Paul Verheijen

ALBRECHT DÜRER

Salvator Mundi

Triptiek?

Deze drie panelen van Albrecht Dürer worden hier afgebeeld in reconstructie als triptiek. Dit is echter allerminst zeker. De theorie wordt door Dürerkenners zowel aangehangen als weersproken. Opvallend hierbij zijn de uiteenlopende afwerkingsniveaus van de drie panelen. Bij de figuur van de Salvator Mundi zijn de vleespartijen grotendeels in het stadium van de ondertekening gebleven. Deze is met buitengewone rijkdom en detaillering uitgevoerd met pen en penseel. De zijpanelen zijn eveneens onvoltooid, maar bevinden zich in een verder gevorderd stadium van ontwikkeling. Bovendien heeft slijtage van het oppervlak geleid tot het verlies van een aantal details die voorheen aanwezig waren. De opzet, die op een aantal plaatsen zichtbaar is, werd vrij schetsmatig uitgevoerd en waarschijnlijk met metaalstift en penseel (in plaats van krijt) opgezet.
Voordat de panelen werden uitgedund en voorzien van een steunconstructie – een procedure die tussen 1939 en 1945 plaatsvond – werd de achterzijde ervan bedekt met een krijtgrondlaag, ter voorbereiding op een eventuele verdere artistieke bewerking. Het Salvatorpaneel werd in 1863 voltooid door de restaurator Anton Deschler uit Augsburg, maar uiterlijk in 1939/40 in zijn oorspronkelijke staat hersteld.
Een belangrijk argument tegen de triptiek-hypothese is dat de panelen iconografisch moeilijk met elkaar te verenigen zijn.

Afgebeeld personen

Job
Vergelijking Bellini en Dürer
Het middenpaneel toont Christus ten halven lijve, zegenend en afgezet tegen een diepgroene achtergrond. Hier afgebeeld in zijn rol als Verlosser van de wereld, houdt hij in zijn linkerhand een kristallen bol vast, bekroond met een met juwelen bezette kroon. Het bovenlichaam volgt een lichte S-curve en het hoofd is naar links gebogen.
Op het rechterpaneel is Johannes de Doper afgebeeld. Hij wijst naar het Lam Gods, dat direct achter hem op een rode doek rust.
Op het linkerpaneel, tegen een landschapsachtergrond, is een bebaarde oude man, slechts bekleed met een lendendoek, afgebeeld. Hij staat en leunt ter ondersteuning op een staf. Wie is hier afgebeeld. Een inventaris uit 1616 meldt over de twee zijpanelen:
Zwey ablangite täfelein oder flügel zu einem altar in rämblein dritthalb schu lang, darauf S.Johann Baptista und S.Onophorus, von Albrecht Dürers hanndt undermahlett.
De identificatie van Onuphrius de Grote wordt echter betwijfeld, omdat deze Egyptische kluizenaar traditioneel wordt afgebeeld met volle lichaamsbeharing en een schort van bladeren. Eerder komt Job in aanmerking op de Pala di San Giobbo van Giovanni Bellini, door wie Dürer sterk is beïnvloed. De figuur lijkt in zijn gezicht ook op Job in Dürers Jabach-triptiek.

Christusportret

Christuskopf (1514)
Moskou - Baldin collectie, v/h Bremen - Kunsthalle
Olieverf op paneel, 21 x 19 cm
Zo'n acht jaar later schilderde Dürer een Christusportret. Dit kleinschalige schilderij toont het gelaat van Christus, samen met een sterk verkort gedeelte van zijn romp. Niets in de afbeelding doet afbreuk aan de strikte frontaliteit van het hoofd, al hebben toeschouwers de indruk dat de blik van Christus de hunne op een haar na mist. De volle baard is onderaan in twee strengen gedraaid en het golvende, tot op de schouders reikende haar heeft een middenscheiding. Het kledingstuk heeft een V-hals waarvan de rand is voorzien van een bies. Een halo met drie lelies licht op tegen de achtergrond.
De afbeelding van Christus ontwikkelt zich tot een devotie-afbeelding in de vorm van een anoniem portret, dat echter is geïdealiseerd als het gezicht dat 'het allermooiste ter wereld' is', volgens Dürer zelf in een concept voor de inleiding van zijn traktaat over de schilderkunst uit circa 1512-13. Mogelijk vormde een geometrische constructie het uitgangspunt voor deze afbeelding.
Het paneel is voorzien van een monogram en het jaartal 1514 en is sinds de Tweede Wereldoorlog niet meer toegankelijk geweest voor onderzoekers en er is momenteel bij mijn weten zelfs geen kleurenfoto van beschikbaar. Reeds voordat het tijdens de oorlog veilig werd opgeborgen, was de staat ervan verre van optimaal. Het verfoppervlak vertoonde zware craquelé en een verticale barst liep door het gehele paneel.
Albrecht Dürer (1471-1528)
Salvator Mundi (±1506)
Olieverf op paneel, 58 x 47 cm (midden)
New York - MET
Job (±1506)
Olieverf op paneel, 59 x 22 cm (links)
Bremen - Kunsthalle
Johannes de Doper (±1506)
Olieverf op paneel, 59 x 22 cm (rechts)
Bremen - Kunsthalle
2016 Paul Verheijen / Nijmegen