| Matteüs | Marcus | Lucas | Johannes |
|
Jezus ging de tempel binnen en joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht. Hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie maken er een rovershol van!’
(Mt 21:12-13) |
Ze kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; Hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en Hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om Hem uit de weg te ruimen; ze waren bang voor Hem, omdat het hele volk diep onder de indruk was van zijn onderricht.
(Mc 11:15-18) |
Hij ging naar de tempel, waar Hij de handelaars begon weg te jagen, met de woorden: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ Dagelijks gaf Hij onderricht in de tempel. De hogepriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk wilden Hem uit de weg ruimen, maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen.
(Lc 19:45-48) |
Kort voor het Joodse pesachfeest reisde Jezus naar Jeruzalem. Daar trof Hij op het tempelplein de handelaars in runderen, schapen en duiven aan, en de geldwisselaars die daar altijd zaten. Hij maakte een zweep van touw en joeg ze allemaal de tempel uit, met hun schapen en runderen. Hij smeet het geld van de wisselaars op de grond, gooide hun tafels omver en riep tegen de duivenverkopers: ‘Weg ermee! Jullie maken een markt van het huis van mijn Vader!’ Zijn leerlingen dachten aan wat er geschreven staat: ‘De hartstocht voor uw huis zal Mij verteren.’ Maar de Joden vroegen: ‘Met welk teken kunt U bewijzen dat U dit mag doen?’ Jezus antwoordde hun: ‘Breek deze tempel maar af, en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen.’ ‘Zesenveertig jaar heeft de bouw van deze tempel geduurd,’ zeiden de Joden, ‘en U wilt hem in drie dagen weer opbouwen?’ Maar Hij sprak over de tempel van zijn lichaam. Na zijn opstanding uit de dood herinnerden zijn leerlingen zich dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en alles wat Jezus gezegd had.
(Joh 2:13-22) |
ZweepIn tegenstelling tot de drie synoptici plaatst de evangelist Johannes het verhaal van de tempelreiniging reeds aan het begin van Jezus' optreden. Zijn versie is ook het langst, het meest aanschouwelijk, maar ook het meest gewelddadig vanwege de zweep die Jezus van touw maakt. Hoe 'pacifistisch' is Jezus feitelijk?De tempelreiniging was een geliefd onderwerp van schilders in de 16e eeuw omdat het de menselijke hebzucht verbeeldde. Bovendien werd het verhaal als allegorie gezien voor de reformatie en de contrareformatie. Net als Jezus was het doel van de reformatie en de contrareformatie (ieder op hun eigen manier) om de kerk te zuiveren van ketterij. Voor kunstenaars bood dit verhaal een prima mogelijkheid om uiteenlopende emoties, gebaren en houdingen uit te beelden. |
Actie - ReactieLezen we in dit nogal gewelddadige optreden in de tempel de reden waarom de autoriteiten Jezus wilden arresteren? In de evangeliën van Marcus en Lucas vormt de tempelreiniging inderdaad de directe druppel die de emmer deed overlopen voor de joodse leiders. Ze willen Jezus uit de weg ruimen.Maar Matteüs noemt een andere reden. Daarin is de gelijkenis van de onwillige wijngaardeniers (Matteüs 21:33-46) die Jezus vertelt de directe aanleiding voor het besluit om Jezus uit de weg te ruimen. Hoewel de tempelreiniging de spanningen natuurlijk wel op scherp zette, bereikt het conflict pas na deze specifieke gelijkenis het kookpunt en zochten zij Jezus te grijpen, maar zij waren bang voor de menigte, omdat die Jezus voor een profeet hield. Ook Johannes voert een andere reden op. Hij schrijft dat de Joodse Hoge Raad (het Sanhedrin) besloot Jezus uit de weg te ruimen na de dodenopwekking van Lazarus. Dit wonder zorgde ervoor dat velen in Jezus gingen geloven. De joodse leiders waren bang dat Jezus té populair zou worden. Zij vreesden dat dit tot een opstand zou leiden en dat de Romeinen vervolgens zouden ingrijpen, waardoor het joodse volk en de tempel vernietigd zouden worden. Direct na dit besluit door het Sanhedrin sprak hogepriester Kajafas de historische woorden uit dat het beter is dat één mens sterft voor het volk, dan dat het hele volk verloren gaat. Vanaf dat moment zochten zij actief naar een manier om Jezus te arresteren en te doden. |
NotitiesLees onder de knop enkele exegetische notities bij dit verhaal van de Tempelreiniging. De evangelisten Matteüs, Marcus en Lucas plaatsen het verhaal van de tempelreiniging aan het eind van Jezus’ werkzaamheden. Johannes zet het verhaal al aan het begin ervan, direct na de bruiloft in Kana. Het verhaal van de tempelreiniging is qua feiten wonderlijk te noemen. Johannes vermeldt dat Jezus, voorafgaande aan zijn actie, een zweep van touw (werd dit gebruikt om offerdieren vast te binden?) maakte, hetgeen duidt op een weloverwogen en geplande actie. Op het terrein van de tempel stroomden dagelijks duizenden gelovigen samen, zeker rond het Paasfeest ‘van de Joden’ (zoals Johannes er afstandelijk aan toevoegt alsof hij het feest zelf niet kent). Er waren honderden mensen ijverig in de weer met alles wat met bidden, offeren, geld wisselen en andere zaken te maken had. Bovendien bevonden zich altijd tempelwachters in de buurt. Deze bewapende mannen lieten Jezus blijkbaar gewoon zijn gang gaan. Waarom moest de tempel overigens gereinigd worden? Omdat de tempel een markthal of handelscentrum (Grieks: emporion, het woord komt in het Tweede Testament alleen in Johannes 2:16 voor) was geworden, zoals Jezus zelf zegt? God zelf heeft toch bevolen dat men in de voorhal van de tempel offerdieren aanbood. Ergert Jezus zich aan het gebruikelijke geschreeuw en de verkooppraatjes? Johannes meldt het niet. Ook de geldwisselaars bewezen hun nut door de mensen in de gelegenheid te stellen hun tempelbelasting in betrouwbare munt te betalen. Of zetten zij de gelovigen af? Ook hierover meldt Johannes echter niets. Wat stelt Jezus in de plaats voor deze noodzakelijke handel? Kortom: de gewelddadige eenmansactie van Jezus is gezien de naakte feiten tamelijk wonderlijk te noemen. Is de tempelreiniging misschien meer dan een driftbui van Jezus? Vermoedelijk was de verdrijving van handelaren uit de tempel in de gelovige visie van de evangelisten een zeer bewuste, profetische daad met een diepe politieke en religieuze betekenis. Alle vier evangelisten verwerken citaten uit het Eerste Testament of refereren er impliciet aan.
Johannes vertelt de tempelreiniging net zo kort en bondig en bondig als de bruiloft in Kana en breekt ze zo abrupt af dat hij ons met vragen laat zitten. De toon van beide verhalen is verschillend. In Kana viert men een vreugdefeest, in Jeruzalem gebeurt er iets gewelddadigs. In Kana zien we vriendschap, in Jeruzalem vijandschap. In Kana verricht Jezus een teken dat de leerlingen tot geloof brengt, in Jeruzalem eist men een teken, hetgeen het ongeloof van de Joden blootlegt. Mogelijk beoogt Johannes zowel in dit verhaal als in het verhaal van de bruiloft in Kana de nadruk te leggen op de openbaring van Jezus als Messias. Bij de bruiloft in Kana openbaart Jezus zich op initiatief van zijn moeder aan zijn leerlingen, in Jeruzalem openbaart hij zich aan de joodse leiders. Hij stelt zich boven de joodse tempeloverheid en handelt uit goddelijke volmacht. Dit Messiaanse karakter wordt door Johannes sterk onderstreept. Jezus wordt na zijn daad ter verantwoording geroepen. Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem weer opbouwen, is zijn repliek. De joden verstaan dit tempellogion zonder diepere betekenis. Letterlijk genomen grenst de uitspraak inderdaad aan grootheidswaanzin. Een dergelijk misverstand komt geregeld voor in het evangelie van Johannes. En om misverstanden bij zijn lezers te voorkomen, legt Johannes de diepere betekenis vervolgens zelf uit. Ook maakt hij reeds nu melding van Jezus’ verrijzenis, waarna ook de leerlingen het tempellogion zijn gaan begrijpen. Johannes schrijft in het Grieks hieron, heilig gebouw, schrijn of tempelcomplex, en naos duidt de woonplaats van de godheid aan. Zij die menen dat God huist in een gebouw hieron zullen geschokt reageren op een tempelafbraak, maar zij die menen dat God huist in een naos niet. Jezus beweert dat God niet in een tempelgebouw huist, maar dat hij zélf Gods verblijfplaats in de wereld is. De leerlingen beseften de diepere betekenis van Psalm 69. Vers 10 eruit citeert Johannes met een opvallende wijziging in de werkwoordstijd van aoristus naar futurum: de ijver voor mijn huis zal mij verteren. Reeds in het begin van het evangelie van Johannes tekent zich het toekomstige dramatische verloop van het leven van de Messias (en later zijn volgelingen?) af. Kernbegrippen in dit leven zijn vriendschap, maar helaas ook vijandschap die aan je vreet. |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |