Paul Verheijen

STEFAN LOCHNER

Dombild

Open

Albrecht Dürer schreef in een dagboeknotitie uit 1520 over dit altaarstuk:
Item hab 2 weiß pf. von der Taffel aufzusperren geben, die Maister Steffan zu Cöln gemacht hat.
Vertaald betekent dit dat hij twee witpenningen gaf om het altaarstuk van 'Stefan' te laten openklappen. Deze notitie was cruciaal omdat het de naam onthulde van de tot dan toe anonieme maker van het retabel.
Stephan Lochner maakte het voor de raadskapel van het stadhuis in Keulen waar de raadsleden werden beëdigd en bijeenkwamen voordat ze belangrijke beslissingen namen. In 1810 kwam het in de Dom aldaar terecht (zie inscriptie onder).

Het drieluik toont Christus gezeten op de schoot van de Moeder Gods, Op het rechterluik is afgebeeld en op het linkerluik .
Als altaarstuk fungeerde het als het spirituele middelpunt van de stedelijke gemeenschap. Net als bij de Majestas Domini in de raadhuizen van de Noord-Italiaanse stadstaten, brengt de Keulse burgerij hier hulde aan haar Heer door zich aan het hemelse hof te laten vertegenwoordigen door haar beschermheiligen.
Op de schoot van zijn Moeder zit Christus die wordt aanbeden door de beschermheiligen van Keulen, de Drie Koningen. Al het licht gaat van Hem uit. Hij wordt vereerd door de zeven lichaamloze engelen op de troon, die tegelijkertijd de inwoners van de stad – in navolging van hun beschermheiligen – oproepen om Hem met Kerstmis te vereren.

Lochner combineert de grootse compositie van Italiaanse schilderijen met de nauwgezette weergave van details die hij in Nederland heeft geleerd. Zo wordt elk hoofd, bij nader inzien, een portret. Ook de kleding, de sieraden, de bloemen en alle details zijn met bijzondere zorg geschilderd. Het is zeer waarschijnlijk dat Lochner ook over bijzondere expertise in de edelsmeedkunst beschikte.
Het hele drieluik heeft een tijdloze gouden achtergrond. Wil Lochner hiermee aangeven dat de aanbidding en de aanwezigheid van God in ons midden altijd aanwezig is, hier en nu?

Vanuit de luiken aan de linkerzijde komt Ursula op met haar maagden – ter herinnering aan wie de stad Keulen elf vlammen in haar stadswapen heeft opgenomen – terwijl aan de andere kant Gereon verschijnt als aanvoerder van de jongemannen die klaarstaan ​​om de stad te verdedigen. Lochner zelf staat in het rood gekleed naast Gereon. Zijn slanke rechterhand, waarop een bijzonder licht valt, rust op de massieve greep van een tweehandige zwaard en zijn linkerhand ligt op de arm van de jongeman naast hem.

Gesloten

De zijvleugels van het altaarstuk worden dichtgeklapt tijdens de traditionele perioden van bezinning en soberheid: Advent en Vastentijd. Deze achterzijde van het altaarstuk is in een veel eenvoudigere stijl geschilderd dan de rijk gekleurde hoofdvoorstelling. Het toont de Annunciatie. De Maagd Maria knielt in haar vertrek. Haar gezicht is meisjesachtig en haar volle, blonde haar – dat in geordende banen naar beneden valt – wordt boven het voorhoofd bijeengehouden door een dubbele parelsnoer, geheel volgens de mode van Lochners tijd. De kamer en haar kleding zijn in orde, net zoals haar hele leven geordend was tot het moment waarop de engel Gabriël haar de boodschap bracht. Haar bovenkleed, die in brede plooien valt, suggereert dat onrust, tumult en iets dat onmogelijk over het hoofd te zien is, zich plotseling op haar afstorten. Toch dringt deze onrust niet door tot haar hart. Het gebaar van haar linkerhand, die oprijst uit de plooien van haar mantel, getuigt ervan dat haar standvastige vertrouwen heeft gezegevierd. De hand loopt evenwijdig aan de lelie op de bank. De lelie is naar God toe gegroeid en in drie stadia tot bloei gekomen. Op de afbeelding moeilijk te zien zijn de woorden Ecce ancilla Domini die ​​op de vaas staan gegrift. Ook op deze wijze groeide Maria naar de Drie-enige God toe. Ze kan zichzelf niet verloochenen. Het boek van het Tweede Testament met het nieuwe verbond ligt opengeslagen.
Aan de andere kant staat de engel Gabriël. Zijn machtige vleugels – het teken van zijn hemelse oorsprong – laten de menselijke woonstee bijna springen. Hij buigt de knie en brengt zijn boodschap per brief over: Ave, gratia plena, Dominus tecum. In zijn hand houdt hij de herautsstaf, teken van zijn gezag als boodschapper. De rode mantel met de groene voering wordt bijeengehouden door een grote gesp met de afbeelding van God. Op de gouden bies van Gabriëls mantel staan aan weerszijden drie engelen met de handen gevouwen in gebed. Stellen zij de overige zes aartsengelen voor? De linkervleugel van Gabriël is zo licht als de dag, de rechter zo donker als de nacht. Het jeugdige gelaat van Maria blikt vol angstige verwachting naar degene die door haar 'ja' de nacht die over de wereld ligt, kan keren en de nieuwe dag kan inluiden.

Herdenkingsinscriptie

De later aangebrachte Latijnse inscriptie onder het retabel luidt:
D.O.M. DIVISQVE AGRIPPINENSIVM TVTELARIBVS CONSECRATVM
AETERNA PATRVM RELIGIONE ANTIQVAE ARTIS NOSTRAE MONVMENTVM
QVOD SVPER ARAM SACELLI VBI SENATORIO QVONDAM ORDINI PRO
SACRIS FACIVNDIS ANTE CVRIAE NEGOTIA CONVENIRE RITVS ERAT
AB AN. CIƆ.IƆ.CCCC.X.XV. SVSPENSVM FVERAT SVBLATA PER TEMPORVM
INIVRIAS LOCI REVERENTIA SEPOSTVM CVLTV NON ADMIRATORIBVS CARVIT
ID QVVMP IORVM VOTA RELIGIONI RESTITVTVM ESSE VELLENT REINER
A KLESPE REGIONIS COLON. PROPRAEFECTVS ET IAC. A WITTGENSTEIN
CIVIVM MAGISTER IDEMQVE LEG. HONORARIAE SODALIS PROBANTE
PATRVM CONCILIO IN HOC PRISCAE METROPOLEOS TEMPLO PROPE
SSS. MAGORVM TVMBAM SOLEMNI DEDICATIONE EXPONI CVRAVERVNT
IPSO DIE SERVATORIS A MAGIS ADORATI FESTO. CIƆ.IƆ.CCC.X.
Gewijd aan God, de Beste en Grootste (D.O.M.), en aan de beschermheiligen van Keulen (Agrippina). Dit monument van onze oude kunst, door de eeuwige vroomheid van de vaderen vanaf het jaar 1445 geplaatst boven het altaar van de kapel waar de senaatsorde volgens goed gebruik bijeenkwam voor de heilige mis voorafgaand aan de raadszaken, werd door het onrecht van de tijd aan de eerbied van die plek onttrokken. Hoewel het uit de eredienst was weggenomen, ontbrak het niet aan bewonderaars. Toen de vrome wensen verlangden dat dit aan de religie zou worden teruggegeven, hebben Reiner a Klespe (onderprefect van de regio Keulen) en Iac a Wittgenstein (burgemeester en lid van het Legioen van Eer), met instemming van de raad van vaderen, dit werk in deze tempel van de oude metropool, nabij de tombe van de heilige Wijzen, door een plechtige wijding laten tentoonstellen op de feestdag zelf van de Aanbidding der Wijzen, 1810
Anton Reiner von Klespe (±1744–1818) en Johann Jakob von Wittgenstein (1754–1823) waren sleutelfiguren in de roerige geschiedenis van Keulen rond 1810. Toen Keulen destijds bezet was door de Franse troepen van Napoleon, zorgden zij ervoor dat het retabel van Lochner niet verloren ging. Omdat Klespe de regio bestuurde en Wittgenstein de stad, konden zij samen met de steun van de stadsraad de bureaucratische Franse wetten omzeilen. Ze besloten het topstuk officieel te schenken aan de Keulse Dom, die destijds wél open mocht blijven voor de eredienst. Op 6 januari 1810 (Driekoningen) werd het altaarstuk daar feestelijk ingewijd.
Stefan Lochner (±1410-1451)
Dombild (1445)
Olieverf op paneel, 282 x 261 cm (middenpaneel); 282 x 116 cm (zijpanelen elk)
Keulen - Dom (Mariakapel)
[Hoofdfoto: 07-09-2026]
2016 Paul Verheijen / Nijmegen