Paul Verheijen

JOHANNES VOOR DE LATIJNSE POORT

Sint-Jan-in-de-Olie

Vermeende marteldood

Op 6 mei staat op de kerkelijke kalender de herdenking van Johannes voor de Latijnse poort.
Het Roomse Martelaarsboek beschrijft dit als volgt:

Te Rome aan de Latijnse Poort de heilige apostel en evangelist Johannes. Op bevel van Domitianus werd hij van Efeze geboeid naar Rome gebracht en volgens senaatsbeslissing voor genoemde poort in een ketel brandende olie geworpen. Doch hij kwam er gaver en gezonder uit, dan hij er was ingeworpen.

De herdenking is gebaseerd op een na-bijbelse overlevering over een vermeende marteldood van de evangelist Johannes.
Jacobus de Voragine schrijft er over in zijn Legenda Aurea waarin hij tot slot ook Johannes' naamloze moeder ter sprake brengt.

Vertaling Legenda Aurea


Johannes, de apostel en evangelist, preekte het evangelie in Efese, daar werd hij door de stadhouder gevangen genomen en men gebood hem aan de afgoden te offeren.
Maar hij weigerde te gehoorzamen en werd in de gevangenis geworpen; men schreef keizer Domitianus een brief waarin hij werd uitgemaakt voor een grote tempelschenner, een verachter van de goden en een dienaar van de gekruisigde.
Domitianus beval hem naar Rome over te brengen.
Daar aangekomen werden hem om hem te bespotten al zijn hoofdharen afgeschoren.
Voor één van de stadspoorten, de zogeheten Porta Latina, werd hij gezet in een ketel kokende olie, waaronder vuur was aangestoken.
Maar hij voelde geen pijn en ongedeerd kwam hij er weer uit.
(Op dezelfde plaats bouwden de christenen daarna een kerk, en werd deze dag gevierd alsof Johannes de marteldood had ondergaan.)

Toen keizer Domitianus bemerkte dat hij ook op deze manier Sint Johannes niet kon afbrengen van de verkondiging van Christus, zond hij hem in ballingschap naar het eiland Patmos.
Men moet weten dat de Romeinse keizers de apostel niet vervolgden vanwege de verkondiging van Christus, want ze wijzen geen enkele godheid af, maar omdat Christus zonder toestemming van de senaat als godheid vereerd werd, hetgeen ze van niemand duldden.

Daarover lezen we ook in de Historia Ecclesiastica dat Pilatus over Christus brieven zond aan Tiberius en de keizer was al van plan de Romeinen het geloof in Christus te laten aannemen; de senaat weigerde dat echter, omdat Christus zich god genoemd had zonder hun toestemming.

Nog iets anders lezen wij in een kroniek dat ze hem daarom zouden hebben versmaad, omdat hij zich niet eerst aan de Romeinen zou hebben geopenbaard.
Een andere reden was nog dat hij de vele goden uitroeide die de Romeinen dienden.
Nog een andere reden was dat hij wereldverzaking preekte, de Romeinen echter waren gierig en eerzuchtig.
Bovendien wilden ze Christus niet erkennen omdat ze hun wereldlijke macht niet op het spel wilden zetten.
Magister Johannes Beleth geeft nog een andere reden waarom de keizer en de senaat Christus en de apostelen vervolgden: hun leek die god al te trots en jaloers, dat hij geen enkele andere naast zich duldde.
Nog een andere oorzaak schrijft Orosius: dat de senaat vertoornd was omdat Pilatus wel aan Tiberius, maar niet aan de senaat had geschreven over Christus' wonderen, reden waarom ze hem niet onder hun goden wilden opnemen.
Daarop werd Tiberius woedend en doodde vele senatoren em anderen stuurde hij in ballingschap.

Toen de moeder van Sint Johannes hoorde dat haar zoon in Rome gevangen gehouden werd, werd zij zo bewogen door moederlijke trouw, dat zij naar Rome reisde om hem zelf te zien.
Daar aangekomen trof zij hem niet meer en zij vernam dat hij in ballingschap gestuurd was.
En terug naar huis stierf ze onderweg, in Campania, in de stad Verulae.
Daar lag haar lijk lange tijd in een grot begraven.
Daarna werd het door haar zoon Jacobus geopenbaard en met grote eer naar de stad gebracht; en een wonderbare geur ging ervan uit, en het bewerkte vele wonderen.

Plaatsaanduiding

De plaats waar de traditie van zegt dat de gloeiende ketel heeft gestaan wordt pas in de 9e eeuw aangeduid met Porta Latina in het martyrologium van bisschop Ado Viennensis.
Deze bisschop zat er een paar eeuwen naast, want deze poort in Rome werd niet gebouwd in Johannes' tijd door Domitianus (keizer van 81-96), maar veel later door Aurelius (270-275).
Voor een legendarisch voorval maakt dat natuurlijk geen verschil.
In deze 'Aureliaanse Muur' bevonden zich zo'n twintig poorten, de Porta Latina was in het zuiden.

Door zijn redding uit de kokende olie is Johannes de enige apostel die niet de marteldood is gestorven.
Om deze legende te herdenken is in de 5e eeuw vlak bij de poort de kerk San Giovanni a Porta Latina gesticht, een pittoreske kerk, goed voor veel huwelijkssluitingen vandaag de dag.
Vlak achter de poort staat ook nog de kleine kapel San Giovanni in Oleo.
Deze is gebouwd in 1509, vanzelfsprekend op de exacte plaats waar Johannes in de olie was.

De huidige Porta Latina in Rome lijkt overigens niet meer op de huidige poort in Rome.
De christelijke keizer Honorius liet begin 5e eeuw verbeteringen aanbrengen om veiligeheidsredenen, die een eeuw later nog verder werden verbeterd.
Bovendien liet hij op de voorzijde een kruis en cirkel en op de achterzijde het christusmonogram tussen de Griekse letters alpha en omega aanbrengen.
Tenslotte is in de 12e eeuw de linkertoren herbouwd.
Parrier
Johannes voor keizer Domitianus en de Latijnse Poort (1245-55)
Boekverluchting
Parijs - Bibliotheque Nationale