Paul Verheijen

PIETER BRUEGHEL SR.

Torens van Babel

Colosseum

Pieter Brueghel de Oude heeft zich voor deze twee afbeeldingen van de toren van Babel zowel laten inspireren door het gigantische Colosseum in Rome als door een ziggoerat waarnaar het verhaal in Genesis lijkt te verwijzen.
Het Colosseum was voor christenen zowel het symbool van heidendom als van christenvervolging en paste dus goed bij de 'hoogmoed-doodzonde' van Babel.
Voor zover bekend schilderde Brueghel het verhaal drie keer.
De eerste, een miniatuur geschilderd op ivoor, werd geschilderd terwijl Brueghel in Rome was en is nu verloren.
De twee overgebleven olieverfschilderijen op paneel, vaak onderscheiden door het voorvoegsel "groot" en "klein", bevinden zich respectievelijk in het Kunsthistorisches Museum Wenen en het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.

De Grote Toren van Babel, door Karel van Mander in zijn Schilderboek beschreven als een werk met veel kleurig geschilderde details, waar men van boven in kan kijken, heeft veel weg van de bouwplaats van grote gotische kathedralen.
Er zijn verschillende bouwgildes met middeleeuwse (hijs)werktuigen bezig en de stad Babel, die we achter de toren zien, oogt middeleeuws.
Brueghel plaatst de toren op een kolossale, rotsachtige sokkel die nog tot aan de bovenste delen van het gebouw te zien is.
De toren lijkt op het eerste gezicht te bestaan uit eenvoudig opeengestapelde verdiepingen, maar loopt feitelijk spiraalsgewijs naar boven, waardoor het lijkt dat de toren geen andere functie heeft dan puur te dienen als sierobject.
De spiraalvorm is het beste te zien in het bovenste deel van de toren.
Dat past binnen de bedoeling van het Genesis-verhaal.
Brueghel toont ons dan ook de mislukking van dit hoogmoedige menselijke project.
De bogen zijn loodrecht opgetrokken, maar steunend op een hellend vlak zullen ze ongetwijfeld instorten.
Die op de begane grond zijn al ingestort en moeten met steigers herbouwd worden.
Op hogere delen van de toren wordt op onordelijke wijze gewerkt.
Ook de steunberen zien er erg broos uit en niet op hun taak berekend.

Links op de voorgrond zien we Nimrod, de achterkleinzoon van Noach, met kroon en scepter.
De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vertelt dat hij de opdracht gaf tot de bouw en het financierde tot meerdere eer en glorie van zichzelf.
De opzichter van de bouw die naast hem staat, stelt een aantal steenhouwers aan hem voor die nederig voor hem knielen.
Rechts zien we de haven die dient als aanvoerplaats voor al het bouwmateriaal.
Platbodems zijn daarvoor meer geschikt, maar Brueghel maakt er karveels van, zodat de haven een exotisch tintje krijgt.

De Kleine Toren van Babel meet ongeveer de helft van de Grote en is gesitueerd in een open landschap zonder stad en figuren op de voorgrond.

Rome en Babel

De parallel van Rome en Babel had een bijzondere betekenis voor Brueghels tijdgenoten.
Rome was de Eeuwige Stad, bedoeld om eeuwig te duren.
Ruïnes lieten echter het tegendeel zien en ze werden aangegrepen om de ijdelheid en de vergankelijkheid van aardse inspanningen te symboliseren.
De Toren was ook symbolisch voor de godsdienstige onrust tussen katholieken en calvinisten die meer en meer in de Nederlanden kwamen opzetten.
Het onderwerp kan een specifieke actualiteit hebben gehad in verband met een toen net nieuw gedrukte bijbel.
De Biblia Polyglotta ook wel Biblia Regia, Antwerpen Polyglot, of Plantijn Polyglot geheten, was een bijbeleditie in opdracht van koning Filips II gedrukt door drukker Christoffel Plantijn in Antwerpen.
Deze bijbeluitgave bevatte een synoptische weergave in vijf talen: het Grieks, Latijn, Aramees, Syrisch en Hebreeuws.
In het katholieke Antwerpen werd Plantijn verdacht van calvinistische sympathieën.
De vraag is dan of de katholieke Brueghel (gewend aan kerkdiensten die altijd en overal in één taal werden gehouden: het Latijn) met de Toren van Babel ook deze veeltalige bijbeluitgave bekritiseerde.
Pieter Brueghel sr. (1526/30-1569)
Toren van Babel
Olieverf op paneel, 114 x 155 cm (±1563)
Wenen - Kunsthistorisches Museum
Olieverf op paneel, 60 x 75 cm (±1568)
Rotterdam - Boijmans Van Beuningen