Paul Verheijen

PIETRO PERUGINO

Philippus Benitius

Nederig

Op 15 augustus 1233 zaten zeven rijke burgers van Florence in een oude kerk toen zij plotseling omstraald werden door een helder licht. Het was Maria die de mannen aanspoorde hun wereldse rijkdom vaarwel te zeggen en te gaan samenleven om zich geheel aan haar dienst te wijden. Zonder bedenken wierpen zij hun rijkdom af en gingen in afzondering en armoede leven op de onherbergzame Monte Senario in holen en kluizen.
Op diezelfde dag werd in Florence Filippo Benizi geboren als zoon van welgestelde ouders. Een wonderbaarlijk licht omstraalde ook de moeder bij de geboorte. Vijf maanden later bedelden twee van de zeven kluizenaars in Florence. Moeder met Philippus op de arm keken ernaar en het kind begint te roepen: 'Dit zijn de ware dienaren van Maria!'
Philippus studeerde filosofie en medicijnen in Parijs en Padua. Een visioen in 1254 bracht hem ertoe zich aan te sluiten bij de servieten. Dertien jaar later werd hij de vijfde algemeen overste ervan sinds de oprichting van de orde. In die functie reisde hij overal heen om zijn monniken aan te sporen hun bedelwerk uit te oefenen. Philippus zelf droeg zijn boodschap uit tot in Friesland toe. Hij stichtte daarbij ook de vrouwelijke tak van de servieten met Juliana Falconieri als eerste overste.

Eens, zo vertelt zijn hagiografie, schonk Philippius aan een melaatse bijna naakte bedelaar zijn eigen kleed, waardoor deze onmiddellijk genas. Toen het gerucht van dit wonder zich verbreidde, wilden kardinalen die in conclaaf bijeen waren vanwege de dood van Clemens IV Philippus tot paus kiezen. Toen Philippus die wens vernam, vluchtte hij op een nacht de stad uit en verborg zich drie maanden in een grot op de Monte Senario tot er een paus was gekozen (Gregorius X). Toen men hem later ook als bisschop van Florence wilde benoemen, vluchtte Philippus opnieuw.
De servieten waren alom bekende bedelaars, maar in tijden van onrust leverde dat lang niet altijd genoeg op. In Arezzo waren de servieten eens de hongerdood nabij, maar volgens de legende wist Philippus raad. Hij begon te bidden tot Maria. Even later werd op de kloosterdeur geklopt. Voor de deur was niemand te zien, maar er stonden wel twee manden met brood.
In 1285 overleed Philippus in Todi met een crucifix op de lippen met de woorden: 'Dat is mijn boek. Daarin heb ik alles geleerd, het christelijk leven en de weg naar het paradijs.'
In Todi bewaart men zijn relieken tot op de vandaag toont in een glazen schrijn.
Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 22 augustus en 23 augustus:
Te Todi in Umbrië de geboorte van de heilige Philippus Benitius, een belijder uit Florence. Hij verbreidde de orde der servieten van de zalige Maagd Maria en was een buitengewoon nederig man. Door paus Clemens X is hij bij het getal der heiligen opgeschreven. Zijn feest viert men echter de volgende dag.

Dienaar

Pas in 1953 werd vastgesteld dat op dit paneel niet Nicolaas van Tolentino is afgebeeld, maar Philippus Benitius. Het werk werd toen ook toegeschreven aan Perugino. Het maakte deel uit van het altaarcomplex dat in opdracht was gemaakt voor de kerk van de Santissima Annunziata in Florence.
In 1546 werd het paneel, ter renovatie van het polyptiek, verplaatst en aan de onderkant weggesneden, maar het bleef in de kerk tot de bouw in 1654 definitief werd afgebroken. Philippus Benitius heeft een licht aureool - dat deel lijkt uit te maken van de trompe-l'oeil schelp-nis achter hem - hoewel hij nog geen heilige was, aangezien hij pas in 1671 heilig verklaard zou worden. Het werk maakte deel uit van een breder programma ter bevordering van de zaligen van de orde, dat door de servieten vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw was geïnitieerd.
Dit werk vertoont de typische kenmerken van de stijl van Perugino. Philippus is gekleed in het zwarte habijt van de servieten. Hij heeft fijne gelaatstrekken, een regelmatig gezicht en halfgesloten ogen. Kristalheldere tinten verlenen het werk een grote lichtkracht.
De tekst in hert opengeslagen boek legt verband met de servieten:
Servus tuus sum ego et filius ancille tue, 'Ik ben uw dienaar en de zoon van uw dienstmaagd". De uitdrukking komt uit de Bijbel, onder andere Psalm 115:16 (in de Vulgaat) en wordt gebruikt om diepe nederigheid tegenover God te tonen.
Pietro di Christofano Vannucci, genaamd Perugino (1450-1523)
San Filippo Benizi (1507)
Olieverf op paneel, 79 x 62 cm
Rome - Galeria Nazionale d'Arte Antica
2016 Paul Verheijen / Nijmegen