Paul Verheijen

REMIGIUS VAN REIMS

Apostel der Franken

Remigius van Reims, die het epitheton `apostel der Franken' heeft gekregen en in Nederland soms ook Sintermeis wordt genoemd, werd rond 435 geboren. Zijn vader Emilius graaf van Laon was een Romeinse commandant. Een enkele legende presenteert hem schaamteloos als de zoon van Karel Martel (689-741). Hij was de jongere broer van de ook heiligverklaarde Principius van Soissons (25 september). Remy moet een uitstekende opleiding hebben genoten, reden waarom hij, jonger dan volgens kerkelijke voorschriften was toegestaan, op 22-jarige leeftijd tot bisschop van de stad Reims (etymologisch op zijn naam terugaand) werd gekozen en gewijd. Ook hedentendage is die minimale leeftijd 35 jaar en tenminste vijf jaar priester.
Vanaf Clovis' troonsbestijging in 481 beinvloedde Remigius hem. En nadat hij Clovis gedoopt had, wijdde hij zich geheel aan de christianisering van de Franken. Door de oprichting van een aantal bisdommen (Arras, Laon, Thérouanne en Tournai-Cambrai) en het bijeenroepen van een synode legde hij het fundament voor de kerkelijke organisatie van het rijk.
Remigius stierf tussen 532 en 535 en gezien zijn feestdag vermoedelijk op 13 januari.
Er zijn vier brieven en het testament van hem bewaard gebleven.
In 852 werd er in Reims een aan hem gewijde kerk gebouwd en op 1 oktober 1049 werden zijn relieken door Leo IX overgedragen naar de benedictijner abdij Saint-Remy. Deze bevinden zich nu in de tussen 1211 en 1300 gebouwde kathedraal Notre-Dame aldaar.

In het Roomse Martelaarsboek wordt hij herdacht op 13 januari en de translatie van zijn relieken op 1 oktober.
Te Reims in Frankrijk evenzo de geboortedag van de heilige bosschop Remigius, belijder. Hij bekeerde de Franken tot Christus, na hun koning Clovis het heilig doopsel toegediend en hem in de geheimen van het geloof ingewijd te hebben. Nadat hij zeer vele jaren de bisschoppelijke bediening had waargenomen, scheidde hij uit zijn leven, beroemd om zjn heiligheid en zijn heerlijke wonderen. Zijn feest viert men vooral de eerste oktober, waarop zijn lichaam werd overgebracht.
Bisschop Hincmar schreef twee eeuwen na Remigius' dood een historisch dubieuze Vita. De Legenda Aurea wijdt vanwege deze twee dagen ook twee hoofdstukken aan hem. Jacobus de Voragine baseert zich naar eigen zeggen ook op bisschop Hincmar*.

Hieronder is een samenvatting te lezen van beide hoofdstukken met citaten. De detailafbeeldingen erbij zijn afkomstig van de tapijten van Gauthier de Campes. Deze tapijten tonen ook andere legendes die ontbreken in de Legenda Aurea:
  • Een overleden burger had al zijn bezittingen aan de Kerk nagelaten. Zijn dochter en schoonzoon bleven onterfd achter en betwisten, met behulp van valse getuigen, de geldigheid van het testament. Remigius woont het proces bij, maar omdat hij de waarheid niet kent, wekt hij de dode man weer tot leven. Alleen deze man kan bepalen wie gelijk heeft.
  • Remigius spreekt zijn vloek uit over de inwoners van een dorp die twee hooibergen in brand staken, die bewaard werden voor tijden van hongersnood.
  • Tijdens een kerkvergadering 510 in Orléans bespreken de bisschoppen, bijeengekomen door Clovis, het arianisme. Een ariaanse bisschop, die zijn geloof wil verdedigen, wordt door Remigius het zwijgen opgelegd. Hij knielt echter voor de bisschop, die hem vervolgens toestaat te spreken.
  • Vóór zijn dood was Remigius getuige van verschillende verschijningen: de heiligen Petrus en Paulus, Jezus en God de Vader. Theodorus, een van zijn leerlingen, had deze taferelen gezien en werd gevraagd er met niemand over te praten.
  • Na het opstellen van zijn testament gaf Remi zijn diakens de laatste communie voordat hij, omringd door vrienden, overleed. Zijn ziel werd door engelen naar de hemel gedragen.

* Hincmar van Reims (±806-882), ook bisschop van Reims, schreef de Vita Remigii episcopi Remensis

Legenda Aurea

Jacobus de Voragine bericht dat Remigius' geboorte op bijbelse wijze met een verwijzing naar de grote taak van het kind door een engel werd aangekondigd aan Montanus, een blinde kluizenaar (als de heilige Montanus van La Fère herdacht op 17 mei of 20 september). Deze ging naar de oude moeder Cilina (de heilige Celina van Meaux; 21 oktober) die deze voorspelling net als Abrahams oude vrouw Sara (Genesis 18:1-15) natuurlijk niet kon geloven. Hij verzocht haar, dat het kind wanneer het geboren zou zijn, haar moedermelk over zijn ogen te sproeien. Dat gebeurde en de blinde man was genezen.
(Samenvatting Legenda Aurea 16,6-14)
Hij was zo zachtmoedig dat de mussen naar zijn tafel kwamen en de kruimels uit zijn hand aten. Toen hij eens te gast was bij een voorname dame en zij nog maar weinig wijn had, ging Remigius naar de kelder en maakte een kruisteken over het wijnvat. Hij sprak een gebed en dadelijk stroomde de wijn over de rand en vloeide uit over de keldervloer.
(Citaat Legenda Aurea,16,15-17)
In die tijd was Chlodovech koning van het Frankenland. Hij was een heiden en zijn vrouw, die een vurig christen was, slaagde er niet in hem te bekeren. Maar toen hij vernam dat een onafzienbaar leger van de Alamannen tegen hem oprukte, deed hij aan de Heer God die door zijn vrouw werd vereerd, de gelofte dat als Hij hem de overwinning op de Alamannen schonk, hij het geloof in Christus zou aannemen. Zijn wens ging in vervulling en hij begaf zich naar de heilige Remigius met het verzoek hem te dopen. Toen ze bij de doopvont kwamen, was daar geen heilig chrisma. Maar zie, een duif bracht in haar snavel een ampul met chrisma en daarmee zalfde de bisschop de koning. Deze ampul wordt bewaard in de kerk van Reims en daaruit worden tot de dag van vandaag de koningen van Frankrijk gezalfd.
(Citaat Legenda Aurea 16,18-21)
Vermakelijk is zijn verhaal over Genebaldus, een aangetrouwde neef van Remigius. Toen deze met zijn vrouw besloten had over te gaan tot een geestelijk leven en hun huwelijk te beeindigen, maakte Remigius hem tot bisschop van Laon. Zijn gewezen vrouw bezocht vaak Genebaldus' preken. Eenmaal werd daarna de liefde het gewezen echtpaar de baas. Toen de vrouw enige tijd later zwanger bleek en men dit de bisschop meldde, zei hij dat zij het kind Latro (=rover) moest noemen. Nog was hun boete om de wandaad niet voorbij, of het euvel deed zich opnieuw voor. De vrucht was deze keer een meisje, dat van Remigius de naam Vulpecula (=vosje) kreeg. Genebaldus ging naar Remigius die hem zeven jaar boete in een kluis oplegde. Voorbeeldig berouw was er de oorzaak van, dat een engel de boetetijd verkortte en Remigius zijn neef weer in zijn ambt herstelde. Latro werd na de dood van zijn vader bisschop van Laon en leefde als een heilig man. Remigius stierf volgen De Voragine in vrede anno domini 500.
(Samenvatting Legenda Aurea 16,22-41)
De reden waarom Clovis christen werd is te lezen op de pagina over de doop van Clovis onder de alinea over Chlotildis.

En nadat Clovis christen was geworden wilde hij Remigius grond als geschenk geven. Remigius zou het stuk krijgen van de omtrek die hij kon lopen in de tijd dat Clovis zijn middagdutje deed. Maar tijdens die rondgang hield een molenaar hem boos tegen. Remigius bood hem aan dat ze samen de molen zouden bezitten, maar molenaar joeg hem. Meteen begon het molenrad in tegenovergestelde richting te draaien. De molenaar roept Remigius terug, maar is te laat, want de aarde had zich geopend en de molen verzwolgen.
(Samenvatting Legenda Aurea 143,20-29)
Grote hongersnood voorziend, liet Remigius grote voorraden graan opslaan. Dronken boeren dreven daar de spot mee en staken alles in brand. Remigius hoorde daarvan, ging hij naar de brand, warmde zich daaraan en voorspelde dat de boeren en al hun mannelijke nakomelingen liesbreuk zouden krijgen en de vrouwen kroep. Dat gebeurde ook totdat, volgens De Voragine dd bevolking door Karel (de Grote) werd verstrooid.
(Samenvatting Legenda Aurea 143,30-34)
Want toen zijn lichaam na zijn overlijden op een draagbaar naar de kerk van de heilige Timoteüs en Apollinaris gebracht zou worden, werd het bij de kerk van sint Christophorus zo zwaar dat het niet meer te verplaatsen was. Ten einde raad vroegen ze de Heer hun duidelijk te willen maken of Hij soms wilde dat het begraven werd in deze kerk van sint Christophorus, waar talloze resten van heiligen rustten. Onmiddellijk konden zij het lichaam opbeuren alsof het een veertje was en ze gaven het daar een eervolle begrafenis. Toen daar vele wonderen gebeurden, vergrootten ze de kerk en maakten achter het altaar een crypte. Maar nadat ze het lichaam hadden uitgegraven om het daar ter ruste te leggen, konden ze het met geen mogelijkheid verplaatsen. Ze brachten de nacht door in gebed, maar omstreeks middernacht waren ze allemaal in slaap gevallen. De volgende morgen, de eerste dag van oktober, ontdekten ze dat het graf met het lichaam van sint Remigius door engelen naar de crypte was gedragen. Veel later werd het lichaam op deze dag in een zilveren kist naar een mooiere crypte overgebracht.
(Citaat Legenda Aurea 143,37-42)

2016 Paul Verheijen / Nijmegen