Paul Verheijen

DE EMMAÜSGANGERS

Reisverhaal

Zelfs bij een oppervlakkig lezen van Lucas 24,13-35 wordt duidelijk dat het hier om een reisverhaal gaat.
Het verhaal staat bekend als De Emmaüsgangers.
Lucas legt in zijn Evangelie en Handelingen van de Apostelen een voorliefde voor reizen aan de dag.
Het Emmaüsverhaal vertelt van een zekere Kleopas (zie onder) die met een niet met name genoemde reisgenoot op weg is van Jeruzalem naar Emmaüs.
In de middeleeuwen ontstond de opvatting dat deze anonieme reisgezel Lucas zelf wel moet zijn, omdat hij de enige evangelist is die dit Emmaüsverhaal vertelt en hij het uit eigen ervaring kan weten.
Het wordt niet duidelijk waarom Lucas de plaatsnaam Emmaüs nadrukkelijk noemt.
Wil hij een zekere afstand tot Jeruzalem benadrukken?
60 stadiën klopt overigens niet met het aanwijsbare dorp dat vermeld wordt in 1 Makkabeeën 4,3.
In de verschillende handschriften staat als afstand van Emmaüs tot Jeruzalem ofwel 60, dan wel 160 stadiën genoemd (resp. circa 11 en 30 km).
Gaan naar Emmaüs betekent, hoe het ook zij, weggaan uit Jeruzalem en dat is in het verhaal de verkeerde richting.

Kleopas - Cleophas - Alfeüs

De Semitische naam Kleopas of Klopas werd aanleiding tot speculaties.
De schrijfwijze in de Latijnse Vulgaatvertaling is Cleophas en dat is ook de schrijfwijze voor de man/vader(?) van een van de Maria's die volgens de evangelist Johannes onder het kruis van Jezus stonden (Johannes 19,25).
De joods-christelijke schrijver Hegesippus (±110-180) beweerde zonder enig argument dat deze Cleophas een broer was van Jezus' vader Jozef en vader van de apostel Simon de Zeloot / IJveraar.
Soms wordt hij eveneens zonder enige grond gelijkgesteld met Alfeüs, de vader van Jakobus (Matteüs 10,3) die op 26 mei zijn eigen feestdag heeft gekregen.
Om het geheel nog meer verwarrend te maken: Alfeüs is ook de naam van de vader van de tollenaar Levi (=Matteüs) (Marcus 2,14)

Het Roomse Martelaarsboek herdenkt Kleopas op 25 september als volgt:
In het plaatsje Emmaüs de geboorte van Cleophas, een leerling van Christus. Men verhaalt, dat hij in het huis zelf, waarin hij voor de Heer de tafel bereid had, door de joden gedood werd, omdat hij voor Hem openlijk uitkwam, en dat hij, ofschoon begraven, in roemvolle gedachtenis voortleefde.

Herkenning

De twee reisgenoten raken in gesprek met een derde.
's Avonds aangekomen in Emmaüs komt bij een maaltijd een einde aan de grote tegenstelling die in het verhaal een rol speelt:
Toen Jezus er was, herkenden zij hem niet - toen zij hem herkenden, was Jezus er niet.
De twee Emmaüsgangers kennen de identiteit van hun metgezel lange tijd niet.
Ze herkennen hem uiteindelijk aan het breken van het brood.

Climax

Voor zijn lezers maakt Lucas van meet af aan duidelijk dat de onbekende reisgenoot Jezus is.
Dat schept een ironische verdubbeling.
Wat de twee zien, is wat anders dan wat wij lezen.
Dit effect wordt versterkt doordat de twee aanvankelijk lijken te weten wat er gebeurd is.
Verbaasd veronderstellen ze dat hun derde reisgenoot de enige is die dat alles niet weet.
Vervolgens krijgen ze uitgerekend van hem uitgelegd wat er echt gebeurd is.
Wanneer en hoe ontdekken de twee wie er met hen meeloopt?
De uiteindelijke herkenning - bij het breken van het brood - wordt daardoor de climax van het verhaal.

Verschijningen

Het verhaal van de Emmaüsgangers is een van de tien verschijningsverhalen die in het Tweede Testament zijn te vinden.
Dit zijn de andere negen:
  • Maria Magdalena (Noli me tangere) - Johannes 20,10-18
  • De 'andere' vrouwen - Mattëus 28,8-10
  • Elf discipelen en anderen - Lucas 24,33-49
  • Tien apostelen en anderen (zonder Tomas) - Johannes 20,19-23
  • Tomas en de andere discipelen - Johannes 20,26-30
  • Aan zeven apostelen - Johannes 21,1-14
  • Aan de discipelen - Mattëus 28,16-20
  • De apostelen op de Olijfberg voor zijn hemelvaart - Lucas 24,50-52 en Handelingen 1,4-9
  • Aan 500 mensen en andere verschijningen, inclusief Paulus - 1 Korintiërs 15,3-8