Paul Verheijen

ESCHER

Babel van boven

Standpunt van Escher

Graficus Escher concentreert zich geheel binnen de traditie op de toren van de stad in deze houtsnede uit eind jaren 20 van de vorige eeuw.
In deze periode speelt perspectief in zijn werk een belangrijke rol.
Escher stelt zich hier als het ware op vanuit het standpunt van God.
In vogelperspectief kijken wij neer op de toren, waardoor het focus komt te liggen op de top van de toren.

Witte en zwarte mensen zijn aan het werk.
Aan de voet van de toren staan al diverse huizen.
Boven stroomt water met daarop bootjes.
Babylonië is het oude Mesopotamië, het Tweestromenland tussen de Eufraat en de Tigris.
Linksonder staat een gebouw dat nogal anachronistisch als kerk bestempeld zou kunnen worden.
Rechtsonder ligt een grote stapel boomstammen ten behoeve van de bouw en heeft Escher gezet GEN. 11:7, het vers dat hij hier heeft willen uitbeelden.
Daar staat dat God zegt:
Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan.

De bouwvakkers heffen hun handen vertwijfeld ten hemel, eentje legt zijn hand achter zijn oor.
Hij 'verstaat' zijn collega niet.

In zijn boek Grafiek en tekeningen uit 1959 geeft Escher zelf deze toelichting:
Aangenomen wordt dat tijdens de spraakverwarring tevens de verschillende rassen ontstonden;
vandaar dat sommige bouwvakkers wit, andere zwart zijn.
Het werk ligt stil omdat zij elkaar niet meer verstaan.
Aangezien de quintessens van het drama zich afspeelt aan de top van de in aanbouw zijnde toren, werd deze, als in vogelvlucht, van boven weergegeven.
De noodzaak van een sterke perspectivistische wijking naar beneden was hiervan het gevolg.
Het doordenken van dit probleem vond pas ongeveer twintig jaar later plaats.


Heeft Escher door dit perspectief bewerkstelligt dat Gods majesteitsmeervoud Wij nu ook van toepassing kan zijn op ons, toeschouwers van deze houtsnede?
Is dit Eschers visie op een verwarrende en verwarde mensheid?
Maurits Cornelis Escher (1898-1972)
De Toren van Babel (1928)
Houtsnede, 38,6 x 62,1 cm