Paul Verheijen

DONATELLO

Uitgeteerde Maria

Magdalena en Egypte

In de christelijke traditie en dus ook in de kunst komen in de heilige Maria Magdalena feitelijk vier in de bijbel genoemde vrouwen samen.

Alsof een versmelting van deze vier vrouwen nog niet voldoende was, ontstond er in de latere traditie ook nog een vermenging van deze mix-Maria Magdalena met de heilige Maria van Egypte.

Deze Maria van Egypte leefde eind vierde, begin vijfde eeuw en ging volgens de Legenda Aurea op twaalfjarige leeftijd naar Alexandrië alwaar zij 17 jaar als hoer werkte.
Toen sloot ze zich aan bij een pelgrimage over zee naar het Heilig Kruis in Jeruzalem.
Die overtocht betaalde ze door zich door zo ongeveer alle mannen te laten gebruiken.
Na een wonderlijk voorval in Jeruzalem (ze wilde de Heilig Kruiskerk binnengaan, maar werd telkens door een onzichtbare kracht tegengehouden) besloot ze zich in de woestijn terug te trekken om haar zonden goed te maken en een leven als boetelinge te leiden.
Een man gaf haar drie geldstukken waarvoor ze drie broden kocht die ze meenam naar de woestijn en waarmee ze zich jarenlang wist te voeden, ondanks het feit dat ze zo hard als steen waren geworden.
Haar kleren raakten versleten en haar naaktheid werd slechts bedekt door haar extreem lange haren.

De monnik Zosimus, op zoek naar een heilige kluizenaar, ontmoette haar en bracht haar op Witte Donderdag de heilige hostie.
Toen hij haar het jaar daarop dood aantrof, stond in het zand naast haar hoofd geschreven:
Zosima, begraaf mijn lichaam, geef de aarde terug wat haar toekomt, en bid voor mij tot God, door wiens wil ik van deze aarde ben gescheiden op 2 april.

Zosimus liet daarop een leeuw in de harde woestijngrond haar graf graven.

Donatello's Maria

Vasari noemt bij de opsomming van de vele werken die Donatello (1386-1466) heeft vervaardigd dit beeld een Santa Maria Maddalena di legno in penitenza, een Heilige Maria Magdalena van hout in boetedoening.
Hij vindt het heel mooi en heel goed gemaakt en ziet een door vasten en onthouding uitgeteerde gestalte, waarbij al haar delen een volmaakt geheel vormen.
Hij merkt op dat Donatello de anatomie in elk opzicht goed heeft begrepen.

Het is duidelijk dat Donatello in zijn uitbeelding aansluit bij de tradities die Maria Magdalena en Maria van Egypte hebben vermengd.
Ik heb de neiging te beweren dat hij méér de Egyptische dan de Maddaleense Maria heeft uitgebeeld.
De legendes over Maria Magdalena melden namelijk dat zij - toen ze in de woestijn bij Marseille verbleef - dagelijks op de zeven gebedsuren door engelen in de hemel werd opgenomen om haar te voeden.
Het levensgrote en uitgeteerde lichaam van de Maria van Donatello doet echter anders vermoeden.
Dit beeld lijkt ver verwijderd van de idealen van de renaissance en sluit eerder aan bij gotische devotiebeelden.
Het uitgeteerde lichaam van Maria toont een diepe religieuze beleving, waar je lang gefascineerd naar kunt kijken.
Met deze Maria Magdalena kregen de Florentijnen de vrouwelijke pendant van Johannes de Doper in de woestijn.
Donatello (1386-1466)
Maddalena Penitente (1453-1455)
Hout (zilverpopulier), 188 cm
Florence - Museo dell'Opera del Duomo