Paul Verheijen

SALVADOR DALI

Jakobus Maior

Spanje

Bijbelse gegevens over de apostel Jakobus zijn schaars en beginnen wanneer hij door Jezus wordt geroepen - samen met zijn broer Johannes - hem te volgen.
Zijn leven eindigt doordat Herodes Agrippa hem met het zwaard in Jeruzalem ter dood laat brengen (Handelingen van de apostelen 12,2).
Op een Griekse lijst uit de 6e eeuw die de werkterreinen van alle apostelen van Jezus opsomt, voegde een onbekende hand desondanks later 'Spanje' toe.
Deze toevoeging leidde tot een hilarische legendevorming, een breed volksgeloof en een op gewin inspelende lokale kerkpolitiek.
Het graf van Jakobus (in Spanje geworden tot patroonheilige en Sant Jago -Santiago- geheten) werd begin de 9e eeuw in Ira Flavia in Galicië op wonderbaarlijke wijze 'ontdekt' (mogelijk een opzettelijke verwisseling met een graf van een bisschop.*
Johannes Beleth is in zijn Legenda Sanctorum een stuk voorzichtiger door te schrijven dat deze apostel weliswaar in Spanje is geweest maar er er slechts één persoon bekeerde.
De Voragine is iets ruimhartiger in zijn Legenda Aurea (hoofdstuk 99) en vertelt dat Jakobus slechts negen leerlingen vergaarde in Spanje en daarom spoedig naar Judea terugkeerde.

Vanuit Europa kwam er vanaf de 10e eeuw een geweldige pelgrimage op gang naar wat toen Sanctus Jacobum Apostolum is gaan heten, verbasterd tot 'Santiago de Compostella', en werd de stad na Rome en Jeruzalem de belangrijkste bedevaartsplaats in de middeleeuwen.
Deze pelgrimages zijn tot op heden blijven voortbestaan - vaak individueel - en mogen zich zelfs verheugen in grote belangstelling.
Vanaf de 11e eeuw organiseerde de benedictijner abdij van Cluny de Santiago-bedevaarten (Camino de Santiago) die zorgde voor de verspreiding van artistieke, architectonische en iconografische tradities.
Hoewel het historisch gezien vrij duidelijk is dat de beenderen in de kerk van Santiago de Compostela niet van Jakobus zullen zijn, verklaarde paus Leo XIII in 1884 in de bul Deus omnipotens dat de vjf jaar eerder heropgegraven skeletten wel degelijk de skeletten zijn van Jakobus de Meerdere en zijn (legendarische) leerlingen Athanasius en Theodorus.

Een volgende stap was dat Jakobus te hulp schoot op momenten van strijd en werd hij afgebeeld als Matamoros, 'Morendoder'.
Door tussenkomst van Jakobus kon Karel de Grote de stad Pamplona veroveren op de Moren
Vooral in de 16e eeuw, de tijd van de grote Spaanse veroveringen, transformeerde Jakobus tot een ridder die op een wit paard met het zwaard uithaalt en Morenkoppen doet rollen.

De Legenda Aurea noemt in verband met Jakobus' leven geen enkel jaartal, maar weet wel dat de apostel op 25 maart is onthoofd, dat de translatie van zijn lichaam (uiteraard gepaard gaand met wonderlijke gebeurtenissen) naar Compostella plaatsvond op 25 juli, dat hij op 30 december pas is begraven omdat de bouw van zijn grafmonument enkele maanden was vertraagd en dat er later vele wonderbaarlijke verschijningen van Jakobus aan pelgrims plaatsvonden.
Jakobus' feestdag was oorspronkelijk op 27 december en later verplaatst naar 25 juli.
Oosterse kerken hanteren weer andere data.
Als 25 juli in het jaar op een zondag valt, noemt men dat jaar in Santiago een 'heilig jaar'.
Iconografisch wordt Jakobus voorgesteld als apostel, pelgrim en/of ridder.
*In Engeland beweerde de abdij van Reading (nu een ruïne) een hand van Jakobus te hebben en zijn hoofd zou in Jeruzalem begraven zijn op een plek waar nu de Armeense Sint Jacobskathedraal staat.

Wetenschap en religie

Salvador Dali beeldt Jakobus af als ridder op het witte paard.
Of het hier om een visioen, een kosmisch teken of een fantoom gaat, is bij Dali vaak onduidelijk.
Het zwaard van Jakobus is geworden tot een bijna niet meer zichtbare crucifix met het corpus van Christus die ten hemel lijkt te varen.
Jakobus zwaait, uit de zee opstijgend en schrijlings zittend op een witte hengst, triomfantelijk met dit enorme kruisbeeldzwaard.
Bij de genitaliën van het paard zien we een persoonlijk tintje van de schilder: uit de vier bloemblaadjes van een jasmijnbloem barst een atoomwolk.
De geur van jasmijn was een van de favoriete aroma's van Dali en de jasmijn plaatste hij op zelfportretten soms ook achter zijn oren of op de uiteinden van zijn legendarische snor.
Dali was zeer geïnteresseerd in de toen nieuwe ontdekkingen van de nucleaire fysica.
Hij was ervan overtuigd dat wetenschap en christendom meer gemeen hadden dan eerder werd gedacht.

Paard en ruiter bevinden zich onder het staketsel van een gotisch kerkgewelf met op de sluitstenen de bekende jacobsschelp.
Verwijst de zichtbare linkervoet van Jakobus naar de bedevaarten?

Rechtsonder beeldde Dali zijn vrouw Gala af in een soort monniksgewaad dat ook haar hoofd deels bedekt.
Salvador Dali (1904-1989)
Santiago El Grande (1957)
Olieverf op doek, 408 x 305 cm
Frederiction - Beaverbrook Art Gallery