SamengevoegdHet hier afgebeelde schilderij maakte onderdeel uit van de zijluiken van een retabel met daarop twee duo's mannelijke en twee duo's vrouwelijke heiligen *. De panelen met de mannelijke duo's zijn samengevoegd tot één paneel.Alle acht heiligen speelden een min of meer belangrijke rol in de kerstening van de Nederlandse gewesten. Ook worden ze wel in verband gebracht met de voormalige abdij in Egmond. Twee paren benedictijnse heiligen in zwarte habijten staan tegenover elkaar in een rijk gemeubileerd interieur met renaissanceversieringen en een tegelvloer. Hun namen staan in gotische letters op de sokkel, van links naar rechts: Bonifatius Gregorius de Grote Adalbertus Jeroen van Noordwijk (zie onder) Het retabel werd eerder toegeschreven aan Jan van Scorel en Frans Jansz. wiens naam voorkomt in rekeningen van de abdij tussen 1525 en 1527. Aangezien een vermelding met het loon voor het eigenlijke werk ontbreekt, is dit schilderij vermoedelijk gemaakt door een inwonende kunstenaar, mogelijk Jan Joesten van Hillegom, die zich ofwel had ingekocht of om een andere reden recht had op levenslange huisvesting in de abdij en een jaarlijks salaris ontving voor zijn werk daar. Hij actief in Egmond vanaf 1509. Het feit dat er geen gesigneerd of gedocumenteerd werk van deze kunstenaar bekend is, maakt een stijlvergelijking onmogelijk. Het altaarstuk waarvan de zijluiken afkomstig zijn, zou op een van de tien altaren met retabels in het schip van de abdijkerk van Egmond hebben gestaan. Het ging verloren in 1572 toen de Spanjaarden de abdij plunderden, maar de zijluiken werden kennelijk in veiligheid gebracht of overleefden de ramp. Ze doken op tijdens een veiling in Londen in 1924 en samengevoegd tot één paneel. * Gertrudis van Nijvel & Scholastica en Walburga & Cunigundes zijn niet samengevoegd; de twee panelen bevinden zich in Brussel in het KMSK dat helaas geen afbeelding ter beschikking heeft op de website. |
Jeroen van NoordwijkIn 1130 schreef een benedictijner monnik uit Egmond, Fredericus geheten, een hagiografie over Jeroen. Dat is bijna 300 jaar na Jeroens veronderstelde sterfdatum.Jeroen was de enige zoon van een Angelsaksische edelman, maar hij wordt vereerd als de Nederlandse 'Apostel van Kennemerland'. Zijn verering is beperkt en regionaal. Hij komt daarom ook niet voor in het Roomse Martelaarsboek. Jeroen besloot, als zoveel Angelsaksische monniken, naar het vasteland over te steken als missionaris. Hij landde in 847 ergens tussen Northgo (het huidige Noordwijk) en Katwijk en vestigde zich vier jaar later in Noordwijk waar hij een kerkje bouwde gewijd aan Sint-Maarten. Het was de tijd dat de Vikingen regelmatig invallen deden en de bevolking in opperste wanhoop bad om verlossing ervan. Op 17 augustus 856 viel Jeroen in hun handen. Hij werd urenlang mishandeld, in een donker hol gegooid en uiteindelijk onthoofd. Die dag werd ook zijn liturgische herdenkdag. Zijn stoffelijk overschot werd begraven, maar raakte vergeten tot in 980 een zekere boer Nothbodo een verschijning kreeg van een grijsaard die zich bekend maakte als Jeroen en hem vertelde waar zijn graf zich in Noordwijk bevond. Omdat Nothbodo twijfelde aan de verschijning bad hij om een tweede die ook volgde. Voor alle zekerheid vroeg hij om een hemels teken. Nu gebeurde het dat zijn paarden werden gestolen. Met zijn knechten ging hij op zoek naar de dieren en kwam aan bij de plaats die Jeroen hem had aangewezen als grafplaats. Jeroen verscheen toen aan een van de knechten en zei: 'Zeg aan Nothbodo, dat hij het niet langer waagt Gods bevel te negeren. Maar omdat ongelovigen om tekens vragen, ga daarom naar het woud waar je de verloren paarden zult vinden.' Dat geschiedde en toen aarzelde Nothbodo niet langer. Nadat het graf was geopend en een welriekende geur zich verspreidde, werden de relieken toen in een feestelijke processie met psalmgezang over het strand overgebracht naar de abdij van Egmond en begraven naast het graf van Adalbertus. Alleen het hoofd bleef in Noordwijk in de grond verborgen. Begin 14e eeuw werd dat bij graafwerkzaamheden ten behoeve van een altaar teruggevonden in de kerk van Noordwijk. Bij die vondst begonnen de klokken van de kerk spontaan te luiden. Tijdens de reformatie raakten de relieken verspreid, bijvoorbeeld in de Sint-Pietersabdij in Gent. In 1892 werd zijn gebeente door de abdij teruggegeven aan de kerk van Noordwijk. Jeroen werd - vanwege de paarden - aanbeden als patroon van verloren zaken, een patronaat dat later werd ingenomen door Antonius van Padua. Op het schilderij zien we hem rechts afgebeeld met een zwaard en een valk op de hand. Het zwaard duidt op zijn marteldood, de valk op zijn adellijke komaf. |
|
Jan Joesten van Hillegom (±1475-±1535)
Vier heilige benedictijnen (1529-30) Olieverf op paneel, 124 x 138 cm Haarlem - Frans Hals Museum |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |