Paul Verheijen

KAÏN & ABEL

Broedermoord

De mens had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER,’ zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ Daarna bracht ze zijn broer Abel ter wereld. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer. Na verloop van tijd bracht Kaïn de HEER een offer van de opbrengst van het land. Ook Abel bracht een offer: van de eerstgeboren dieren van zijn kudde offerde hij de beste stukken vlees. De HEER schonk aandacht aan Abel en zijn offer, maar aan Kaïn en zijn offer niet. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker. De HEER zei tegen hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’ Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood. Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet,’ antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ ‘Wat heb je gedaan?’ zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar Mij schreeuwt. Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen. Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’ Kaïn zei tegen de HEER: ‘Die straf is te zwaar. U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag U niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’ Maar de HEER beloofde hem: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken.’ En Hij merkte Kaïn met een teken, opdat niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan. Toen ging Kaïn bij de HEER vandaan en hij vestigde zich in Nod, een land ten oosten van Eden.
(Genesis 4:1-16)
Dit is de eerste moord na de zondeval van Adam en Eva. Het verhaal van Kaïn en Abel toont eveneens voor de eerste maal in de bijbel de herhaaldelijk voorkomende bevoorrechting van de jongere boven de oudere broer.
De afwijzing en acceptatie van het offer door JHWH in deze oude stamoverlevering hebben alles te maken met de, tot in de oertijd teruggeprojecteerde, maatschappelijke en culturele tegenstellingen tussen herders en landbouwers, nomaden en gevestigde lieden.
Volstrekt onduidelijk in het verhaal is de reden, waarom JHWH het ene offer wel en het andere niet aanvaardt.
Flavius Josephus die in zijn Joodse Geschiedenis het verhaal navertelt weet dat wél: Kaïn was in alle opzichten een uitermate slecht mens. Hij had enkel oog voor het maken van winst. (Boek I, 53)
De moord is in de interpretatie van de bijbel zelf (Wijsheid 2:12-20 en 10:3; 1 Johannes 3:12) de consequentie van de eerste overtreding, de eerdere opstand van Adam en Eva tegen God, en de doodslag heeft geweld en demoralisering tot gevolg, later door God afgestraft met de zondvloed.
Het christendom zag in Abels offer een lam en duidde dat als type van Jezus' offerdood en vanaf de vroege middeleeuwen gold het offer ook als prefiguratie van de eucharistie.
Vereerd als patriarch en martelaar kreeg hij een plek op de heiligenkalender: ofwel op 2 januari, 30 juli, 9 december.

Ezelskinnebak

Hoe Kaïn zijn broer doodslaat, laat het verhaal in het midden, dus een eventueel hulpmiddel daarbij kan in de iconografie vrijelijk worden ingevuld.
Soms hanteert Kaïn op westerse afbeeldingen een ezelskinnebak.
Deze invulling wordt op drie verschillende manieren verklaard:
  • Klankovereenkomst van het Angelsaksische cinban, 'ezelskakebeen' en Cain bana, 'Kaïn-broedermoordenaar'
  • De ezelskinnebak wordt geassocieerd met een demonische, alles verslindende hellemuil.
  • De ezelskinnebak is 'geleend' van het tegen de Filistijnen gehanteerde wapen van Simson.
Een ander 'moordwapen' op voorstellingen kan een knots, schoffel of zeis zijn.
2016 Paul Verheijen / Nijmegen