Paul Verheijen

MALCHUS

Matteüs Marcus Lucas Johannes
Nu greep een van Jezus’ metgezellen naar zijn zwaard. Hij trok het, haalde uit en sloeg de dienaar van de hogepriester een oor af. Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Steek je zwaard terug op zijn plaats. Want wie naar het zwaard grijpt, zal door het zwaard omkomen. Je weet toch dat Ik mijn Vader maar te hulp hoef te roepen of Hij stelt Mij onmiddellijk mer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking. Maar hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, waar staat dat het zo moet gebeuren?
(Mt 26,51-54)
Een van de omstanders trok een zwaard, haalde uit en sloeg een dienaar van de hogepriester een oor af.
(Mc 14,47)
Toen degenen die bij Hem stonden zagen wat er ging gebeuren, vroegen ze: ‘Heer, zullen we er met het zwaard op los slaan?’ En een van hen haalde uit naar de dienaar van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af. Maar Jezus zei: ‘Houd daarmee op!’ Hij raakte het oor aan en genas de man.
(Lc 22,49-51)
Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die knecht. Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’
(Joh 18,10-11)

Verzet

Na het Laatste Avondmaal probeerden de apostelen in Getsemane tevergeefs te voorkomen dat Jezus door Romeinse soldaten en leden van de tempel-ordedienst werd gearresteerd.
Dit verzet kostte Malchus, de slaaf van hogepriester Kajafas, wel het rechteroor.
Petrus hakte dit af met zijn zwaard.
Waarschijnlijk trad Malchus toen op als waarnemer voor zijn meester, want volgens de joodse geschiedschrijver Flavius Josephus lieten de hogepriesters zich bij precaire gelegenheden als deze altijd door een slaaf vertegenwoordigen.
Afgaande op zijn Semitische naam, afgeleid van 'koning', kunnen we bij Malchus denken aan een Nabateeische Arabier, afkomstig uit de woestijn ten zuiden van Judea, waar volgens inscripties Malchus een veel voorkomende naam was.

Oor of oorlel?

Over dit handgemeen schrijven alle vier de evangeliën (zie synopsis hierboven), maar in verschillende varianten.
Matteüs vertelt dat een metgezel van Jezus met zijn zwaard een oor afhakt van de dienaar van de hogepriester.
Bij Marcus en Lucas wordt dat gedaan door een omstander.
Alleen Johannes noemt de naam van dader en slachtoffer.
Opmerkelijk is dat Lucas ook weet dat het om het rechteroor gaat dat het moet ontgelden, maar bij hem geneest Jezus dit rechteroor ook weer.
Mogelijk heeft dit detail te maken met het feit dat Lucas arts was (Kolossenzen 4,14).
Alle evangelisten spreken over het oor dat afgehakt wordt.
Matteüs en Lucas schrijven het Griekse woord voor 'oor', maar Marcus en Johannes gebruiken het verkleinwoord 'oortje'.
Bedoelen zij daarmee het oorlelletje?
In dat geval zal Petrus geen zwaard hebben gebruikt, maar eerder een dolk of mes.
Verderop in het passieverhaal zal Johannes echter wél spreken over ‘oor’ als hij dit incident memoreert (Johannes 18,26).

In overdrachtelijke zin is het menselijk oor te beschouwen als de poort naar het verstand.
Moeten we Petrus’ actie interpreteren als een aanval op het niet willen luisteren of de domheid van de joodse leiders?
En waarom is het van belang te weten dat het om het rechteroor gaat?
Is dat een ander oor dan het linker?
De precieze reden waarom Johannes zo gedetailleerd over dat rechteroortje rept, lijkt moeilijk te achterhalen.

Zwaard of dolk?

De NBV21 vertaalt het wapen waarmee Malchus wordt verwond met 'zwaard'.
De grondbetekenis van het Griekse woord machaira is ‘dolk’, maar het kan ook slaan op een (scheer)mes, een (krom)zwaard, een sabel of slechts een schaar.
Bij een mes zou het in verband gebracht kunnen worden met het komende slachten van de paaslammeren.
Eens te meer blijkt dat vertalen interpreteren is: iemand te lijf gaan met een zwaard is van een andere orde dan met een schaar of een scheermes.
Of de daarbij werkwoorden - grijpen, trekken, uithalen, (op los) slaan - wijzen op een groot of een klein wapen is niet duidelijk.
De sfeer van de scène is hoe dan ook dreigend en militair.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen