Paul Verheijen

REMBRANDT

Ethiopische eunuch

Het verhaal

Een engel van de Heer sprak tot Filippus: Begeef u op reis naar het zuiden en ga de weg op die van Jeruzalem naar Gaza loopt. Deze is eenzaam. Hij begaf zich op reis. Terzelfder tijd bevond een Ethiopiër zich op de terugweg van een pelgrimstocht naar Jeruzalem; hij was een eunuch, een hoveling van Kándake, de koningin van de Ethiopiërs, en haar opperschatmeester. Gezeten in zijn reiskoets was hij de profeet Jesaja aan het lezen. De Geest sprak tot Filippus: Ga naar die reiskoets en blijf in de nabijheid. Toen Filippus ernaartoe gegaan was, hoorde hij hem de profeet Jesaja lezen. Hij vroeg hem: Begrijpt ge wat ge leest? Maar de Ethiopiër antwoordde: Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij daarin behulpzaam is? Hij nodigde Filippus uit in te stappen en bij hem te komen zitten. De schriftuurplaats die hij juist las was de volgende: Als een schaap werd Hij ter slachtbank geleid; en evenals een lam, stom tegen zijn scheerder, opende Hij zijn mond niet. Door zijn vernedering is zijn vonnis voltrokken. Wie zal zijn geslacht kunnen beschrijven? Want zijn leven wordt weggenomen van de aarde. Nu richtte de eunuch het woord tot Filippus: Mag ik u vragen van wie de profeet dit zegt? Van zichzelf of van iemand anders? Filippus begon te spreken en uitgaande van deze tekst verkondigde hij hem Jezus. Al voortreizende kwamen ze bij een water en de hoveling zei: Hier is water. Wat is erop tegen, dat ik gedoopt word? Hij liet de koets stilhouden en beiden, Filippus en de eunuch, daalden af in het water en hij doopte hem. Toen zij in het water gekomen waren, rukte de Geest des Heren Filippus weg; de eunuch zag hem niet meer en zette vol blijdschap zijn reis voort. Filippus echter werd aangetroffen in Azotus. Daar trok hij rond en predikte de Blijde Boodschap in alle steden totdat hij in Caeserea kwam.

(Handelingen van de apostelen 8,26-40)

Reformatie

Bovenstaand verhaal van De doop van de kamerling werd aanvankelijk zelden uitgebeeld behalve als bijbelillustratie.
In de eerste helft van de 17de eeuw werd dit tafereel echter geregeld geschilderd.
De belangstelling voor het thema houdt waarschijnlijk verband met de komst van de reformatie in ons land.
De Bijbel en de uitleg daarvan in de preek achtte men even hoog als de sacramenten.
Bij de reformatie wordt de doop dan ook voorafgegaan door de woorddienst: eerst het geloof, dan het sacrament.
In het verhaal van de kamerling vindt men deze volgorde terug.

Voorbeeld

Rembrandt ontleende het onderwerp en de belangrijkste beeldelementen van dit schilderij aan het drie jaar eerder ontstane werk van Pieter Lastman bij wie hij in 1625 een half jaar in de leer was.
De horizontale compositie veranderde Rembrandt in een verticale en halveerde het formaat.
Hij reduceerde daarbij het landschap tot een minimum en verplaatste het hoofdtafereel naar de voorgrond, zodat de handeling aan dramatische kracht zou winnen.
Rembrandt Harmanszoon van Rijn (1606-1669)
De doop van de kamerling (1626)
Olieverf op paneel, 64 x 47,5 cm
Utrecht - Catharijneconvent

Pieter Lastman (1583-1633)
De doop van de kamerling (1623)
Olieverf op paneel, 85 x 115 cm
Karlsruhe - Kunsthalle