Paul Verheijen

BENEDICTUS VAN NURSIA

Vader van Europa

Leven en dood

Benedictus werd omstreeks 480 geboren in wat nu Norcia in Umbrië heet.
Hij studeerde letteren in Rome.
De jeugd aldaar vond hij verdorven en om die reden zonderde hij zich af in de bossen om uiteindelijk rond 500 in een grot bij Subiaco als kluizenaar verder te leven.
Hij kreeg veel leerlingen en stichtte 12 kloosters voor elk 12 monniken, waarvan dat van Montecassino grote bekendheid genoot.
De door hem hem voor de orde der benedictijnen opgestelde regel van acht uur slapen, acht uur bidden en acht uur werken (ora et labora) werd een voorbeeld voor kloosters in heel Europa.
De Pater Europae zoals paus Pius XII hem benoemde, stierf op 21 maart in 547, nadat hij enkele dagen tevoren zijn dood had voorspeld, zijn graf in gereedheid had laten brengen en in de kerk van Montecassino de laatste sacramenten had ontvangen.
Sinds ongeveer 675 wordt een deel zijn relieken bewaard in de abdij Saint-Benoît-sur-Loire.
Zijn feestdag op de liturgische kalender was 21 maart en tegenwoordig 11 juli (voorheen gedenkdag van zijn translatie).

Scholastica

Paus Gregorius de Grote, die in zijn Dialogen 593/94 een kleine veertig anekdotische verhalen over Benedictus vertelde, zegt in hoofdstuk 33 en 34 dat Benedictus en zijn zus Scholastica (over wie hij ook veel wonderbaarlijke dingen schrijft) elkaar eenmaal per jaar ontmoetten en over geestelijke zaken spraken.
Scholastica mocht Benedictus' klooster niet betreden en Benedictus, vergezeld van enkele jeugdige monniken, ontmoette haar in een huis op enige afstand van het klooster.
Toen zij haar broer daar eens zonder veel succes tijdens de maaltijd vroeg langer te blijven, bad zij tot God met succes om een onweer dat zijn vertrek verhinderde.
Het heilzame gesprek duurde de hele nacht, geheel tegen de zin van Benedictus die het ongepast vond de nacht met een vrouw in één huis door te brengen, al was het dan zijn zuster.
Op het hier afgebeelde fresco* zien we de biddende houding van Scholastica en het afwerende gebaar van Benedictus.

Bij haar dood (±543), drie dagen later, zag Benedictus - in zijn cel in gebed verzonken - de ziel van Scholastica als een duifje ten hemel vliegen.

Het leven van Scholastica ('geschoolde vrouw') wordt altijd in verband gebracht met haar (tweeling?)broer Benedictus.
Reeds als kind werd zij aan God gewijd woonde.
Ze stichtte een nu naar haar genoemd benedictinessenklooster in Subiaco.
In de Legenda Aurea noemt Jacobus de Voragine haar alleen in verband met haar relieken en die van Benedictus.
Volgens hem zou rond het jaar 740 het lichaam van Benedictus naar het klooster Floriacum overgebracht zijn en dat van Scholastica naar Le Mans en dat Karel de Grote - die volgens hem ook monnik van Montecassino was - het lichaam wilde laten terugbrengen naar Cassino, maar daardoor werd verhinderd door wonderen van God en de tegenwerking van de Franken.
De stad Le Mans herdenkt op 11 juli deze translatie van Scholastica.
De arm- en beenbotten worden overigens sinds 874 geclaimd door het Franse Juvigny-sur-Loison.

Scholastica is de beschermheilige van de orde der benedictinessen (meestal in het kleed van die orde afgebeeld) en heeft haar liturgische feestdag op 10 februari.
* Afbeeldingen: fresco's uit school Umbrië-Le Marche (15e eeuw, Subiaco - Sacro Speco)

Maurus en Placidus

Tot een van de eerste leerlingen van Benedictus behoorden Maurus en Placidus.
Beiden worden vooral vereerd door de orde van de benedictijnen.
Het Roomse Martelaarsboek schrijft over Maurus op zijn liturgische gedenkdag 15 januari:
In het gebied van Anjou de zalige abt Maurus, een leerling van de heilige Benedictus, in wiens levenswijze hij vanaf zijn kindsheid was onderricht. Hoezeer hij daarin voortgang maakte, bleek onder andere werken, welke hij tijdens zijn verblijf bij zijn meester verrichtte, ook uit deze gebeurtenis, (die opvallend is en na Sint Petrus bijna niet meer is voorgekomen), dat hij namelijk op het water heeft gewandeld. Toen hij nu later door Benedictus naar Frankrijk was gezonden, bouwde hij daar een beroemd klooster, dat hij veertig jaren bestuurde en stierf toen in vrede, beroemd om zijn schitterende wonderen.
En over Placidus meldt hetzelfde Martelaarsboek op 5 oktober:
Te Messina op Sicilië de geboorte van de heilige martelaren Placidus, een monnik en leerling van de zalige abt Benedictus; van zijn broeders Etychius en Victorinus en hun zuster, de maagd Flavia; eveneens van Donatus, de diaken Firmatus, Faustus en van dertig andere monniken, die door de zeeschuimer Manucha om het christengeloof zijn vermoord.
In de iconografie hebben Maurus en Placidus geen eigen scènes, maar komen bijna uitsluitend voor in taferelen met Benedictus.
De Congregatie van Saint-Maur, naar Maurus vernoemd en ook bekend als de mauristen of maurinen, was een congregatie van benedictijnse monniken die bestond van 1621 tot 1789 en befaamd was voor de eruditie en geleerdheid van een aantal van zijn leden.
De monnik en leerling Placidus werd vanaf de 11e eeuw verbonden of verward met een naamgenoot die op Sicilië werd gemarteld (het Roomse Martelaarsboek koppelt beiden ook; zie boven).
Hij is daarom in 1969 geschrapt uit de heiligencanon.

De gebroken zeef

Over Benedictus zijn vele hilarische legenden in omloop geraakt, waarvan die van de gebroken zeef letterlijk uitblinkt in kinderlijkheid.
In de Legenda Aurea wordt het als volgt verteld:
Het geschiedde dat de min van Benedictus een zeef leende om daarin tarwe te reinigen. Ze zette die onvoorzichtig op een tafel zodat de zeef eraf viel en in twee stukken brak. Toen Sint Benedictus zag, dat zij hierover weende, nam hij de beide stukken en bad er knielend voor. Toen hij opstond van zijn gebed was de zeef weer heel.

De volgende legende kent hetzelfde thema: Benedictus heelt wat gebroken is.

De gebroken sikkel


Eens maaide een man rondom het klooster van Sint Benedictus doornen met een sikkel: toen liet het ijzer los van de greep en viel in een diep meer. Daar werd de man zeer bedroefd om. Maar Sint Benedictus nam de steel en hield die in het meer; toen sprong het ijzer weer aan zijn greep.

Omdat het meer tamelijk onnatuurlijk is geschilderd wordt het fresco door sommige bronnen betiteld als 'Vissen op een tafel'.
Anderen spreken over 'het wonder van Gotus' vermoedelijk omdat de naam 'Gotus' staat geschreven boven de man met de kapotte sikkel.

De redding van Placidus


Er was een klein monnikje, Placidus genaamd, die ging in de rivier water scheppen en viel erin en was bijna een pijlschot van de oever weggedreven. Intussen zat Sint Benedictus in zijn cel en zag in zijn geest wat er gebeurd was. Toen riep hij broeder Maurus en gebood hem, dat hij ijlings op weg ging om het kind te hulp te komen. Maurus ontving zijn zegen en snelde heen en liep op de rivier omdat hij dacht dat hij op land liep. Hij kwam bij de knaap, greep hem bij de hand en trok hem uit het water. Toen ging hij weer naar Sint Benedictus en vertelde hem wat er gebeurd was. Maar die sprak: 'dat is niet mijn verdienste, maar het loon voor jouw gehoorzaamheid.'

Het vergiftigde brood


Nu was er een priester, Florentinus van naam, die was Sint Benedictus vijandig gezind, en was zo boos, dat hij de heilige een vergiftigd brood stuurde als zegegave. Benedictus ontving het in dank en gaf het aan zijn raaf, die namelijk gewoonlijk uit zijn hand at, en sprak: 'In naam van Jezus Christus, neem het brood en breng het naar een plaats waar geen mens het vinden kan. Toen sperde de raaf zijn snavel open, spreidde zijn vleugels uit, en begon in een cirkeltje om het brood te lopen en te krassen alsof hij wilde zeggen: 'Ik wil graag gehoorzaam zijn, maar ik kan deze opdracht niet volbrengen.' Maar de heilige gebood het hem voor een tweede en derde maal en sprak: 'Neem het brood vast en zeker zonder vrees en breng het weg wat ik je gezegd heb. Uiteindelijk nam hij het en droeg het weg. Na drie dagen kwam hij terug en nam zijn voer weer uit Sint Benedictus' hand zoals hij gewend was.
Magister Conxolus (13e eeuw)
San Benedetto (13e eeuw)
Fresco's
Subiaco - Sacro Speco