Paul Verheijen

FRANCESCO CAIRO

Christina

Bolsena en Tyrus

Het Roomse Martelaarsboek herdenkt Christina op de liturgische kalender op 24 juli:
Te Tiro bij het Bolsanomeer in Toscane de heilige maagd Christina, martelares. Daar zij in Christus geloofde en de gouden en zilveren afgodsbeelden van haar vader had stuk geslagen en de stukken aan de armen uitgedeeld, werd zij op zijn bevel door geselslagen verscheurd en met nog andere pijnigingen zeer wreed gefolterd. Vervolgens werd zij met een grote zware steen samengebonden en in het meer geworpen, maar door een engel daaruit gered. Daarna verdroeg zij onder een andere rechter, die haar vader was opgevolgd, nog wrede folteringen, maar bleef standvastig. Eindelijk, nadat zij onder de landvoogd Julianus in een gloeiende oven was geworpen, waarin zij vijf dagen lang ongedeerd bleef en met slangen had moeten strijden, waarvan zij met Gods hulp bevrijd werd, heeft men haar de tong afgesneden en met pijlen doorboord, waardoor zij haar martelaarschap voltooide.
Oorspronkelijk werd Christina vereerd in twee ver van elkaar gelegen steden: Bolsena in Italië en Tyrus in Libanon.
In navolging van de Legenda Aurea (zie onder voor de volledige legende) heeft het Martelaarsboek hier geen moeite mee en maakt van Tyrus de plaatsnaam Tiro, een stad die dan zou liggen aan het Meer van Bolsano.
Waarschijnlijk zijn beide heiligen gebaseerd op een en dezelfde legende.
Haar lotgevallen lijken ontleend aan legendes over het lijden van andere jonge maagd-martelaressen (zie onder): standvastig in haar geloof in Christus (ze heet niet voor niks Christina), een boosaardige vader die haar opsluit, borsten worden afgesneden, enzovoort.
Rond haar graf in Bolsena werd rond 400 een catacombe aangelegd.
In 1880 werd haar graf gevonden in Palermo op Sicilië, blijkbaar is ze dus ooit verplaatst.
Het ging hier om de resten van een tienermeisje.
Gezien de legende is het niet verwonderlijk dat Christina schutspatrones werd van boogschutters en molenaars.

Legenda Aurea


OVER DE HEILIGE CHRISTINA

Christina betekent zoveel als iemand die met chrisam is gezalfd. Want het was de goed geurende balsem in haar levenswandel en de olie van de aandacht in haar hart en de zegen van alle genade in haar mond.

Christina stamde af van edele ouders uit Tyro een stad in het land Italië. Haar vader sloot haar op in een toren met twaalf dienstmeiden en gaf haar gouden en zilveren godsbeelden. Maar hoewel ze heel mooi was en velen haar als vrouw wilden hebben, wilden haar ouders haar niet uithuwelijken. Maar de heilige Geest had haar geleerd de afgodendienst te versmaden en de wierook die ze de goden zou moeten offeren, verborg ze in een venster. Toen nu haar vader in de toren kwam, spraken de dienstmeiden tot hem: 'Onze meesteres, uw dochter, wil niet offeren aan de afgoden en zegt dat ze christin is.'
Haar vader probeerde haar met goede woorden weer tot de afgodendienst te brengen, maar zij sprak: 'Noem mij niet uw dochter, want u moet weten dat ik aan geen sterfelijke god een offer breng, maar alleen de hemelse God.'
Sprak de vader: 'Lieve dochter, offer niet louter aan één god, opdat de andere niet vertoornd worden op jou.'
Ze antwoordde: 'U leek te spreken alsof u de waarheid niet kende, want ik breng mijn offer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest.'
Sprak de vader: 'Als jij drie goden aanbidt, waarom dan ook niet de andere?'
Ze antwoordde: 'Deze drie vormen samen een godheid.'
Toen ging Christina weg en vernielde de goden van haar vader en schonk het goud en zilver aan de armen.
Toen de vader terugkwam, wilde hij de goden aanbidden en vond ze niet. Toen zeiden de meiden wat Christina gedaan had. Toen hij dat vernam liet hij haar uitkleden en door twaalf mannen slaan, tot de dienaren er zelf door verzwakt werden. Toen sprak Christina tot haar vader: 'U die zonder eer en schaamte bent, die door God gehaat bent: zie, zij die mij slaan, worden zwak, bid toch tot uw goden als u dat wil, dat die hun weer kracht geven.'
Toen liet de vader haar met ketenen vastgezet naar de gevangenis afvoeren.
Toen de moeder dat hoorde, verscheurde zij haar kleding en kwam naar de kerker, wierp zich voor de voeten van haar dochter en sprak: 'Christina mijn lieve dochter, heb medelijden met mij.'
Christina antwoordde: 'Waarom noemt u mij uw dochter? Weet u niet, dat ik de naam van mijn God draag?'
Toen de moeder zag dat ze haar niet kon overtuigen, keerde ze terug naar haar man en vertelde hem wat haar dochter had geantwoord. Toen ging de vader recht spreken en liet Christina naar zich voorgeleiden en sprak tot haar: 'Offer aan de goden; doe je dat niet, dan zul je hevige pijn lijden en niet meer mijn dochter heten.'
Ze antwoordde: 'U hebt mij grote genade bewezen dat u mij niet meer de dochter van de duivel noemt, want wat uit de duivel geboren is, dat is de duivel, en ben jij de vader van de satan.'
Toen liet hij haar vlees met folterhaken verscheuren en haar tedere ledematen breken. Christina echter nam van haar vlees een lapje en wierp het in het gezicht van haar vader en sprak: 'Neem, woestaard, en eet het vlees op dat je zelf hebt verwekt.'
Toen liet de vader haar op een rad binden en vuur met olie onder haar aansteken. Maar de vlammen weken opzij en doodden ongeveer 1500 man. De vader meende dat dit geschiedde door tovenarij en liet haar weer in de gevangenis werpen. En toen het nacht was, gebood hij zijn dienaren haar een grote steen om de hals te binden en haar in het meer te gooien. Dat deden zij, maar de engelen hielden haar boven water en Christus zelf kwam naar beneden en doopte haar in het meer met de woorden: 'Ik doop jou in de naam van God, mein Vader, van mij, Jezus Christus zijn zoon, en de heilige Geest.'
Daarna gaf hij haar over aan de aartsengel Michaël, die haar weer naar land bracht.
Toen de vader dat vernam, sloeg hij zich voor het hoofd en sprak: 'Met welke tovenarij heb jij dit volbracht, dat je ook jouw kunsten op het meer uitoefent?'
Zij antwoordde: 'Onzalige dwaas, die genade heeft Christus mij verleend.'
Toen wierp hij haar in de gevangenis en gebood dat men haar de volgende morgen zou onthoofden.
Maar in diezelfde nacht werd haar vader, deze Urbanus, dood gevonden. Hem volgde een kwaadaardige rechter op, genaamd Dius, die liet een gloeiende ijzeren wieg met olie, hars en pek prepareren, Christina daarin leggen en de wieg door vier mannen wiegen, opdat ze des te sneller zou branden. Maar Christina loofde God dat Hij haar die kort geleden pasgeboren was, als een kind in een wieg zou laten wiegen.
Daarop werd de rechter vertoornd en liet haar hoofd kaal scheren en haar naakt door de stad voeren tot voor de afgod Apollo. Daar sprak zij het beeld bevelend toe en het verviel tot stof.
Toen de rechter dat hoorde, schrok hij zo zeer dat hij de geeest gaf. Hij werd opgevolgd door Julianus, die liet een vurige oven bereiden en Christina daarin werpen. Daarin bevond ze zich vijf dagen zonder schade en liep daarin met de engelen en zong. Julianus meende dat die geschiedde met tovenarij. Daarom liet hij twee adders, twee ringslangen en twee andere slangen op haar los, maar de adders likten haar voeten, de ringslangen hingen aan haar borsten zonder haar te schaden en de andere slangen krulden zich om haar hals en likten haar zweet op.
Toen sprak Julianus tot de slangenbezweerder: 'Ben jij ook niet een tovenaar? Prikkel de dieren.'
Dat deed de tovenaar. Toen vielen de slangen hem aan en doodden hem onmiddellijk. Christina echter gebood de slangen dat ze naar een woestenij moesten gaan en wekte de dode man op.
Daarna liet Julianus haar de borsten afsnijden, daaruit vloeide melk in plaats van bloed. Toen liet hij ook haar tong uitsnijden, maar zij verloor haar spraak niet. Ze nam de uitgesneden tong en wierp die in het gezicht van de rechter en trof hem in het oog zodat hij verblind werd.
Toen werd Julianus toornig en schoot twee pijlen in haar hart en een in haar zijde en aldus getroffen gaf zij haar geest aan God, anno domini 287 onder Diocletianus.
Haar lichaam rust in een kasteel, Bulsenum* genoemd, tussen de oude stad en Viterbo gelegen. De toren echter, die bij de burcht hoorde, is nu geheel verwoest.
* De Voragine verwijst hier naar het kasteel Rocca Monaldeschi della Cervara, een middeleeuws kasteel dat vaak met brand en vernieling te maken heeft gehad, maar dankzij restauraties nog altijd in de wijde omgeving scherp in het oog springt en sinds 1991 het Museo Territoriale del Lago di Bolsena huisvest.

Berusting

Het schilderij van Francesco Cairo laat de vele bloederige details van haar martelingen achterwege en concentreert zich op slechts één wond onder de hals, veroorzaakt door de pijl die ze in haar hand houdt (vergelijk Ursula van Keulen).
Haar opengehouden rechterhand lijkt te willen zeggen dat ze berust in haar martelaarschap.
Francesco Cairo (1607-1665)
Santa Cristina (1637-40)
Olieverf op doek, 72 x 90 cm
Milaan - Castello Sforzesca, Civiche Raccolte d'Arte