Paul Verheijen

PIERO DELLA FRANCESCA

Madonna Senigallia

Renaissance Madonna

Dat dit schilderij een Madonna met Kind voorstelt is enerzijds te zien aan het herkenbare Christuskind in haar armen die zijn rechterhand zegenend opheft, en anderzijds aan de twee engelen op de achtergrond.
Anders zou ze elke jonge renaissance vrouw kunnen zijn, want de Madonna ziet eruit als een tijdgenoot van Piero della Francesca, geen vrouw uit bijbelse tijden.
Met haar handen houdt ze beide voetjes van haar kind vast.

Vanwege zijn kleinschaligheid was dit schilderijtje waarschijnlijk bedoeld voor particuliere devotie.
Sommige geleerden zien in de twee engelen de portretten van Giovanni della Rovere en de laatste laatste hertog van Urbino, Giovanna di Montefeltro.

Er zijn geen eigentijdse bronnen bekend, de eerste vermelding dateert uit 1822, en is vervat in een brief van Luigi Pungileoni (1762-1844), aan markies Raimondo Arnaldi: hij had het werk gezien in de franciscaanse kloosterkerk van Santa Maria delle Grazie net buiten Senigallia aan de Adriatische kust in de Marche.
Hij dacht dat het een 'houten schets' was voor de grote Madonna di Brera.
Omdat destijds werd aangenomen dat die Madonna het werk van Fra Carnevale was, werd de Madonna di Senigallia ook toegeschreven aan deze Umbrische broeder.
Het schilderij bevond zich in zo'n erbarmelijk vervuilde staat dat kunsthistorici er weinig aandacht aan besteedden.
Zo'n dertig jaar later werd het pas aan Piero della Francesca toegeschreven, hetgeen unaniem bevestigd werd na twee schoonmaakbeurten in 1892 en 1953.
Nadat het werkje was gestolen (maar weer teruggevonden) was het in 1917 om veiligheidsredenen verplaatst naar het hertogelijk paleis in Urbino.

Het werk toont de hoge kwaliteit van Piero's behandeling van licht, evenals de invloed van de Vlaamse primitieven erop, zowel in het gebruikte materiaal als in details zoals de mand met linnen op het schap tegen de achtermuur, de koralen halsketting van het Kind en de sluier die het hoofd van de Madonna bedekt.

Symboliek

De Madonna van Senigallia oogt eenvoudig, maar in werkelijkheid kunnen de weinige objecten die erin voorkomen en die slechts verband lijken te houden met het gewone dagelijkse leven, een goed gedefinieerde symbolische functie vervullen.

Zo zou de decoratie op de nis achter de personages een paaskaars voorstellen (vlammetjes), zowel symbool van dood en wedergeboorte, omdat Christus zichzelf offerde om de mensheid te verlossen.
De hostietrommel op de bovenste plank en de ketting en hanger van bloedkoraal gedragen door het Kind Jezus wijzen op respectievelijk het brood (lichaam) en de wijn (bloed) van het sacrament van de eucharistie.
Op de plank daaronder zien we een rieten mand met linnen doeken die kunnen verwijzen naar de begrafenis van Jezus.
De deur die uitkomt op de kamer waar we het raam zien van waaruit het licht doordringt zou een verwijzing kunnen zijn naar een van Maria's attributen: de Porta Coeli, 'poort van de hemel' en het licht zelf zinspeelt dan op de maagdelijke conceptie van Jezus.

Het Kind Jezus houdt met één hand een roos vast waarvan de blaadjes zijn uitgebloeid, verwijzend naar Christus' lijden en dood.
De starende, doordachte onbewegelijkheid van alle personages zou een verdere zinspeling daarop kunnen zijn.

Of deze al dan niet vermeende symboliek ook heeft meegespeeld bij Piero della Francesca zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen.

Cees Nooteboom in Het Raadsel van het Licht:
Als er vreugde is wordt die niet zichtbaar. Het veel te grote kind heeft de blik van iemand die al te veel weet, de bloedrode amulet om zijn hals, dat naar de vorm van de longen daaronder verwijst, is daardoor ook een verwijzing naar het toekomstige doodslot, in Piero's schilderijen is niets per ongeluk, niet de iconografie en niet de constructie. Perspectief, verdwijnpunt, elkaar snijdende lijnen, soms zie je dwars door de voorstelling heen hoe een geometrisch brein de ruimte aftast en erin doordringt, diepte en afstand schept.
Piero della Francesca (1412-1492)
Madonna di Senigallia (±1474)
Olieverf op paneel, 67 x 54 cm
Urbino - Galleria Nazionale delle Marche (Palazzo del Duca)