschijnlijk aan Minniti te danken dat hij de opdracht voor dit altaarstuk in de wacht sleepte.
Nadat hij het voltooid had, trok Caravaggio verder naar Messina.

Uitbeelding

Twee sterke mannen graven een graf voor Lucia's stoffelijk overschot dat op de grond ligt.
Daarachter staat een groep treurende mensen met rechts een bisschop die het lichaam zegent (de ziekenzalving?).
Zijn staf en mijter, die als enige boven de diagonale lijn van de alle gezichten uitsteken, worden daardoor benadrukt.
De scène speelt zich waarschijnlijk af in de donkere catacomben onder de Santa Lucia al Sepolcro.
Op de achtergrond is een arcosolium, een nisgraf, te zien.
In Lucia's hals is de steek van dolk te herkennen.
Volgens een andere legende was de heilige echter met een zwaard onthoofd.
Röntgenonderzoek heeft aangetoond dat Caravaggio aanvankelijk deze variant geschilderd had.
De uitgestoken ogen zijn opvallend afwezig.
Een fel licht schijnt vanuit rechts op de scène en laat daardoor enige gezichten en handen helder naar voren komen.
De gespierde benen en armen van de doodgravers vormen een ovaal rondom Lucia.
Tussen hun hoofden in staat een priester, wiens lange stola door zijn rode kleur opvallend wordt benadrukt.
De bijna monochrome donkere wand en grafnis die ongeveer tweederde van het doek in beslag nemen, worden nauwelijks belicht.
Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)
Seppellimento di Santa Lucia (circa 1608)
Olieverf op doek, 408 x 300 cm
Syracuse - Santa Lucia al Sepolcro
2016-2020 Paul Verheijen / Nijmegen