Paul Verheijen

GHIRLANDAIO

Twee cycli in de Tornabuoni-kapel van de Santa Maria Novella in Florence

Florence in de 15e eeuw


De Santa Maria Novella in Florence is gewijd aan Maria Tenhemelopneming.
Nadat de hoofdkapel was verwoest door een brand tekende de Florentijnse bankier Giovanni Tornabuoni in 1485 een contract met Domenico Ghirlandaio voor een grote cyclus van fresco's.
De hoofdkapel werd naar hem genoemd en hij, zijn vrouw Francesca Pitti, verdere familieleden en politieke bondgenoten bevolken in grote getale verschillende scènes.
Ghirlandaio en zijn broers David en Benedetto - geassisteerd door medewerkers onder wie een korte tijd de 14-jarige Michelangelo Buonarotti - plaatsten de taferelen in 15e-eeuws Florence.
De figuren zijn dus tijdgenoten van Ghirlandaio en de hele aankleding geeft een goed beeld van het leven in Florence in die tijd.

Giorgio Vasari schrijft in zijn Vite bij de behandeling van Ghirlandaio uitgebreid over deze fresco's in de Tornabuoni-kapel.
De cyclus op de linkermuur bevat scènes uit het leven van Maria [A1-A7] en die op de rechtermuur uit dat van Johannes de Doper [B1-B7].
Hieronder zijn beide cycli afgebeeld.
De cursieve tekst eronder is de vertaling van de betreffende tekst uit de Vite van Vasari.

Taferelen uit het leven van Maria en Johannes de Doper

A1

Het eerste tafereel vertoont hoe Joachim werd verjaagd uit de tempel, en men ziet op zijn gelaat een uitdrukking van geduld, en bij de anderen de haat en verachting, die de joden koesterden jegens hen die geen kinderen hadden maar toch naar de tempel kwamen. In dit tafereel bevinden zich aan de zijde van het raam vier naar het leven geschilderde mannen, onder wie - namelijk degene die oud en gladgeschoren is en een rode kap draagt - Alesso Baldovinetti, Domenico's leermeester in de schilder- en mozaïekkunst; de tweede, blootshoofds, met een hand in de zij en gehuld in een rode mantel waaronder een blauw kort gewaad, is Domenico zelf, de meester van dit werk, die hier met behulp van een spiegel zijn zelfportret heeft gemaakt; en hij met die lange zwarte manen en dikke lippen is Bastiano da San Gimignano, zijn leerling en zwager; en de volgende, die een mutsje draagt en ons de rug toewendt, is de schilder David Ghirlandaio, zijn broer: zij allen zijn, volgens wie hen heeft gekend, werkelijk levendig en natuurgetrouw weergegeven.

A2

Het tweede tafereel verbeeldt de geboorte van Onze-Lieve-Vrouw, met grote zorg gedaan; onder de verschillende opmerkelijke dingen die Domenico hier tot stand bracht is er, in het perspectivisch weergegeven gebouw, een raam waardoor er licht valt in het vertrek, hetgeen de toeschouwer misleidt. Bovendien bracht hij hier enkele vrouwen aan die - terwijl Anna in bed ligt en een aantal dames op bezoek heeft - heel voorzichtig de Madonna in bad doen: de een brengt water, een ander zorgt voor de windsels, de een doet dit en de ander weer iets anders, en terwijl elk zich aan haar taak wijdt, is er een vrouw die het kindje op haar arm draagt en het aan het lachen maakt door gezichten te trekken, met een vrouwelijke gratie een dergelijke schildering werkelijk waardig, nog afgezien van de vele andere uitdrukkingen in alle verschillende figuren.

A3

In het derde tafereel - het eerste van de twee daarboven - ziet men Onze-Lieve-Vrouw de trappen van de tempel bestijgen, en hier is een groot gebouw in een heel redelijk weergegeven verschiet; ook is er een naakt waarvoor Domenico, aangezien iets dergelijks destijds weinig gebruikelijk was, lof ontving, hoewel het niet de algehele volmaaktheid vertoonde van die welke in onze tijd geschilderd worden, want men was toen nog niet zover.

A4

Daarnaast bevindt zich de bruiloft van Onze-Lieve-Vrouw, waarin Domenico de woede weergaf van hen die zich laten gaan in het breken van hun staven, die niet zijn gaan bloeien, zoals die van Jozef wel; dit tafereel is rijk aan figuren in een hiertoe geschikt gebouw.

A5

In het vijfde ziet men de wijzen aankomen te Betlehem, vergezeld van een groot aantal mannen, paarden en dromedarissen, en nog allerlei meer: beslist een passend tafereel.

A6

En daarnaast bevindt zich het zesde, namelijk Herodes' wrede en godvergeten wandaad jegens de onschuldige kinderen; hier ziet men een prachtig gevecht van vrouwen tegen soldaten die op hen inslaan en paarden die hen omverlopen: en voorwaar, van alle taferelen die hier van Domenico te zien zijn, is dit het beste, want het is oordeelkundig, vernuftig en met groot vakmanschap uitgevoerd. Men leert de godvergeten opzet kennen van hen die, op bevel van Herodes en zonder zich te bekommeren om de moeders, de arme kindertjes vermoorden, waarbij men er één ziet dat, nog aan de moederborst geklemd, sterft aan de wonden die het in de hals zijn toegebracht, zodat wat het daar aan die boezem opzuigt, om niet te zeggen drinkt, niet minder bloed is dan melk: voorwaar, iets wat hier geheel op zijn plaats is, en in een zodanige stijl gedaan dat hierdoor het medelijden bij wie dit morsdood zou zijn, herleven zou. En dan is er nog een soldaat die met geweld een kind heeft weggenomen en het al rennend tegen zijn borst dooddrukt, terwijl men ziet hoe de moeder hem buiten zichzelf van woede bij het haar heeft vastgegrepen, zodat hij zijn rug moet krommen; en de beschouwer ontvangt van deze groep drie prachtige indrukken: eerst is er de dood van het kind dat men ziet bezwijken, vervolgens de godvergetenheid van de soldaat die plotseling aan zich voelt trekken en zich kennelijk daarvoor wil wreken op dat kind, en ten derde de razernij, smart en verbolgenheid van de moeder die, als zij haar zoontje ziet sterven, ervoor wil zorgen dat de onverlaat niet straffeloos kan heengaan: dit is veeleer iets voor een wijsgeer met een bewonderenswaardig inzicht dan voor een schilder. En nog vele andere gemoedsaandoeningwn worden hier uitgedrukt, zodat degene die ernaar kijkt, ongetwijfeld zal begrijpen dat Domenico in zijn tijd een voortreffelijk meester is geweest.

A7

In het zevende tafereel, dat zich boven de beide laatstgenoemde uitstrekt en door de boog van het gewelf wordt omsloten, zien we het verscheiden van Onze-Lieve-Vrouw en haar tenhemelopneming, met talloos veel engelen en talloze figuren, landschappen en andere versieringen, zoals hij die overvloedig en met de hem eigen kunde en vaardigheid placht aan te brengen.

B1

Op de andere wand, waar zich de taferelen uit het leven van Johannes de Doper bevinden, zien we hoe aan de in de tempel offerende Zacharias een engel verschijnt, die hij weigert te geloven, met als gevolg dat hij niet meer kan spreken. Om dit tafereel des te eervoller te doen zijn en duidelijk te maken dat de aanzienlijkste personen altijd aan de offerande bijdragen, portretteerde Domenico hier een flink aantal Florentijnse burgers die destijds de staat regeerden, met name alle leden van de familie Tornabuoni, ouderen zowel als jongeren. Bovendien, om te tonen dat er in hun tijd menigvuldige talenten bloeiden, vooral in de letteren, schilderde hij onder aan het tafereel vier met elkaar sprekende halffiguren in een kring, de geleerdste mannen die destijds in Florence te vinden waren: de eerste, gekleed als kanunnik, is messer Marsilio Ficino; de tweede, in een rode mantel en met een zwarte band om de hals, is Cristoforo Landino; en dan is er de Griek Demetrius, die zich naar hen toewendt; en tussen hen in, degene die even zijn hand opheft, staat messer Angelo Poliziano: allen zijn ze uiterst levendig en bezield weergegeven.

B2

Vervolgens wordt in het tweede tafereel, hiernaast, het bezoek verbeeld van Onze-Lieve-Vrouw aan Elisabet, en zij gaat vergezeld van vele vrouwen, allen gekleed in de dracht van die tijd; en een heel mooi meisje uit die dagen, Ginevra de'Benci, werd geportretteerd als een van hen.

B3

In het derde tafereel, boven het eerste, zien we de geboorte van Johannes, met daarin een prachtige vondst: terwijl Elisabet in bed ligt en enige buurvrouwen haar komen opzoeken, zit de min het kind te zogen, maar een andere vrouw vraagt haar om de boreling, teneinde aan die dames te laten zien wat de vrouw des huizes in haar ouderdom ter wereld heeft gebracht; en dan is er nog een vrouw die naar Florentijns gebruik vfruchten en flessen van het land brengt, en zij is heel mooi.

B4

En in het vierde, hiernaast, zien we hoe Zacharias, die nog steeds stom is, verbaasd maar toch ook onverschrokken inziet dat het hier om zijn kind gaat; en als hem om de naam wordt gevraagd, legt hij een blad op zijn knie en - de ogen gevestigd op zijn zoon, die door een eerbiedig voor hem neerknielende vrouw op de arm wordt gehouden - schrijft: 'Johannes zal zijn naam zijn', terwijl tal van omstanders bewonderend toekijken en er niet zeker van lijken te zijn of wat zij voor zich zien, waar is of niet.

B5

Als vijfde tafereel volgt de prediking van Johannes voor de menigte; hier wordt men niet alleen de aandacht gewaar van mensen uit het volk bij het horen van nieuwe dingen, maar vooral, op de gezichten der schriftgeleerden die naar Johannes staan te luisteren, een zekere uitdrukking van wat spot lijkt voor de nieuwe geboden, ja, zelfs haat; en er zijn mannen zowel als vrouwen zittend en staand, allen verschillend uitgedost.

B6

In het zesde ziet men hoe Johannes Christus doopt, in wiens eerbied Domenico al het geloof legde dat men een dergelijk sacrament verschuldigd is. En omdat dit zeker niet weinig navolging vond, beeldde hij er tal van lieden uit die, reeds naakt en barrevoets, staan te wachten om gedoopt te worden, waarbij geloof en verlangen zeer duidelijk van hun gelaat zijn af te lezen; en in hun midden is er een die een schoentje uittrekt en die de bereidheid zelve vertegenwoordigt.

B7

In het laatste tafereel, dat wil zeggen binnen de boog bij het gewelf, is het weelderige banket van Herodes geschilderd, en de dans van Herodias, met een grote menigte dienaren die op verschillende wijzen druk doende zijn, en dan is er nog de grandeur van een bouwwerk, zodanig weergegeven in perspectief dat Domenico daarmee, evenals met voornoemde schilderingen, duidelijk laat zien dat hij talent heeft.

Domenico Ghirlandaio (1449-1494)
Scènes uit het leven van Maria en Johannes de Doper (1485)
2 x 7 fresco's
Florence - Santa Maria Novella (Tornabuoni-kapel)