Paul Verheijen

BRANCACCI-KAPEL

Petrus-cyclus


Linkermuur

Pietro Brancacci

In de rechterarm van het transept van de Santa Maria del Carmine in Florence bevindt zich de Brancacci-kapel.
Kerk en kapel zijn tegenwoordig voor het publiek twee gescheiden ruimtes geworden.
De kapel betreed je nu via het ernaast gelegen klooster.
De fresco's die in de kapel zijn aangebracht werden tussen 1981 en 1990 prachtig gerestaureerd en ontdaan van latere kuise toevoegingen (de vijgebladeren bij Adam en Eva).

In 1423 kregen Masolino en Masaccio de opdracht een frescocyclus te schilderen over het leven van de apostel Petrus, de patroonheilige van Pietro Brancacci die de eigenaar was van deze kapel.
Masolino was toen ongeveer veertig jaar en Masaccio rond de twintig.
Hun niet geheel afgemaakte werk werd ruim een halve eeuw later voltooid door Filippino Lippi.

Rechtermuur

Herkomst

De cyclus bevat twaalf voorstellingen, waarvan de voorstellingen 09 en 01, de beproeving van Adam en Eva in het paradijs en hun uitdrijving daaruit een soort premisse zijn voor de Petrus-cyclus.
In het paradijs heeft de mens zijn band met God verbroken.
Christus heeft die band hersteld door zijn wonderbaarlijke werken op aarde en zijn opvolger, Petrus dus, zet dit werk met zijn eigen wonderen voort.

Zes voorstellingen zijn gebaseerd op teksten uit de Handelingen van de Apostelen, één uit het evangelie volgens Matteüs (02) en de overige drie uit de Legenda Aurea, het populaire volksboek over vele heiligen, geschreven in de tweede helft van de 13de eeuw door de dominicaan Jacobus de Voragine.

Legenda Aurea

De Voragine begint zijn hagiografie over Petrus de Apostel in hoofdstuk 89 met een samenvatting van de belangrijkste gebeurtenissen uit diens leven:

Deze Petrus liep over het meer naar Christus;
hij was bij de gedaanteverandering van de Heer in het bijzonder uitverkoren en bij de opwekking van het meisje;
hij vond de munt in de bek van de vis;
(=02)
hij ontving van Christus de sleutels van het hemelse rijk;
de Heer beval hem zijn lammeren te weiden;
drieduizend mensen bekeerde hij met Pinksteren met zijn prediking;
(=03)
hij voorspelde de dood van Ananias en Saphira; (=10)
hij genas Aeneas de verlamde; (=08 links)
hij doopte Cornelius (=07) en wekte Tabitha op; (=08 rechts)
de schaduw van zijn lichaam genas de zieken; (=06)
hij werd door Herodes gevangen en door de engel bevrijd. (=12)

De scènes (04 en 05) komen uit hoofdstuk XLIV die gaan over de Heilige Stoel van Petrus.


[01]
Adam en Eva verdreven uit Eden
(Masaccio)
Gen 3, 23-24


[02]
Vondst wonderbaarlijke tempelmunt
(Masaccio)
Mt 17, 24-27

[03]
Prediking met Pinksteren
(Masaccio)
Hand 2, 14.38-41


[04]
In gevangenis bezocht door Paulus
(Filippino Lippi)
Legenda Aurea, hoofdstuk 44


[05]
Opwekking zoon van Theofilus & intronisatie
(Masaccio & Filippino Lippi)
Legenda Aurea, hoofdstuk 44

[06]
Schaduwgenezing
(Masaccio)
Hand 5, 12. 15-16

[07]
Doop van neofieten
(Masaccio)
Hand 2, 41

[08]
Genezing van een lamme & Opwekking van Tabitha
(Masolino)
Hand 3, 1-10 & 9, 36-41


[09]
Beproeving Adam in Eva in Eden
(Masolino)
Gen 2, 8-9 en 3,6

[10]
Verdeling goederen & Dood van Ananias
(Masaccio)
Hand 4, 32-37 & 5, 1-10)

[11]
Dispuut met Simon de Magiër & Kruisiging
(Filippino Lippi)
Legenda Aurea, hoofdstuk 89

[12]
Bevrijding uit gevangenis
(Filippino Lippi)
Hand 12, 1-10


PETRUS