Paul Verheijen

REMBRANDT EN HET MAURITSHUIS

31 januari t/m 15 september 2019
Den Haag - Mauritshuis

De tentoonstelling bestaat uit 26 werken uit de eigen collectie van het Mauritshuis.
Daaronder ook werken die niet langer toegeschreven worden aan Rembrandt.
Op deze webpagina ziet u zes schilderijen van deze expositie met een religieuze voorstelling.


Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Het loflied van Simeon (1631)
Olieverf op paneel, 61 x 48 cm


Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Suzanna (1636)
Olieverf op paneel, 47,4 x 38,6 cm


Rembrandt van Rijn (omgeving van)
Rust tijdens de vlucht naar Egypte (Rustende reizigers) (circa 1629-1630)
Olieverf op papier op paneel, 38 x 34 cm


Rembrandt van Rijn (1606-1669)
Saul en David (circa 1651-1654 en circa 1655-1658)
Olieverf op doek, 131 x 164 cm

Arent de Gelder (1645-1727)
Het loflied van Simeon (circa 1700)
Olieverf op doek, 95 x 108 cm
Arent de Gelder was de laatste leerling van Rembrandt.
Die leerde hem schilderen met een brede toets, donkere kleuren en sterke lichtaccenten.
De Gelder bleef altijd in die stijl werken - toen hij Het loflied maakte, was Rembrandt al 30 jaar dood.
En was een veel gladdere stijl met lichtere kleuren in de mode.
Maar De Gelder was financieel niet afhankelijk van zijn schilderijen en kon de heersende smaak dus negeren.

Veel herinnert hier aan Rembrandt: het onderwerp, de donkere kleuren, de sterke lichtaccenten, de brede verfstroken en het krassen in de verf.
Maar De Gelder was geen klakkeloze imitator en week soms bewust af van Rembrandts werkwijze.
Zo gebruikte hij veel dunnere verf dan zijn leermeester, bijvoorbeeld in de doeken waarin Jezus is gewikkeld.

Pieter Lastman (1583-1633)
De prediking van Johannes de Doper (1627)
Olieverf op paneel, 60 x 92 cm
Rembrandt was ambitieus en wilde historiestukken schilderen, verhalen uit bijvoorbeeld de Bijbel of de klassieke oudheid.
Ze golden als het hoogst haalbare voor een schilder - die moest er niet alleen goed voor kunnen schilderen, maar ook het verhaal kunnen doorgronden.
Om zich in het genre te bekwamen, ging Rembrandt in de leer bij Pieter Lastman, dé historieschilder van Amsterdam.

De prediking van Johannes de Doper is typerend voor Lastman: een drukbevolkte scène met helder licht en bonte kleuren.
Aanvankelijk werkte Rembrandt op dezelfde manier, maar al snel koos hij zijn eigen weg en schilderde hij dramatische scènes met donkere kleuren en theatraal licht.