Legende van het Ware KruisDe nogal complexe liturgische feesten van de Kruisvinding en de Kruisverheffing zijn votieffeesten, gedachtenisfeesten vanwege historische gebeurtenissen. In dit geval zijn deze historische gebeurtenissen verbonden met de lange en eveneens ingewikkelde legende van het ware kruis, die is onstaan in de vierde eeuw en vele varianten kent. De Legenda Aurea verdeelt de legende over twee hoofdstukken, gekoppeld aan de data van de feesten:
De doodzieke Adam zond zijn zoon Set naar de poort van het paradijs om te vragen naar een beetje olie der barmhartigheid van de boom des levens. Wanneer hij een beetje van deze olie op zijn lichaam zou kunnen wrijven, zou hij genezen zijn. De aartsengel Michaël bij de poort van het paradijs weigerde de olie te geven en vertelde dat de olie pas over vijfduizend jaar (de tijd van Jezus’ kruisdood) verkrijgbaar zou zijn. In plaats hiervan gaf de aartsengel aan Set een tak van de boom van goed en kwaad, die geplant moest worden bij het graf van Adam. Op het moment dat de tak was uitgegroeid tot een boom en die boom vrucht had voortgebracht, zou Adam genezen zijn. Toen Set was teruggekeerd, vond hij zijn vader al gestorven en zoals de aartsengel hem had geïnstrueerd, plantte hij de tak op het graf van zijn vader. De tak was een schitterende boom geworden toen Salomo koning werd. De koning, onder de indruk van de boom, liet hem omhakken omdat hij hem graag wilde gebruiken voor de bouw van de tempel van Jeruzalem. Toen bleek dat dit niet kon, legden de arbeiders hem over het water van de Siloë om hem als brug te gebruiken. Daar lag hij toen de koningin van Seba bij koning Salomo op bezoek kwam. Zij zag het hout en hoorde een innerlijke stem die haar profeteerde dat dit hout eens de Redder van de wereld zou dragen. Zij knielde daarom neer om het hout te vereren. Zij vertrouwde die informatie toe aan koning Salomo en voorspelde hem dat dit hout het einde van het jodendom aankondigt. In de dagen van het proces tegen Jezus kwam het hout uit de aarde te voorschijn en werd het gebruikt om er het kruis voor Christus van te maken. Eeuwen gingen daarna voorbij waarin Jeruzalem werd verwoest en de Joden verstrooid raakten en het kruis samen met de twee kruisen van de misdadigers vergeten werden. In de slag bij de Milvius-brug leverden Constantijn en Maxentius aan de oever van de Tiber strijd om uit te maken wie van hen beiden het imperium van Rome zou besturen. Toen Constantijn sliep verscheen hem een engel van de Heer en toonde hem een teken en kondigde hem aan dat hij zou overwinnen uit kracht van dit teken. Op de dag van het gevecht hield Constantijn een kruis in de hand en joeg zijn tegenstander op de vlucht. Hij bekeerde zich tot het christendom en beval met het edict van Milaan uit 313 vrijheid van religie en maakte een eind aan de godsdienstvervolgingen. Verlangend het heilig kruis te vinden, zond de keizer zijn moeder Helena naar het oosten om een jood genaamd Judas te zoeken, die het geheim wist waar het Kruis verborgen lag. Judas weigerde het geheim te vertellen. Hij werd neergelaten in een put en tot de hongerdood veroordeeld. Na zes dagen vroeg Judas om vrij gelaten te worden in ruil voor het geven van informatie. Gravend op Golgota, op de plek waar keizer Hadrianus in de tussenliggende jaren de Venus-tempel had laten bouwen, vond Helena drie kruisen. Men wist nog niet welk kruis het kruis van Jezus was. Door een wonder kwam men daarachter. Het kruis dat het dode lichaam van een jonge man tot leven deed komen, moest het ware kruis zijn. Een deel van het kruis werd in Jeruzalem achtergelaten, een deel werd meegenomen naar Constantinopel, de nieuwe hoofdstad van de keizer. De legende maakt vervolgens weer een sprong, nu van zo'n twee à drie eeuwen. De Perzische koning Khusro haalde het hout van het kruis weg uit Jeruzalem en in een bui van zelfverheerlijking plaatste hij het aan de rechterzijde van zijn eigen troon. Aan de linkerzijde zette hij een haan. Hiermee beeldde hij de heilige Drievuldigheid uit. Hijzelf liet zich God de Vader noemen, het kruishout was de Zoon Christus en de haan stelde de Heilige Geest voor. Herakleios, christelijke keizer van Byzantium van 610-641, trommelde een groot leger op de been om ten strijde te trekken tegen de zoon van Khusro bij de rivier de Donau om het kruis terug te halen. God gunde de overwinning aan Herakleios die na afloop van de strijd vader Khusro opzocht die niet van het verlies van zijn zoon op de hoogte was. Herakleios wilde Khusro laten leven als hij zich christelijk liet dopen, zo niet dan zou hij hem onthoofden. Khusro weigerde echter waarop Herakleios het vonnis uitvoerde. Keizer Herakleios wilde het teruggewonnen kruis terugbrengen naar Jeruzalem. Bij de stadspoort dwong een engel hem zijn keizerlijke waardigheid af te leggen. Nederig op blote voeten moest hij het kruis dragen, net zoals Christus op Palmzondag de stad op een nederige ezel was binnengegaan. Hierna verheerlijkte hij het kruis. |
Oude liturgische feestenHet joodse Loofhuttenfeest dat de wijnoogst bekroonde, viel naar men meende op 14 september. Dit feest werd als volgt verchristelijkt:Op 14 september 335 stroomde een dichte menigte nieuwsgierigen, pelgrims, monikken, geestelijken en prelaten van alle streken samen naar Jeruzalem ter gelegenheid van de kerkwijding van de kerk die Constantijn de Grote had laten bouwen op Golgota. De daaropvolgende jaren werd deze wijding jaarlijks op 14 september gevierd. Meer dan 50 bisschoppen namen aan deze viering deel. Acht dagen lang werd het gevierd terwijl pelgrims in drommen samenstroomden. Sinds het einde van de vierde eeuw werd het feest van 14 september verbonden met een andere gebeurtenis. Op 14 september 320 had Helena het Ware Kruis van Jezus volgens de legende teruggevonden. Jaarlijks werd dit herdacht door een liturgische handeling, namelijk de hyposis, kruisverheffing. Golgota werd beschouwd als het middelpunt van de aarde. Een priester hief daarom het heilig kruishout op in de richting van de verschillende windstreken. Ter herinnering aan de ceremonie namen pelgrims een kleine ampul mee met olie die men op het kruis had gestreken. Deze ceremonie werd steeds belangrijker. De herinnering aan de kerkwijding en de kruisvinding raakte daardoor op de achtergrond. Stukjes van het kruis werden alom over de wereld uitgedeeld. Tegelijk daarmee verspreidde zich de ceremonie van de kruisverheffing in de kerken. Constantinopel nam het feest over in 612. De kruisverheffing werd vervolgens gekoppeld aan een andere gebeurtenis. Jeruzalem was in 614 door de Perzen veroverd en in brand gezet. De kruisrelieken werden geroofd. Na de overwinningen van de Byzanthijnse keizer Herakleios was Jeruzalem weer opgebouwd. Op 3 mei 630 gaf Herakleios het Kruis terug aan patriarch Zacharias van Jeruzalem. Sergius I (paus van 687-701; feestdag 8 september) voerde Kruisverheffing in binnen het kerkelijk jaar. In het paleis van Lateranen begon men op 14 september opnieuw met de aanbidding van het kruis, zoals dat op Goede Vrijdag plaats had. Maar deze ceremonie had een korststondig bestaan. |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |