Paul Verheijen

DE GEBROEDERS VAN LYMBORCH

Gregorius de Grote in Les Belles Heures

Dienaar van de dienaren Gods

Gregorius de Grote was rond 540 in Rome geboren als telg uit een welvarend Romeins geslacht, dat tot de stand der senatoren behoorde.
Mogelijk vanwege maagkwalen waar hij sinds zijn jeugd aan leed, koos hij na een gedegen opleiding en twee jaar gouverneurschap van de stad (praefectus urbi) voor een leven als asceet op een familievilla.
In 578/79 werd hij door paus Pelagius II als legaat te Constantinopel aangesteld en volgde hem op 3 september 590 op, nadat pogingen van Gregorius dit te weigeren waren mislukt.
Reorganisatie van het bestuur, accurate administratie van de goederen van de kerk, vredespogingen met de barbaren, een belangrijke literaire productie en vooral pastorale zorg waren naast een voortgezet monnikenbestaan de kenmerken van zijn pontificaat.
In de woelige overgangsperiode van de Romeinse oudheid naar de christelijke middeleeuwen was hij de eerste die zich als paus Servus Servorum Dei, 'dienaar van de dienaren Gods' noemde en een van de weinigen die zich ook zo gedroegen.
Men zegt dat Gregorius toen hij oud en jichtig was op een rustbed liggend zijn leerlingen in de kerkzang heeft onderwezen die sinds de 9e eeuw carmen gregorium, 'gregoriaans' werd genoemd.
Tegenwoordig wordt aangenomen dat het gregoriaans zoals wij dat nu kunnen horen pas rond de 8e eeuw is ontstaan.
Gregorius stierf op 12 maart 604, zijn graftombe bevindt zich in de Cappella Clementina van de Sint Pieter in Rome.
Van Gregorius zijn 854 brieven en diverse boeken bewaard gebleven die worden geschaard onder de auctoritates, gezagvolle uitspraken die als uitgangspunt voor theologisch commentaar dienden.
Omdat zijn geschriften inhoudelijk eerder praktisch dan theoretisch waren en ze vaak grappige (Latijnse) woordspelingen bevatten, waren deze erg populair.
Vanwege zijn grote verdienste voor de Westerse kerk verkreeg Gregorius samen met Ambrosius, Augustinus en Hiëronymus de titel kerkvader.

Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem twee keer:
Te Rome de heilige belijder en uitmuntende kerkleraar paus Gregorius I. Om zijn roemvol bestuur en de bekering van de Engelsen tot het christendom kreeg hij de bijnaam van 'de Grote' en van 'Apostel van de Engelsen'.
(12 maart)

Eveneens te Rome de wijding van de onvergelijkelijke man, de heilige Gregorius de Grote, tot paus. Gedwongen die last op zich te nemen, heeft hij, vanaf die hoge troon, door de heldere stralen zijn heiligheid over de wereld uitgeschenen.
(3 september)
Zijn motto bij de missionering van Engeland was 'stap voor stap en langzaam' en hij liet daarom heidense tempels staan om er kerken van te maken.

Legenden

De Legenda Aurea somt verschillende wonderlijke gebeurtenissen op die tijdens en na het leven van Gregorius plaatsvonden.
  • Een engel in de gedaante van een schipbreukeling vraagt Gregorius om hulp; deze geeft hem tot twee keer toe zes zilverlingen; als de engel voor een derde keer terugkeert kan Gregorius hem alleen nog de zilveren schaal aanbieden die zijn moeder gebruikte om fruit te sturen.
  • Tijdens een pestepidemie in Rome organiseert Gregorius een processie waarbij men litanieën zingt bij een schilderij van Maria; de aartsengel Michaël verschijnt dan, met getrokken zwaard, staande op de top van de burcht van Crescentius (bedoeld is waarschijnlijk het mausoleum van keizer Hadrianus), later Castel Sant'Angelo, 'Engelenburcht' genoemd; toen de engel zijn zwaard in de schede had gestoken verdween de pest.
  • Twaalf armen zijn door Gregorius aan tafel uitgenodigd en een dertiende blijkt de Heer Jezus zelf te zijn die tevens onthult dat hij de schipbreukeling was die de zilveren fruitschaal kreeg.
  • Gregorius reikt in de mis bij de communie de hostie uit aan een vrouw die bij de woorden 'dit is het lichaam van Christus' begint te lachen omdat Gregorius dit zegt over een hostie die ze zelf heeft gebakken; Gregorius bidt vervolgens dat de vrouw dit wel gaat geloven, de hostie verandert in vlees in de vorm van een vinger, Gregorius bidt opnieuw en de vinger wordt weer hostie, waarop de vrouw gelooft in de transsubstantiatie. Een variant op deze legende vertelt dat Jezus zelf verschijnt als Man van Smarten waarbij bloed uit zijn zijde in de kelk loopt; deze variant staat bekend als de 'Gregoriusmis'.
  • Enkele vorsten vragen Gregorius om een kostbare relikwie; hij geeft hen een stukje van de dalmatiek van Johannes de Evangelist; dat vinden ze echter geen te min; na gebed neemt Gregorius een mes en steekt het in het stukje kleed dat vervolgens begint te bloeden.
  • Een door de duivel bezeten paard wordt door Gregorius met een kruisteken genezen.
  • Zijn diaken Petrus ziet geregeld op het hoofd van Gregorius de heilige Geest in de gedaante van een duif.
  • Het gebed van Gregorius redt keizer Trajanus die al vijf eeuwen in het vagevuur gekweld wordt; volgens sommigen werd hij zelfs tot leven gewekt (zie onder).

Gregorius en keizer Trajanus

De Legenda Aurea weeft binnen het relaas over Gregorius de Grote een optreden van de Romeinse keizer Trajanus.
Trajanus reed eens op zijn paard in grote haast op weg om ergens oorlog te voeren toen een weduwe hem de weg versperde. Bitter wenend sprak zij: 'Ik zweer u keizer, wreek de dood van mijn zoon, want men heeft hem onschuldig gedood.' Trajanus zwoer dat hij recht zou spreken, als hij ongedeerd uit de strijd zou terugkeren. Maar de weduwe sprak: 'Als u in de strijd sterft, wie zal dan recht spreken?' De keizer antwoordde: 'Hij, die na mij keizer zal zijn.'. De weduwe sprak: 'Als een ander recht spreekt, wat voor zin heeft dat voor mij?' Hij antwoordde: 'Het heeft ook geen zin voor mij.' En zij sprak: 'Is het dan niet beter dat u nu rechtspreekt en daarvoor een beloning krijgt dan dat u het aan iemand anders overlaat?' Toen kreeg de keizer medelijden en steeg van zijn paard af en sprak recht over het bloed van de onschuldige.

Men vertelt ook dat een zoon van keizer Trajanus toen deze moedwillig door de stad galoppeerde de zoon van een weduwe onder de voet liep. Toen de weduwe zich daarover beklaagde, gaf Trajanus haar zijn eigen zoon om de plaats van haar omgekomen zoon in te nemen en voegde daar nog vele geschenken aan toe.

Toen Trajanus al lange tijd dood was, gebeurde het eens, dat Sint Gregorius over het Forum Traianum liep en dacht aan diens mildheid en gerechtigheid. Daarom ging hij naar de Sint Pieter en weende bitter over het ongeloof van de keizer. En zie, een stem uit de hemel sprak: 'Jouw gebed is verhoord, ik heb Trajanus verlost van de eeuwige pijn. Maar pas op dat je voortaan niet meer bidt voor een ​​andere verdoemde.'
Hierna schrijft De Voragine nog enkele elkaar tegensprekende varianten van het verhaal, bijvoorbeeld dat Trajanus weer tot leven werd gewekt en genade, vergeving en eeuwige heerlijkheid verkreeg en niet veroordeeld tot eeuwige pijniging en een onherroepelijk vonnis. Anderen zeggen echter dat Trajanus niet helemaal van de eeuwige pijn werd bevrijd, maar dat die werd opgeschort tot de dag des oordeels.

Rond 1436 kreeg Rogier van der Weyden de opdracht vier grote taferelen te schilderen voor het Brusselse stadhuis.
De opdracht was bedoeld als voorbeeld van een exemplum iustitiae, een rechterlijk voorbeeld voor de schepenen die gewetensvol recht dienden te spreken.
De schilderijen zijn echter in 1695 bij het bombardement van Brussel door de Fransen in vlammen opgegaan.
Het werk bestond vermoedelijk uit vier bijna vierkante panelen, met zijden van 4,5 meter.
Van deze panelen is rond 1450 een (gecomprimeerde en mogelijk deels gespiegelde) kopie gemaakt als wandtapijt van ruim 4 x 10 meter dat bewaard wordt in het Historisches Museum in Bern.
De vier panelen zijn op het tapijt van elkaar te onderscheiden door de vier dikke zuilen.
Op twee panelen (de twee linker compartimenten op het tapijt) schilderde hij bovenstaande legende van Trajanus en Gregorius.
Op de linkerhelft van het eerste paneel zien we Trajanus op het punt met zijn leger de stad te verlaten tot hij wordt aangeklampt door de weduwe.
Trajanus rijdt van rechts naar links het beeld uit.
Op de rechterhelft is Trajanus afgestegen en voor hem is de beschuldigde in gebed, afwachtende tot zijn vonnis voltrokken wordt.
Op de eerste scène van het tweede paneel is paus Gregorius te zien, in gebed voor een altaar waar een beeld van de heilige Petrus op staat.
Ook dit paneel wordt in tweeën gedeeld, nu door middel van een wat kleinere zuil.
De tweede scène is een latere toevoeging aan de legende uit de Legenda Aurea.
Drie mannen dragen een schaal met daarop de schedel van Trajanus waar de perfect bewaarde tong nog in zit.
Op de vloer voor de paus staat de gouden urn waar de stoffelijke overschotten van Trajanus in zaten.
Tussen de omstanders vermoedt men een zelfportret van Rogier van der Weyden die het schilderij / het tapijt uitkijkt naar de toeschouwer.

De panelen 3 en 4 beelden de legende van Herkenbald uit, een magistraat van Brussel die rond 1020 zou hebben geleefd en werd beschouwd als het voorbeeld van een onkreukbare rechter.

Vier miniaturen

In het zogenaamde verluchtingsprogramma gemaakt door de Geboeders Van Limborch voor het getijdenboek Les Belles Heures de Jean de Berry zijn vier miniaturen opgenomen in verband met de pestepidemie.

1 - Folium 73 recto

Paus Gregorius, geïnspireerd door de in zijn oor fluisterende duif van de heilige Geest (een van zijn vaste attributen in de iconografie), predikt voor een menigte van geestelijkheid en leken.
Hij draagt anachronistisch de pauselijke tiara, omdat daarvan pas voor het eerst melding wordt gemaakt een eeuw na Gregorius' dood.
Het is een hoofdtooi voor bijzondere gelegenheden die bestaat uit drie boven elkaar geplaatste gouden kronen die verwijzen naar drie pauselijke functies:
  • Vader van koningen en vorsten (wereldlijke macht)
  • Geestelijk leider van de wereld (kerkelijke macht)
  • Plaatsvervanger van Christus (rechterlijke macht)
Een man die op de voorgrond wordt getoond, is geveld door de pest, die wordt weergegeven met een nauwkeurigheid die een persoonlijke kennis van de Van Limborchs verraadt.
Rechts twee luisteraars die ineenkrimpen bij het zien van de slachtoffers.

2 - Folium 73 verso

Paus Gregorius leidt een processie uit de stadspoort van Rome, voorafgegaan door kerkgangers die uit een koorboek zingen.
Linksonder buigen twee hoofdbedekte figuren zich neer, terwijl een in verkort perspectief getekend pestslachtoffer zijn ledematen ten dode naar boven steekt.

3 - Folium 74 recto

De aartsengel Michael heft zijn zwaard boven het kasteel - bedoeld als het Castel Sant'Angelo - en kondigt zo het einde van de pest aan.
De scène concentreert zich op de slachtoffers.
Hun dramatische bleekheid en extreme posities in de dood tonen de inventiviteit en durf van de gebroeders.

4 - Folium 74 verso

Deze ongewone, dramatische en huiveringwekkende scène toont een processie zoals beoefend in Europa in de dagen van de Van Limborchs, met flagellanten die zichzelf en elkaar zweepslagen toedienen.
De draakwimpel die aan het kruis wappert volgt een gewoonte in Frankrijk.
De kleding van de flagellanten laat zowel de kappen zien die in Italië gebruikelijk waren als de breedgerande hoeden met blote torso's die typisch zijn voor Noord-Europa.
Dit is een van de scènes die de vaardigheid, durf en innovatie van de kunstenaars in het presenteren van het naakte menselijk lichaam toont.

Herman, Paul en Johan van Lymborch
Getijdenboek Les Belles Heures van Jean de France, hertog van Berry (circa 1405-09)
Folium 73 recto t/m Folium 74 verso
23,8 x 17 cm
New York - MET (The Cloister Collection)