Paul Verheijen

VALENTIJN

Verdubbeling - Voorchristelijk lentegebruik - Basilica di San Valentino in Terni

Verdubbeling

Twee heiligen met de naam Valentijn (Latijn: Valentinus) die op 14 februari in het Martyrologium Romanum worden genoemd, zijn in de kunst tot één persoon samengesmolten.

Over de eerste wordt hier vermeld:
Te Rome aan de Via Flaminia de geboortedag van de H.Priester Valentinus, Martelaar. Hij werkte veel wonderbare genezingen uit en gaf vele blijken van geleerdheid. Onder keizer Claudius is hij met stokken geslagen en onthoofd.
En over de tweede:
Te Interamna (Latijse naam voor Terni) de H.Bisschop Valentinus, Martelaar. Hij werd na een langdurige geseling in de kerker geworpen en daar hij onverzettelijk bleef, is hij eindelijk op bevel van de stadsprefect Placidus in het holst van de nacht uit de gevangenis gehaald en onthoofd.
Valentinus van Rome was een priester - weten andere bronnen te melden - die veel deed voor de martelaren, de blinde dochter van een stadhouder genas.
Deze liet zich vervolgens met zijn hele familie dopen en liet alle gevangen christenen vrij.
Hierover ontstemd liet keizer Claudius Valentinus martelen en door het zwaard onthoofden.
Hij werd begraven aan de Via Flaminia, bij de tweede mijlpaal en nog in het stadsgebied.
Julius I (paus van 337-52; feestdag 12 april) bouwde hier een basiliek.

Valentinus van Terni was bisschop.
Het door hem ingezegende huwelijk van een christin en een heiden, Serapia en Sabinus, was zo voorspoedig dat familieleden van de bruidegom en vele anderen Valentinus' zegening wensten.
Hij stierf om onbekende redenen in Rome de marteldood en werd drieënzestig mijl verderop bij Terni begraven.

Het feit dat beider begraafplaatsen en sterfdata (14 februari circa 269) zo dicht bij elkaar liggen, maakt de conclusie gerechtvaardigd dat er slechts één martelaar is met de naam Valentinus, namelijk de bisschop van Terni.
Wellicht werd hij vanaf de 4de eeuw ook in Rome vereerd, kreeg hij daar een eigen kerk en ging hierna een eigen legendarisch leven leiden.

Voorchristelijk lentegebruik

Zijn feestdag op 14 februari (Valentijnsdag) is gekoppeld aan voorchristelijke lentegebruiken.
Sommigen denken aan fakkelomgangen: een verchristelijking van de bruidstocht van de Germaanse liefdesgod Freya.
Net als de vogels vonden ook geliefden elkaar.

Anderen leggen een verband met de Lupercalia, een feest ter ere van de godheid Lupercal dat op 15 februari in Rome plaatsvond.
Bij deze ritus geselden vrijwel naakte jongemannen de vrouwen.
Cicero omschreef dit als coitio silvestris, 'bosneukerij' dus.

In 1465 stemde de kerk ermee in dat een aartsbroederschap jonge meisjes op 14 februari voorzag van een bruidsschat.

Basilica di San Valentino in Terni

Valentijn werd de beschermheilige van de verliefden en ligt opgebaard in het koor van de aan hem gewijde basiliek in Terni, een industriestad in de Italiaanse streek Umbrië.
De kerk wordt jaarlijks bezocht door zo'n vijftigduizend mensen.
Achter de vergulde tombe staat een altaar dat is bezaaid met brieven en postkaarten waarin hunkerende zielen de heilige bidden om advies, steun of bemiddeling.
In 1986 werd Valentijns hoofd hieruit gestolen hoofd.
Drie jaar later werd het, in kranten gewikkeld, in een park teruggevonden.*
* Aart Heering - Correspondentie van Sint Valentijn, In: De Gelderlander 13 februari 1998