Paul Verheijen

SANTA MARIA IN TRASTEVERE


Foto's: 19 maart 2026

Titulus Iulii et Callixti

In de nabijheid van de plek waar nu de Santa Maria in Trastevere staat, stond in de keizertijd een grote kazerne met een taberna meritoria, een hospitium voor de gepensioneerde soldaten. Bij de geboorte van Christus zou hier een sterke oliebron ontsprongen zijn. Een van de oude namen voor de kerk was dan ook Fons Olei. Julius I (paus van 337-352) bouwde een basilica trans Tiberum iuxta Callixtum, 'aan de overzijde van de Tiber naast Calixtus'. Calixtus bezat een huis in Trastevere dat hij als Titulus had ingericht.
Op de synode van 595 heete de basilica Titulus Iulii et Callixti. Kort daarop blijkt de kerk te heten Ecclesia Genetricis Dei in titulo Callixti. Onbekend is op grond waarvan de kerk nu aan de Moeder Gods is gewijd.
Zoals meestal bij deze titelkerken volgden in de loop der eeuwen talrijke restauraties en verbouwingen. Adrianus I (paus van 772-795) maakte de kerk drieschepig en Innocentius II (Gregorio Papareschi, paus van 1130-1143) begon met een radicale herbouw vanaf de fundamenten. De adellijke familie Papareschi woonde ook in Trastevere.
Hieronder volgt informatie over de mozaïeken van de kerk.

Façademozaïek


De mozaïeken in deze basilica worden toegeschreven aan Pietro Cavallini (1259–1330).
De façade met timpaan, drie getraliede vensters en mozaïek dateert uit de 12e-eeuw. Het mozaïek stelt Maria Lactans voor, geflankeerd door tien vrouwen met olielamp, vijf aan elke zijde. Zijn dit de vijf wijze en vijf dwaze maagden uit een door Jezus vertelde parabel?
Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en eropuit trokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” De meisjes werden wakker en brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, doe open voor ons! Maar hij antwoordde: “Ik verzeker jullie: ik ken jullie niet.” Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt.
(Matteüs 25:1-13)
Probleem bij deze interpretatie is dat Maria moeilijk als de komende bruidegom kan worden beschouwd, maar haar Kind natuurlijk wel. Een tweede probleem is dat acht vrouwen een brandende olielamp dragen en twee rechts niet. Gaat het hier misschien om acht maagden (met brandende lamp) en twee weduwen (met gedoofde lamp), of is er nog een andere betekenis?
In veel kleinere afmetingen knielen schenkers/opdrachtgevers (de broers Bertoldo en Giacomo Gaetani Stefaneschi?) naast de troon van Maria.

Apsismozaïek


De onderzijde van het apsismozaïek verbeeldt zes scènes uit het leven van Maria: haar geboorte, de annunciatie, de geboorte van Christus, de aanbidding der wijzen, de opdracht in de tempel en haar ontslaping, waarbij de ziel van Maria als kind door Christus en twee engelen ten hemel wordt opgenomen.


In de apsisschelp zitten Christus en Maria op dezelfde troon. Identificatie van de zeven personen aan weerszijden is geen probleem. Hun namen zijn onder hun voeten aangebracht. Van links naar rechts zien we:
  • Innocentius II
  • Laurentius
  • Calixtus I
  • Petrus
  • Cornelius
  • Julius I
  • Calepodius
    Calepodius stierf samen met vele anderen in 220 de marteldood. Het Roomse Martelaarsboek weet voor de herdenking op 10 mei te melden met wie:
    Te Rome de zalige priester Calepodius, martelaar. Keizer Alexander liet hem met een zwaard doden, zijn lichaam door de stad sleuren en in de Tiber werpen. Maar men vond het en paus Calixtus liet het begraven. Ook werd onthoofd de consul Palmatius met zijn vrouw en kinderen en 42 van zijn huisgnoten van beider geslacht. Eveneens de senator Simplicius met zijn vrouw en 68 leden van zijn personeel. Alsook Felix met zijn huisvrouw Blanda. Hun hoofden werden aan de verschillende stadspoorten opgehangen tot afschrikwekkend voorbeeld voor de christenen.
Opvallend is dat Paulus ontbreekt. Je zou hem - ook vanwege de symmetrie - verwachten naast Calixtus.
Bovenin is het empyreum, de hoogste hemel, uitgebeeld, waaruit de hand van God de Vader tevoorschijn komt als symbool van zijn macht.
In de strook onder de figuren gaan de twaalf lammeren, de apostelen, vanuit Betlehem en Jeruzalem op naar het Lam Gods.


Op de apsisboog staan de profeten Jesaja en Jeremia en de gevleugelde attributen van de evangelisten.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen