Synopsis
|
||||
DekaloogBovenstaande leefregels ontving Mozes van God, op de berg Sinaï, op twee stenen tabletten (archaïsch 'tafelen' geheten). Deze twee tafelen waren niet alleen door God gemaakt, maar ook beschreven door Gods vinger (Exodus 31:18; Deuteronomium 4:13; 5:22; 9:10). De regels hebben grote invloed gekregen op samenlevingen waarin jodendom, christendom of islam dominant werd.In Exodus 34 staat dat God Mozes opdroeg een tweede versie van deze stenen tafelen te maken, omdat hij de eerste stuk gooide toen hij terugkwam van de berg en zag dat het volk een gouden kalf had gemaakt en aanbad. God gaf Mozes opdracht om twee stenen platen uit te hakken, waarna Hij ze zou beschrijven (Exodus 34:1), maar nadat God aanvullende geboden had gegeven waaraan de Israëlieten zich moesten houden, zei God tegen Mozes: 'Stel deze geboden op schrift, want op grond van deze geboden sluit Ik met jou en de Israëlieten een verbond' (Exodus 34:27). Dit had kennelijk geen betrekking op de tien geboden, want later vertelde Mozes dat God de stenen platen die hij had uitgehakt had beschreven en aan hem had overhandigd (Deuteronomium 10:1-4). Na voorlezing aan het verzamelde volk werd deze tweede set stenen tafelen in de ark van het verbond bewaard. Gewoonlijk worden deze leefregels de Tien Geboden genoemd. En de HEER heeft er hetzelfde op geschreven als de eerste keer: de tien geboden die Hij vanuit het vuur had bekendgemaakt, toen u bij de berg bijeen was. Hij overhandigde mij de platen, waarna ik terugging, de berg af. Ik heb ze in de ark gelegd, de kist die ik in opdracht van de HEER gemaakt had, en daar liggen ze nog.In het Hebreeuws staat er aseret haddebariem geschreven hetgeen letterlijk 'de tien woorden' betekent. De Griekse Septuagint vertaalt ze met deka logous. Om die reden worden de Tien Geboden ook 'Dekaloog' genoemd. Soms wordt ook de aanduiding 'de stenen tafelen', 'de tafelen der Wet', 'Wet des He(e)ren', 'De verbondstekst' (naar Exodus 25:16 en 21; 40:20) of 'De tafelen der Getuigenis' (naar Exodus 31:18; 34:29) gebruikt. Zoals in de synopsis hierboven is te lezen stemmen de formuleringen grotendeels overeen. Bij de sabbatrust verwijst Deuteronomium echter niet naar Gods schepping. Verder wordt de 'vrouw van een ander' in plaats van het 'huis van een ander' geïsoleerd van zijn overig bezit. Lierarair gezien is het getal 10 merkwaardig, want het gaat over meer dan tien geboden. In Exodus worden minstens twaalf verboden en twee geboden gevonden, in Deuteronomium zijn het twaalf verboden en drie geboden. Ondanks vele pogingen is het niet gelukt de beide opsommingen te synchroniseren, noch een originele tekst te vinden die ten grondslag ligt aan beide versies. Zelfs als individuele frases onder één opschrift worden samengevat, is het duidelijk dat het terugbrengen tot het aantal tien een constructie is, bedoeld om op het symbolische tiental uit te komen. De oorspronkelijke tekst bevat in elk geval geen aanwijzing waar het ene gebod eindigt en het andere begint. Om die reden kun je van elkaar afwijkende indelingen aantreffen. De tien geboden zijn onderdeel van de 613 mitswot, 'voorschriften', een lijst met geboden en verboden die God via de eerste vijf boeken van de Bijbel gaf. Deze voorschriften vormen de kern van de halacha, de religieus-joodse regelgeving. Ze zijn verdeeld in 248 geboden en 365 verboden. |
||||
Oude catechismusDe voormalige oude catechismus van de roomskatholieke kerk verdeelde de tien geboden over verschillende vragen en formuleerde ze aldus:1 - Gij zult geen afgoden vereren, maar Mij alleen aanbidden en boven alles beminnen (vraag 422) 2 - Gij zult de Naam van de Heer, uw God, niet zonder eerbied gebruiken (vraag 455) 3 - Wees gedachtig dat gij de dag des Heren heiligt (vraag 466) 4 - Eer uw vader en uw moeder (vraag 470) 5 - Gij zult niet doden (vraag 479) 6 - Gij zult geen onkuisheid doen (vraag 486) 7 - Gij zult niet stelen (vraag 496) 8 - Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen (vraag 506) 9 - Gij zult geen onkuisheid begeren (vraag 487) 10- Gij zult niet onrechtvaardig begeren, wat uw naaste toebehoort (vraag 497) |
||||
IconografieEen merkwaardig detail van afbeeldingen in de kunst in verband met dit verhaal is dat Mozes twee hoorntjes op zijn hoofd heeft. Achtergrond hiervan is deze tekst:Mozes daalde de Sinai af, met de twee platen van het verbond bij zich. Hij wist niet dat zijn gezicht glansde doordat hij met de HEER had gesproken. Toen Aäron en de andere Israëlieten de glans op Mozes’ gezicht zagen, durfden zij niet naar hem toe te gaan, maar Mozes riep hen bij zich. Aäron en de leiders van het volk kwamen bij hem en Mozes sprak met hen. Daarna kwamen ook de andere Israëlieten. Hij droeg hun op zich te houden aan alles wat de HEER hem op de Sinai gezegd had. Toen hij uitgesproken was, bedekte hij zijn gezicht met een sluierdoek. Steeds wanneer Mozes voor de HEER verscheen om met Hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij weer naar buiten kwam. Als Mozes de Israëlieten dan zei wat hem was opgedragen, zagen zij hoe zijn gezicht glansde. Daarna bedekte hij zijn gezicht met de doek, totdat hij opnieuw met de HEER ging spreken.In het Hebreeuws wordt hier van het gezicht van Mozes gezegd dat het qaran. Dit werkwoord komt in het hele Eerste Testament alleen hier voor en in Psalm 69:32. Omdat het is afgeleid van het zelfstandige naamwoord qeren dat 'hoorn' betekent, vertaalde Hiëronymus in zijn Latijnse Vulgaat het werkwoord met cornuta esset, 'dat het gehoornd was'. In de context van de scène die draait om Mozes' gezicht en niet om zijn hoofd, kan het werkwoord beter met 'glanzen, stralen, glinsteren' vertaald worden, zoals vrijwel alle vertalingen doen. Maar in de kunst bleef Mozes zijn hoorntjes houden, hetgeen tot bizarre interpretaties kan leiden: Mozes de duivel, de deugniet, de door zijn vrouw bedrogen man. Drie evangelisten van het Tweede Testament maakten dankbaar gebruik van deze stralende Mozes bij hun beschrijving van Jezus' Transfiguratie, door Jezus ook te laten stralen, en wel in het bijzijn van Mozes. In de beeldende kunst ziet men vaak afbeeldingen van Mozes die met de twee stenen tafelen van de berg komt. De twee tafelen worden dan meestal getoond als rechthoekig met een gebogen bovenzijde. Op de tafelen staan dan soms Romeinse cijfers van I tot X, als de kunstenaar het niet praktisch vond - of geen zin had? - de volledige tekst te schilderen. Interesaant is dan de verdeling. Soms wordt gekozen voor een evenwichtige en symmetrische I-V en VI-X, maar een verdeling I-III en IV-X komt ook voor. Deze laatste verdeling gaat uit van de opvatting dat de eerste drie geboden gaan over de verhouding God-mens en de volgende zeven over de verhouding mens-mens. |
||||
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |