Paul Verheijen

IMAGO

16 juni t/m 16 september 2007
Scheveningen - Museum Beelden aan Zee

Michelangelo opnieuw

Onze Lieve Vrouw ter Nood is een van de vele titels voor Maria.
De Nood Gods verwijst naar haar droefheid met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot.
Een afbeelding hiervan noemt men een Piëta
In de kunstgeschiedenis wordt ook het Italiaanse woord Pietà gebruikt (de uitspraak is voor beide termen overigens identiek).

Caspar Berger (Utrecht, 1965) gebruikte voor zijn beeld de beroemdste piëta uit de kunst als bron: de Pietà van Michelangelo in de Sint Pieter te Rome.
Berger werkte in 2006 aan de enscenering van zijn versie, waarbij zijn eigen vrouw model zat voor Maria.

Hij werkte voor dit beeld volgens de cire perdu (verloren was) methode.
Bij deze techniek worden de lichamen van de modellen eerst ingesmeerd met siliconen.
Eenmaal afgestroopt vormt dit siliconenpakket een soort tweede huid, een buigbare mal die binnenstebuiten wordt gekeerd.
Nadat de negatieve siliconenvorm weer met was is bedekt, wordt deze in brons gegoten.
Dat zorgt voor een vervreemdend effect bij het uiteindelijke beeld: bol wordt hol, licht wordt donker.
Deze omkeertechniek is goed te zien bij Christus’ hand.
De gaten en rafelranden die ontstaan tijdens het proces van bronsgieten, zijn door Berger niet weggewerkt.
Zij geven het beeld volgens hem een meerwaarde.

Opvallend in deze sculptuur is het gezicht van Maria.
Waar de blik van Michelangelo’s Maria liefdevol en ingetogen is, liet Berger haar gezicht open als een gapend gat.
De toeschouwer krijgt zo de gelegenheid zich met haar te identificeren.
Dit past geheel in de meditatieve sfeer die een Piëta beoogt op te roepen.

KRUISAFNEMING

Caspar Berger (1965)
Pietà (2006)
Brons en beton, 100 x 165 x 180 cm
Utrecht - Museum Catharijneconvent