Paul Verheijen

PETRUS MARTYR

Drie bloederige martelingen

De martelaar van Verona

Petrus is waarschijnlijk rond 1205 geboren in Verona als zoon van ouders die in de ogen van het kerkelijk gezag als ketters bekend stonden, omdat zij ontkenden dat God hemel en aarde had gemaakt.
Hij studeerde rechten in Bologna en werd gegrepen door de preken van Dominicus en hij besluit in 1221 tot diens orde toe te treden.
Hij viel op door zijn fanatisme en redenaarstalent en werd benoemd tot prior, zijn faam als prediker en ook wonderdoener nam gestaag toe.
Paus Gregorius IX benoemde hem tot inquisiteur voor Noord-Italië.
De ketterse beweging van de katharen organiseerde in 1252 een hinderlaag voor Petrus bij de bossen van Barlassina tussen Como en Milaan, waarheen Petrus op weg was.
Twee huurmoordenaars werden door hen ingeschakeld en Petrus kreeg een bijl in zijn schedel.
Petrus is de eerste martelaar van de dominicanen en om die reden aangeduid als Petrus Martyr.
Reeds een jaar na zijn dood werd hij heilig verklaard door paus Innocentius IV en de bijl in zijn schedel maakte dat hij wordt aangeroepen tegen hoofdpijn.
Zijn lichaam is bijgezet in de San Eustorgio in Milaan.

Legenda Aurea

Het is niet verbazingwekkend dat ordegenoot Jacobus de Voragine buitenproportioneel veel aandacht heeft besteed aan Petrus in zijn Legenda Aurea (hoofdstuk 63).
Over diens leven is hij vrij kort van stof en bij zijn beschrijving van de marteldood citeert De Voragine uit de brieven van paus Innocentius IV.

Hier wordt duidelijk dat Innocentius de imitatio Christi voor ogen heeft gehad toen hij dit neerpende.
Dat Petrus bij zijn marteldood de geloofsbelijdenis uitspreekt, maakt de oorspronkelijke betekenis van het woord 'martelaar' duidelijk: 'getuige', namelijk van je geloof.
Opmerkelijk hierbij is dat in het Credo staat dat God creatorem caeli et terrae, schepper van hemel en aarde is, hetgeen de ouders van Petrus nu juist bestreden.

Over de vele wonderen van en door Petrus raakt De Voragine niet uitgeschreven.
Hij vertelt over vijf wonderen die door Petrus tijdens zijn leven zijn verricht, maar na zijn marteldood vindt een veelvoud van wonderen op zijn voorspraak plaats.
Acht van die wonderen vond hij beschreven in de brieven van Innocentius IV en hij weet daar nog ruim twintig aan toe te voegen.
Veel wonderbaarlijks vond plaats op of met de grond waarop Petrus werd vermoord, met het bebloede kleed dat hij droeg, of bij zijn graf.

Citaat over de marteldood



Van de stad Como, waar hij een prior van zijn orde was, reisde Petrus eens naar Milaan, dat hij zelf als beambte als rechter bestuurde, wat hem door de apostolische stoel was opgedragen.
Aldaar was een ketter door zijn geloofsgenoten met smeekbedes en geschenken opgestookt, dat hij de heilige man op weg naar zijn godzalige voornemen zou overvallen, zoals Petrus zelf in een openbare preek had voorspeld: deze stortte zich op hem als een wolf op een lam, een wilde op een tamme, een goddeloze op een vrome, een woedende op een zachtmoedige, een razende op een deemoedige, een heiden op een heilige. Hij durfde de smadelijke aanval en beging de moord en trof het heilige hoofd met gruwelijke zwaarddoorklievingen. De heilige vluchtte echter niet voor zijn moordenaar, maar accepteerde het klieven als een geduldig gedragen offer, terwijl zijn ziel reeds ten hemel opsteeg; en omdat het zwaard met het bloed van de rechtvaardige vol zat, liet de moordenaar hem dood op de grond liggen. Ook toen de onverlaat zijn slagen op hem verdubbelde, klaagde de heilige met geen woord, maar verdroeg alles met geduld en gaf de geest met de woorden 'Heer, in Uw handen beveel ik mijn geest'. Daarna begon hij de geloofsbelijdenis uit te spreken, die hij zelfs op dit ogenblik nog verkondigde. Hiervan heeft de moordenaar zelf getuigenis afgelegd, toen hij door het geloof was gegrepen; en ook een ordebroeder heeft het verteld, die Sint Petrus reisgenoot was en door dezelfde moordenaar was verwond, maar nog enkele dagen in leven bleef. Maar omdat de martelaar nog bewoog, nam de beul zijn mes en stak hem in zijn zijde.

Palma il Vecchio

Palma il Vecchio (Jacopo Negretti) (circa 1480-1528)
De moord op de heilige Petrus van Verona (circa 1520)
Olieverf op paneel
Lombardo - Museo della Basilica di San Martin Vescovo

Petrus met de bijl in zijn hoofd krijgt van twee door God gestuurde engeltjes de gloriekroon aangereikt van boven, terwijl het rechterengeltje ook de martelaarspalm vasthoudt.
Palma schildert ook een bos waarmee hij verwijst naar de bossen waar de hinderlaag en moord plaatsvond.
De medebroeder van Petrus die probeerde te vluchten heeft Palma ook afgebeeld.
De huurmoordenaar gaat met heftig geweld tekeer, maar zal enkele jaren later zijn ketterij afzweren en zelf toetreden als lekebroeder bij de dominicanen.

Fra Angelico

Fra Angelico (circa 1395-1455)
Stigmatisatie Franciscus en dood Petrus Martyr (1435)
Tempera op paneel, 24 x 44 cm
Zagreb - Gallerija Strossmayer

Fra Angelico combineert de stigmatisatie van Franciscus met de marteldood van Petrus van Verona.
Hij baseert zich bij de uitbeelding van de marteldood op een variant op de geloofsbelijdenis die Petrus bij zijn dood uitspreekt volgens de Legenda Aurea.
Deze variant vertelt dat Petrus een knielende houding had aangenomen en het begin van het Credo, de apostolische geloofsbelijdenis met zijn eigen bloed op de grond begon te schrijven.
Bij Fra Angelico komt hij niet verder dan Credo in unu [m Deum], 'ik geloof in éé [n God]', voordat hij definitief bezwijkt.

Giovanni Bellini

Giovanni Bellini (1426/30?-1516)
De moord op de heilige Petrus van Verona (1509)

Londen - Courtauld Institute Galleries