Paul Verheijen

JOSÉ DE RIBERA

Bruno de kartuizer

Chartreuse

Voor veel mensen is Chartreuse niet meer, maar ook niet minder dan de naam van een kruidenlikeur gemaakt van 130 verschillende planten, kruiden en specerijen.
De drank is genoemd naar een kartuizerklooster in de Franse Alpen bij Grenoble en sinds 1605 bereid door kartuizers aldaar.
Het klooster is echter veel ouder en gesticht door Bruno.
Bruno Hartefaust, circa 1032 geboren in Keulen en in 1101 gestorven in Calabrië, was kanunnik van de hoofdkerk in Keulen en magister aan de universiteit van Reims.
Maar deze man van aanzien in de kerkelijke wereld werd uiteindelijk gedreven door het monnikideaal.
In 1084 presenteerde hij zich met zes geestverwanten bij bisschop Hugo van Grenoble, die — aangemoedigd door een visioen waarin hij zeven sterren voor zich uit zag gaan die boven een bepaalde plaats stil bleven staan — hun het verre eenzame dal Cartusia in de bergen als plaats voor een eremitage aanbood.
Daar ontstond La Grande Chartreuse, nog altijd plaats voor armoede, stilte en contemplatie in de voor iedere monnik bijna volstrekte eenzaamheid van zijn eigen kluis.
De orde volgt de regel van Benedictus, maar verscherpt door volledig stilzwijgen en het nuttigen van alleen brood, peulvruchten en water.
Petrus Venerabilis (±1093-1156) schreef over de kartuizerorde:
Hun pij is armoediger dan die van andere monniken. Ze vasten bijna voortdurend. Ze zijn steeds aan het bidden, lezen en aan het werk, dat voornamelijk bestaat uit het overschrijven van boeken.

De kerkelijke feestdag voor Bruno is 6 oktober.

De Maagd met Kind verschijningen

In de 17e-eeuwse Europese schilderkunst komen de verschijningen van de Maagd en het Kind aan heiligen frequent voor.
Op dit werk heeft Ribera Maria in de linkerkant van de compositie geplaatst, terwijl de heilige Bruno - gekleed in de witte pij van de kartuizers - rechts verschijnt, met als verbinding het Kind Jezus.
Bruno houdt zijn rechterarm gekruist voor zijn borst.
Het Kind zegent het boek dat hem door Bruno is gegeven.
Zes serafijnhoofdjes bekronen de bovenzijde van het schilderij, terwijl drie hoofdjes dienen als voetstuk van de troon van wolken waarop Maria zit; ze lijken bijna geplet te worden door het gewicht ervan.
Ribera toont de kenmerken van zijn volwassen stijl waarin hij de natuurlijkheid benadrukt waarmee hij de personages behandelt, vooral de heilige, de donkere verlichting - overgenomen van Caravaggio- die alleen benadrukt wat hem interesseert, de bruine tinten en de kwaliteit van de details in de kleding, die doet denken aan de plooien zoals Zurbarán die vaak schildert.
De compositie wordt bepaald door middel van een diagonaal.
De figuren zijn groot en worden meesterlijk in de kleine ruimte geplaatst, waardoor Ribera erin slaagt de spiritualiteit van het moment te versterken.

Ribera laat de volgende iconografische kenmerken die Bruno gewoonlijk typeren achterwege.
  • Wijsvinger voor de mond (zwijgzaamheid van de orde)
  • Drie olijftakken (De groene olijfboom uit de door hem geliefde Psalm 52,10)
  • Zeven sterren (visioen van bisschop Hugo en de zeven eerste bewoners van het klooster)
José (Jusepe / Giuseppe) de Ribera (Lo Spagnoletto) (1591-1652)
Virgen con el Niño y San Bruno (1634)
Olieverf op doek
Weimar - Kunstsammlungen