Paul Verheijen

HANS HOLBEIN JR.

De Oude en de Nieuwe Wet

Eerste versus Tweede Testament

Holbein schilderde deze allegorie waarschijnlijk toen hij in Engeland woonde.
De voorstelling is gebaseerd op Duitse prenten en houtsneden, waarin de ideeën van protestantse hervormers als Maarten Luther en Philipp Melanchton werden uitgedragen.

Een boom die aan de linkerkant dode takken heeft en aan de rechterkant vol in blad staat, deelt de voorstelling precies in tweeën.
Links staan scènes uit het Eerste Testament met de nadruk op zonde en boetedoening.
Symmetrisch is de rechterhelft gewijd aan het Tweede Testament met het accent op geloof en verlossing.
Voor de hervormers was het verschil tussen Eerste en Tweede Testament te vergelijken met het verschil tussen de oude katholieke leer en de nieuwe protestantse leer.

De Oude en de Nieuwe Wet worden nadrukkelijk gepresenteerd als tegengestelde waarden.
In de voorstelling van de Oude Wet ligt de nadruk op LEX (Recht), MYSTERIVM IVSTIFICATIONIS (Verboden eredienst), PECCATVM (Zondeval) en MORS (Dood).
In die van de Nieuwe Wet daarentegen wordt benadrukt GRATIA (Genade), IVSTIFICATIO NOSTRA (Onze rechtvaardiging), AGNVS DEI (Lam Gods) en VICTORIA NOSTRA (Onze overwinning).
Door middel van het kleurgebruik en de belichting van de scènes op de achtergrond - links van de boom somber en dramatisch en rechts licht en sereen - wordt ten overvloede onderstreept dat hier sprake is van een tegenstelling tussen Goed en Kwaad.

De mens een ramp

Aan de voet van de boom zit een naakte man die de handen in een wanhopig gebaar voor de borst gekruist houdt en smartelijk omhoog kijkt.
Het opschrift HOMO (mens) op de boomstam maakt duidelijk dat wij hier te maken hebben met een personificatie van de hele mensheid.
Op de steen waarop hij zit staat de volgende tekst:
Miser ego homo, qvis me eripiet ex hoc corpore morti obnoxio? Ro.7.
(Rampzalige mens die ik ben! Wie zal mij redden van dit bestaan ten dode? Romeinen 7,24).

Jesaja en De Doper

Het antwoord op deze vraag wordt letterlijk gewezen door de twee mannen links en rechts van deze allegorische figuur.
Ze kunnen door de opschriften onder hun voeten geïdentificeerd worden als ESAYAS PROPHETA (Jesaja profeet) en IOANNES BAPTISTA (Johannes de Doper).
Beiden wijzen de man op taferelen die in het landschap op de achtergrond rechts van de boom zijn weergegeven.
Jesaja wijst naar de Maagd Maria die rechts bovenin knielend op de berg Sion is afgebeeld op het moment dat zij de aankondiging van de geboorte van haar kind ontvangt.
Onder Jesaja’s voeten staat in gouden letters diens 'standaardtekst' geschreven.
Johannes op zijn beurt vestigt de aandacht op Christus’ rol als Verlosser van de mensheid.
Onder zijn voeten staat
ECCE AGNVS ILLE DEI, QVI TOLLIT PECCATV MUDI. IO 1
(Daar is het Lam van God, degene die de zonden van de wereld wegneemt. Johannes 1,29).
Met zijn linkerhand wijst Johannes naar een voorstelling van Jezus met drie apostelen (Petrus, Jakobus en Johannes?) aan de voet van de berg.

Bergen en boom

In de linker bovenhoek is de Sinaï afgebeeld.
Deze berg is de tegenhanger van de berg Sion in de rechter bovenhoek.
Mozes neemt op de berg Sinaï de stenen tafelen met de Tien Geboden (vijf links en vijf rechts) in ontvangst.
Diep op de achtergrond (geschilderd vlak boven het hoofd van Jesaja) is het moment weergegeven waarop Mozes terugkeert bij zijn volk, terwijl boven het tentenkamp de manna uit de hemel valt.
Iets meer op de voorgrond (links boven Jesaja) slingert de Koperen Slang zich rond een Tau-kruis of crux commissa, een kruis met de dwarsbalk bovenop de staander.
Deze slang was door Mozes in het leven geroepen om zijn volk te redden van de giftige slangen die God als straf voor hun ongeloof op het volk had afgestuurd.

Aan de voet van de berg staan Adam en Eva bij de Boom van de Kennis van Goed en Kwaad.
Ze hebben zojuist van de appel gegeten, waarmee de Zondeval een feit is.
Geheel links op de voorgrond verbeeldt een skelet in een doodskist MORS (de dood).

Rechtsboven, op de berg Sion, ontvangt een knielende Maria de verkondiging van de geboorte van haar kind, de Verlosser.
Diep op de achtergrond (geschilderd vlak boven het hoofd van Johannes de Doper) heeft Holbein de verkondiging aan de herders afgebeeld, terwijl meer op de voorgrond Christus aan een kruis te zien is, met de bekende afkorting INRI (lesus Nazarenus Rex ludaeorum = Jezus van Nazaret, Koning der Joden) als kruisopschrift boven zijn hoofd.
Vanaf de middeleeuwen geloofden Christenen dat het kruis van Christus was gemaakt van de boom van de Kennis van Goed en Kwaad.
Zo kreeg het kruis nog meer de symboliek als het instrument dat de mensheid heeft verlost.

Verrezen Christus

Geheel op de voorgrond rechts bevindt zich een voorstelling van de Verrezen Christus die onder zijn voetzolen de Dood en de Zonde vertrapt, die hier respectievelijk de gedaante van een skelet en een duiveltje met een aardbol hebben gekregen.
Het uitbeelden van Christus die uit zijn graf opstaat, kwam in gebruik vanaf circa 1300.
Daarvóór werd Christus’ verrijzenis indirect uitgebeeld, bijvoorbeeld door drie vrouwen bij een leeg graf.
Christus stapt uit een stenen sarcofaag.
Vaak vinden we er slapende soldaten naast, maar die heeft Holbein hier weggelaten.
In zijn hand houdt Christus een kruisvaan, teken van zijn overwinning op de dood.
Dergelijke attributen namen de kunstenaars over van de middeleeuwse mysteriespelen, waarin onder andere Jezus’ lijden, dood en verrijzenis werden nagespeeld.
Bij deze mysteriespelen nam het aantal (niet-bijbelse) toneelattributen toe.
De invloed van deze vorm van religieus toneel op beeldhouwers en schilders was groot.
Aan de toneelattributen ontleenden zij details die zij inpasten in hun werk.
Hans Holbein de Jonge (1497/98 - 1543)
De Oude en de Nieuwe Wet (tussen 1530 en 1535)
Olieverf op paneel, 49 x 60 cm
Edinburgh - National Gallery of Schotland