Paul Verheijen


Home

Menu

Expo

Mail

Info

Bestel

Zoek

VALENTIJN


Jacopo Bassano
Valentinus doopt Lucilla (circa 1575)
Bassano del Grappa, Museo Civico
Bartolomäus Zeitblom
Diptiek (begin 16e eeuw)
Augsburg, Staatsgalerie

Verdubbeling

Twee heiligen met de naam Valentijn (Latijn: Valentinus) die op 14 februari in het Martyrologium Romanum worden genoemd, zijn in de kunst tot één persoon samengesmolten.

Over de eerste wordt hier vermeld:
- Te Rome aan de Via Flaminia de geboortedag van de H.Priester Valentinus, Martelaar.
Hij werkte veel wonderbare genezingen uit en gaf vele blijken van geleerdheid.
Onder keizer Claudius is hij met stokken geslagen en onthoofd.


En over de tweede:
Te Interamna (Latijse naam voor Terni) de H.Bisschop Valentinus, Martelaar.
Hij werd na een langdurige geseling in de kerker geworpen en daar hij onverzettelijk bleef, is hij eindelijk op bevel van de stadsprefect Placidus in het holst van de nacht uit de gevangenis gehaald en onthoofd
.

Valentinus van Rome was een priester - weten andere bronnen te melden - die veel deed voor de martelaren, de blinde dochter van een stadhouder genas.
Deze liet zich vervolgens met zijn hele familie dopen en liet alle gevangen christenen vrij.
Hierover ontstemd liet keizer Claudius Valentinus martelen en door het zwaard onthoofden.
Hij werd begraven aan de Via Flaminia, bij de tweede mijlpaal en nog in het stadsgebied.
Paus St Julius I bouwde hier een basiliek.

Valentinus van Terni was bisschop.
Het door hem ingezegende huwelijk van een christin en een heiden, Serapia en Sabinus, was zo voorspoedig dat familieleden van de bruidegom en vele anderen Valentinus' zegening wensten.
Hij stierf om onbekende redenen in Rome de marteldood en werd drieënzestig mijl verderop bij Terni begraven.

Het feit dat beider begraafplaatsen en sterfdata (14 februari circa 269) zo dicht bij elkaar liggen, maakt de conclusie gerechtvaardigd dat er slechts één martelaar is met de naam Valentinus, namelijk de bisschop van Terni.
Wellicht werd hij vanaf de 4de eeuw ook in Rome vereerd, kreeg hij daar een eigen kerk en ging hierna een eigen legendarisch leven leiden.

Voorchristelijk lentegebruik

Zijn feestdag op 14 februari (Valentijnsdag) is gekoppeld aan voorchristelijke lentegebruiken.
Sommigen denken aan fakkelomgangen: een verchristelijking van de bruidstocht van de Germaanse liefdesgod Freya.
Net als de vogels vonden ook geliefden elkaar.

Anderen leggen een verband met de Lupercalia, een feest ter ere van de godheid Lupercal dat op 15 februari in Rome plaatsvond.
Bij deze ritus geselden vrijwel naakte jongemannen de vrouwen.
Cicero omschreef dit als coitio silvestris, 'bosneukerij' dus.

In 1465 stemde de kerk ermee in dat een aartsbroederschap jonge meisjes op 14 februari voorzag van een bruidsschat.

Basilica di San Valentino in Terni

Valentijn werd de beschermheilige van de verliefden en ligt opgebaard in het koor van de aan hem gewijde basiliek in Terni, een industriestad in de Italiaanse streek Umbrië.
De kerk wordt jaarlijks bezocht door zo'n vijftigduizend mensen.
Achter de vergulde tombe staat een altaar dat is bezaaid met brieven en postkaarten waarin hunkerende zielen de heilige bidden om advies, steun of bemiddeling.
In 1986 werd Valentijns hoofd hieruit gestolen hoofd.
Drie jaar later werd het, in kranten gewikkeld, in een park teruggevonden.

Jacopo Bassano

Op het werk van Jacopo Bassano zien we hoe de dochter van de stadhouder na haar bekering wordt gedoopt door Valentinus, nadat ze door Valentinus van haar blindheid was genezen.
De betekenis van de naam Valentinus is 'de gezonde', 'de krachtige'.
Dat hij dus kon genezen ligt in de lijn der verwachting.
De Legenda Aurea weet te melden dat Valentinus Jezus Christus smeekte zijn licht te laten schijnen over het heidense huis van de stadhouder.
De stadhouder wilde wel eens zien hoe sterk dat licht van Christus was en vroeg Valentinus zijn dochter te genezen die al lange tijd blind was.
Dat ging natuurlijk lukken en alle aanwezigen bekeerden zich subiet.
De Voragine eindigt dan met de schokkende mededeling:
Daarna beval de keizer dat men hem (Valentinus) het hoofd afsloeg. Dat geschiedde rond het jaar 280.

De traditie heeft de dochter van de stadhouder de naam Lucilla gegeven die samenhangt met het Latijnse woord lux dat 'licht' betekent.
Ook een naam voor de bekeerde stadhouder kon niet uitblijven.
Dat werd Asterius dat is afgeleid van het Griekse astèr, 'ster'.
Asterius zag immers ook het licht.
Twee engeltjes brengen Valentinus alvast de palm die vooruitwijst naar zijn aanstaande martelaarschap.

Bartolomäus Zeitblom

Bartolomäus Zeitblom richt zich in het linkerpaneel van het diptiek op een andere wonderbaarlijke genezing door Valentinus, namelijk die van een epilepticus.
De mijter en de staf maken Valentinus hier duidelijk tot bisschop.
Verder houdt hij in zijn hand een buidelboek.
Zo'n buidelboek was een van de eerste gebonden boeken.
In de middeleeuwen waren boeken erg kostbaar.
Rondtrekkende priesters schreven in het buidelboek hun gebeden en handelslui noteerden de prijzen van hun artikelen of bij welke pleisterplaats ze terecht konden.
Het boek hing aan hun riem en was tamelijk zwaar, de kaft van hout bekleed met leer.
Dat had ook een groot voordeel: de drager kon zichzelf verdedigen.
Een dreigende klap met het boek en zeker de sloten, hield aanvallers op afstand.

Op het rechterpaneel staat Valentinus geboeid voor keizer Claudius die het proces tegen hem leidt.
Dit is weer een mooi voorbeeld van een imitatio Christi, het leven van een heilige als nabootsing van het leven van Christus.
Zoals Christus geboeid voor Pilatus stond, zo verschijnt Valentinus hier voor Claudius.
Op de achtergrond staat een godenbeeld op een zuil.
Mogelijk dat Claudius nu aan Valentinus vraagt dit beeld te aanbidden.
Dit gegeven is een bijna vast onderdeel in de levens van vrijwel alle martelaren uit de eerste eeuwen van het Christendom, toen deze godsdienst door de Romeinen nog was verboden.
Zo'n aanbidding wordt steevast geweigerd met desastreus gevolg voor de weigeraar die daarmee wel martelaar wordt.

Zeitblom heeft keizer Claudius merkwaardig genoeg voorzien van een koningskroon.


Bronnen

- Paus Gregorius XIII - Het Roomsche Martelaarsboek, Helmond 1922, p. 46-47
- Pius Parsch - Het Jaar des Heren, Eerste deel Kerstkring, 1941, p. 607-609
- Dom Prosper Guéranger - Het Liturgisch Jaar, deel II Septuagesima, Vasten- en Passietijd, Hilversum 1954, p. 645-646
- Jacobus de Voragine - Die Legenda Aurea, Gütersloh 1955, p. 158-159
- Aart Heering - Correspondentie van Sint Valentijn, In: De Gelderlander 13 februari 1998
- Stijn van der Linden - De Heiligen, Amsterdam / Antwerpen 1999, p. 880
- Rosa Giorgi - Heiligen, Gent / Amsterdam 2002, p. 357-359


2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen