BaldakijnMaffeo Barberini was vanaf 1623 paus onder de naam Urbanus VIII. Hij werd in 1568 geboren als telg van het belangrijke Florentijnse geslacht Barberini. Dankzij een maakte hij al jong promotie bij de pausen Sixtus V en Gregorius XIV. Onder paus Clemens VIII klom hij zelf op tot nuntius bij het Franse hof. Paulus V benoemde hem in een vergelijkbare functie, en vervolgens klom hij op tot kardinaal en tot pauselijk legaat naar Bologna. Op 6 augustus 1623 werd hij gekozen tot opvolger van paus Gregorius XV.Urbanus VIII zou ooit Gian Lorenzo Bernini begroet hebben met de volgende woorden: Het is voor u een groot geluk om de paus te mogen ontmoeten, maar het geluk is voor mij nog veel groter dat u, Bernini, leeft tijdens mijn pontificaat. Het verduidelijkt meteen dat Bernini een grote rol speelde in de architecturale doeleinden van Urbanus VIII. Bernini kreeg zijn eerste grote opdrachten van de familie Barberini in het algemeen en in het bijzonder van Maffeo Barberini. Deze paus was erg opgetogen over de talenten van Bernini, omdat hij voortdurend de grenzen bewandelde van architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst. Urbanus VIII, in navolging van Paulus V, introduceerde hem zelfs als de nieuwe Michelangelo. Een andere visie over het enthousiasme van Urbanus VIII voor Bernini is het feit dat deze architect op zijn jeugdige leeftijd nog erg beïnvloedbaar was voor de zeer specifieke ambities die de paus voor ogen had, misschien omdat Bernini nooit een formele architectuuropleiding genoten had. Om zijn macht te etaleren maakte hij naast zijn acties op militair vlak ook gebruik van de architectuur, de schilderkunst en de beeldhouwkunst. Kort na zijn ambtsaanvaarding in 1623 zou hij opdracht geven tot voltooiing van de Sint-Pietersbasiliek. Hij gaf Bernini opdracht voor het ontwerpen van het baldakijn boven het hoofdaltaar. Deze overkapping zou de allures van het Pantheon moeten overnemen. Ten behoeve van dit baldakijn, maar ook van de fabricage van kanonnen, werden de bronzen omlijstingen van de cassetten geplunderd uit het Pantheon, dat al sinds 609 een christelijke kerk was. Dit leidde tot de memorabele uitspraak quod non fecerunt barbari, fecerunt Barberini, 'wat de barbaren niet deden, deden de Barberini'. Urbanus VIII liet het niet na ook in het baldakijn het symbool van hemzelf en zijn familie – er zaten bijen in hun wapenschild - erin te verwerken. Dit is een rechtstreeks gevolg van het feit dat Urbanus VIII zelf ook deelnam aan het ontwerp van het baldakijn. Maar, meer dan zijn familie bevoorrechten, was het zijn doel om een blijvende stempel te kunnen drukken op de katholieke kerk. Met het baldakijn had hij dus zijn beoogde stempel behaald. Om al zijn projecten te kunnen financieren was Urbanus VIII genoodzaakt om belastingen te heffen, die de populariteit van hem en de katholieke kerk niet ten goede kwamen. Maar voor Urbanus VIII was architectuur bedoeld om het volk te bedwelmen met zijn schoonheid, en de gelovigen hun geloof in de katholieke kerk te laten bevestigen. Het moest imponerend zijn en de kracht van de kerk en zijn paus etaleren. De technische details van het baldakijn zijn zowel indrukwekkend als afschuwwekkend megalomaan.
|
|
Gian Lorenzo Bernini (1598-1680)
Baldakijn (1624-33) Rome - Sint-Pieter Urbanus VIII (1635-40) Marmer, 260 cm hoog Rome - Palazzo dei Conservatori |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |