Paul Verheijen

JOHAN MAELWAEL

Dionysiusretabel

Areopagus

De leden van de Areopagus (ook wel Areopagieten genoemd) in het oude Athene waren voormalige archonten, de hoogste staatsambtenaren van de stad. Nadat hun ambtstermijn van een jaar erop zat, werden zij automatisch en voor het leven lid van deze raad. Omdat alleen de rijkste en meest invloedrijke burgers archont konden worden, bestond de raad uitsluitend uit de Atheense elite en oudsten. Vóór de 5e eeuw VGJ was de Areopagus het belangrijkste politieke en wetgevende orgaan van de stad. Na democratische hervormingen werd hun macht ingeperkt en fungeerden zij voornamelijk als een hooggerechtshof voor zware misdrijven als moord en religieuze rechtszaken. De raad was vernoemd naar de Areopagus, een van de vier wijken van Athene gewijd aan Ares (Latijn:Mars), de 'Rotsheuvel van Ares' of Marsheuvel, een rotsachtige heuvel nabij de Akropolis waar zij hun zittingen hielden in de open lucht.

Als Paulus in Athene is, houdt hij een toespraak op de Areopagus (Handelingen 17). Paulus prijst de Atheners om hun religieuze toewijding. Hij vertelt dat hij een altaar heeft gezien met het opschrift: 'Aan een onbekende god'. Paulus stelt dat hij déze God, die zij onwetend vereren, komt openbaren. Wanneer Paulus over de opstanding van de doden begint, reageert het publiek verdeeld. Sommigen beginnen hem spottend uit te lachen, terwijl anderen aangeven hem hier later nog wel over te willen horen. Een klein aantal mensen komt wél tot geloof en sluit zich bij hem aan, waaronder Dionysios, een lid van de rechtbank van de Areopagus.
Dionysios werd Dionysius de Areopagiet of Dionysius van Athene en wordt soms gerekend tot het getal van (tweeën)zeventig leerlingen dat Lucas noemt en die door Jezus twee aan twee werden uitgezonden.
Onder Dionysius' naam publiceerde een, wellicht uit Syrie afkomstige, auteur vanaf ongeveer 500 een aantal mysterieuze geschriften. Hij deed het voorkomen alsof hij bij Jezus' en Maria's dood aanwezig was geweest en de bekeerde Areopagiet was. Deze auteur wordt gewoonlijk aangeduid met de noodnaam Pseudo-Dionysius.
De tot het christendom bekeerde Griek Dionysius leidde later tot nog 23 andere zalig- en heiligverklaarde mannen met deze naam, onder wie Dionysius I (paus van 259-268; feestdag 26 december of 30 december).

In de loop der tijd werd Dionysius van Athene, de Areopagiet, verward met Dionysius van Parijs die leefde rond het jaar 250. Mogelijk heeft de bijnaam 'Areopagiet' voor de verwarring gezorgd. Ook Parijs kende immers een heuvel die gewijd was aan Ares/Mars: de Mons Martis (zie onder Roomse Martelaarsboek).

Montmartre

Dionysius van Parijs - waarschijnlijk in Italië geboren - werd door paus Fabianus als missionaris naar Gallië gestuurd. In Lutetia Parisorium (het latere Parijs) werd zijn prediking zo'n succes dat er een missionarispost op het Ile de Cité kon worden opgericht.

Voor de Legenda Aurea (hoofdstuk 149) is er maar één Dionysius en De Voragine dateert zijn marteldood in het jaar 96. Hij vertelt over hem diverse achtereenvolgende martelingen.
  • Door twaalf soldaten gegeseld.
  • Met zware ketenen vastgebonden en gevangengezet.
  • Naakt op een ijzeren rooster gelegde met daaronder een groot vuur, waarbij Dionysius God loofde met de woorden Ignitum eloquium tuum vehementer, et servus tuus dilexit illud, vurig is uw woord heer, en uw knecht heeft het lief (Psalm 119,140).
  • Voor uitgehongerde wilde dieren gegooid, maar die deden hem geen kwaad omdat Dionysius een kruisteken maakte.
  • In een oven geworpen, maar het vuur loste op en deerde hem niet.
  • Aan een kruis geslagen waaraan hij lang bleef hangen.
  • Teruggestuurd naar de gevangenis waar hij voor christelijke gevangenen de mis opdroeg, waarbij Christus zelf aan hem verscheen en hem in de dodencel de communie gaf.
  • Met zijn metgezellen Eleutherius en Rusticus onthoofd bij de zuil van Mercurius, waarbij de drie de heilige Drie-eenheid loofden.
Na deze wrede opsomming vertelt De Voragine dat Dionysius zijn hoofd oppakte op en ermee wandelde - begeleid door een engel en omgeven door hemels licht - twee mijl naar de Mons Martis (nu Mons Martirum genoemd, Montmartre), waarbij men engelen hoorde zingen. De drie hoofden en lichamen werden naar de Seine gedragen om daarin geworpen te worden, terwijl de tongen nog bewogen om God te loven. Een adelijke dame nodigde de lijkdragers uit voor een maaltijd en terwijl zij aten, haalde ze de lichamen als een dief weg en begroef die op een akker.
Andere bronnen weten nog te melden dat zij boven hun graf een kapel liet bouwen en dat de zomer erop op de akker het koren er schoner bij stond dan waar en wanneer ook.
Rond 470 werd op de ruïne van deze kapel een kerk gebouwd en Koning Dagobert I (603-638/9) stichtte op die plek de grote abdij Saint-Denis.
Vanzelfsprekend werd Dionysius patroonheilige van Frankrijk en kan hij worden aangeroepen tegen hoofdpijn. De naam Mons Martis werd omgedoopt tot Mons Martyrum, berg van de martelaar, Montmartre.

Rooms Martelaarsboek

Volgens Eusebius van Caesarea, zou Dionysius de Areopagiet de eerste bisschop van die stad zijn geweest. Ook voor het Roomse Martelaarsboek zijn Dionysius de Areopagiet en Dionysius van Parijs een en dezelfde martelaar.
Op 9 oktober herdenkt het hem als volgt:
Te Parijs de geboorte van de heilige martelaren bisschop Dionysius de Areopagiet, de priester Rusticus en de diaken Eleutherius. Dionysius werd door de apostel Paulus gedoopt en tot eerste bisschop van Athene gewijd. Later kwam hij te Rome en werd vandaar door de zalige paus Clemens naar Gallië gezonden om er het Evangelie te verkondigen. Toen hij bij genoemde stad gekomen, daar enige jaren de hem toevertrouwde taak getrouw had volbracht, werd hij ten laatste op bevel van de prefect Fescenninus na zeer wrede folteringen tegelijk met zijn gezellen door het zwaard omgebracht en stierf als martelaar.
Dionysius wordt gerekend tot de zogenaamde veertien noodhelpers.

Genadestoel

Het hierboven getoonde retabel werd geschilderd voor de kerk van het Karthuizer klooster in Champmol, in de buurt van Dijon, gewijd aan de Drie-eenheid. De toeschrijving van het retabel was in de kunsthistorische literatuur decennialang onderwerp van debat. Het ging om johan Maelwael en/of Henri Bellechose. De Stichting Maelwael Van Lymborch Studies schreef in 2022 op basis van bronnenonderzoek het werk definitief toe aan Johan Maelwael.

Centraal staat de Genadestoel, symbool van de Drie-eenheid of Triniteit. We zien de heilige Geest als duif tussen de hoofden van God de Vader en Christus vliegen voor het aureool van Christus. Mogelijk dat Dionysius, Eleutherius en Rusticus hierbij zijn afgebeeld omdat zij bij hun executie de heilige Drie-eenheid loofden.

Aan de linkerkant ontvangt Dionysius in zijn dodencel de communie van Christus. Een engel draagt de stola transversa, een stool diagonaal over de linkerschouder, het liturgische kledingattribuut van een diaken.

Rechts zien we drie personen gekleed in een dalmatiek die een kopie lijkt van het kleed van Christus. De eerste van Dionysius' beide gezellen of diakens is al onthoofd en zijn hoofd ligt gescheiden van zijn romp op de grond. Het met een bisschopsmijter getooide hoofd van Dionysius leunt op een hakblok vlak voor zijn onthoofding, hoewel zijn nek al een wond vertoont. De andere gezel wacht gelaten en geboeid op zijn beurt.
Johan Maelwael (Jean Malouel) (±1371-1415)
voorheen toegeschreven aan Henri Bellechose (gedocumenteerd van 1415 – 1444)
Het Martelaarschap van de heilige Dionysius (1415-16)
Van paneel overgebracht op doek, 162 x 211 cm
Parijs - Louvre
2016 Paul Verheijen / Nijmegen