Paul Verheijen

SEBASTIANUS


GRÜNEWALD

Pest-, Vries- en Pijlheilige

In de Middeleeuwen was de bij vlagen optredende pest, de Zwarte Dood, er de oorzaak van dat een derde deel van de bevolking van Europa stierf.
Christenen zochten hun heil bij een groep heiligen die op een of andere manier - vaak behoorlijk ver gezocht - in verband werden gebracht met de pest.
Namen en aantal verschillen nogal eens.
De bekendste van deze Pestheiligen zijn Antonius Abt, Christoffel, Rochus en de heilige op deze pagina: Sebastianus van Rome.

Op 20 januari viert de Westerse kerk het feest van deze heilige die ook wel de Pijlheilige wordt genoemd.
De Oosterse kerk doet dat twee dagen eerder.
Samen met Paulus van Thebe en Antonius Abt (feestdag resp. 15 en 17 januari) is Sebastiaan ook een van de drie Vriesheiligen, zo genoemd omdat hun feestdag de voorbode van vrieskou zou zijn.

Zoals van zovele vroege heiligen weten we ook van Sebastianus maar weinig met zekerheid.
Er bestaat een legendarische levensbeschrijving uit de vijfde eeuw, waarbij ook nog veel andere minder bekende heiligennamen een rol spelen.

MICHELANGELO

De legende van Sebastiaan

Sebastianus - zijn naam betekent de eerbiedwaardige, de verhevene - wordt geboren in Narbonne, later wordt hij burger van Milaan.
In 283 begint hij een militaire loopbaan.
Die verloopt voorspoedig, want na weinig jaren is hij al kapitein in de Praetoriaanse Garde, de lijfwacht van de keizer Diocletianus.
Hij wordt zelfs een uitgesproken favoriet van de keizer.
Maar als zoveel Romeinse legionairs in die tijd, voelt de jonge officier zich aangetrokken tot het christendom, misschien wel uit krijgsmansbewondering voor de moed der martelaren.

Als de christenen Marcus en Marcellianus, een tweeling, worden opgepakt, gevangen gezet en ter dood veroordeeld, kan Sebastiaan zijn nieuwe overtuiging niet langer verborgen houden.
Hij bezoekt ze in de gevangenis om ze te sterken en werpt zich op als pleitbezorger voor deze twee aanstaande martelaars.

Een van de gevangenbewaarders aldaar, Nicostratus, heeft een vrouw, Zoë, die als zes jaar haar stem kwijt is.
Onder indruk van Sebastiaans moed vraagt hij hem zijn vrouw te genezen.
Sebastiaan maakt een kruisteken over haar mond en Zoë kan weer spreken.
Het echtpaar laat zich vervolgens bekeren en wil de tweeling vrijlaten.
Deze kiezen echter liever voor het martelaarschap.

Hun doodzieke vader Tranquillinus is hierdoor zo onder de indruk dat hij zich ook tot christen laat dopen door de priester Polycarpus.
Door die doop wordt hij van zijn ziekte genezen.
Zijn tweelingzoons worden met pijlen om het leven gebracht.

RIBERA

Cromatius, de prefect van Rome, ook lijdend aan een ernstige ziekte, verneemt van deze genezing en verzoekt Sebastiaan en Polycarpus ook hem te genezen.
Dat willen zij doen als Cromatius toestaat dat alle heidens afgodsbeelden vernietigd worden.
Cromatius wil dit zijn soldaten laten doen, maar Sebastiaan keurt dit af, omdat hij denkt dat de soldaten dit uit vrees voor de afgoden niet goed zullen volbrengen.
Sebastiaan en Polycarpus vernietigen vervolgens met eigen hand meer dan tweehonderd afgodsbeelden.
Cromatius wordt echter niet gezond.
Het blijkt dat hij nog een zwaar verguld afgodsbeeld verborgen heeft gehouden waarmee hij de toekomst voorspelt.
Dat moet ook vernietigd worden, maar Cromatius' zoon Tiburtius wil dit verhinderen.
Omdat hij ook de genezing van zijn vader echter niet in de weg wil staan, laat hij twee ovens branden om het afgodsbeeld te vernietigen.
Is zijn vader dan nog niet gezond, dan moeten Sebastiaan en Polycarpus in die ovens worden gegooid.
Zij gaan met dit voorstel akkoord.
Het beeld wordt vernietigd en een engel verschijnt aan Cromatius met de mededeling dat hij door de genade van Jezus gezond is geworden.
Hij wil de voeten van de engel kussen, maar dat weigert de engel omdat Cromatius nog niet gedoopt is.
Cromatius en zijn zoon Tiburtius laten zich vervolgens met 1400 gezellen dopen.
Al deze met name genoemde bekeerde bijfiguren in de legende sterven uiteindelijk ook de marteldood.

ZADKINE

Keizer Diocletianus krijgt hierna een klacht over Sebastiaan binnen en beveelt hem aan een paal te binden — naar verluidt op de Palatijn, daar waar nu het kerkje van San Sebastiano in Palatino staat — en door boogschutters te doen executeren.
Ze schieten zoveel pijlen op hem af, dat hij erbij staat als een egel.
Maar Sebastiaan is niet dood.
Hoewel hij bedolven is onder de pijlen is zijn hart niet geraakt.
Als zijn beulen zijn vertrokken, verschijnt de vrome Irene, de weduwe van de martelaar Castulus.
Zij laat behoedzaam het zwaargewonde lichaam naar haar huis dragen.
Door haar liefdevolle verpleging herstelt Sebastiaan.

Met ware christenmoed gaat hij weer naar het keizerlijke paleis om daar van wal te steken tegen de wrede vervolgingen, totdat de keizer hem in 288 als een pestilente hond laat doodknuppelen.
Al zijn oude pijlwonden springen daarbij weer open.
Het lijk wordt in de Cloaca Maxima (de grote rioolmond in de Tiber) geworpen, om te voorkomen dat het voorwerp van verering wordt.
Maar dezelfde nacht nog verschijnt Sebastiaan aan de christin Lucina en vertelt waar zijn lichaam te vinden is en dat hij graag begraven wil worden aan de voeten van de apostelen.
Zij zorgt ervoor dat het wordt bijgezet naast het graf van de ongeveeer dertig jaar eerder overleden paus Fabianus in de catacombe aan de Via Appia, daar waar nu de basiliek van San Sebastiano staat.
Fabianus en Sebastianus worden dan ook vaak samen genoemd en delen dezelfde feestdag.

Verering

De San Sebastiano, een van de zeven Romeinse pelgrimsbasilieken, was oorspronkelijk gewijd aan de apostelen Petrus en Paulus, maar na de negende eeuw is Sint-Sebastiaan er exclusief vereerd.
Toen hoorde hij al lang tot de meest vereerde martelaars van het Westerse christendom.
In het bijzonder genoot hij faam als patroon tegen de pest.
Waarom de pest?
Omdat die kwaal mensen treft zoals de pijlen Sebastiaan troffen: onverhoeds en onontkoombaar.
Al in het Eerste Testament vinden we de associatie van pijl met pestilentie, bijvoorbeeld in het boek Job 6,4: de pijlen van de Almachtige doordrenken mijn geest met hun woede.
In Psalm 91,5-6 lezen we dat je niet bang hoeft te zijn voor de pijl die suist overdag of voor de pest die rondwaart in het donker.

De Klassieke Oudheid was ook bekend met dit thema.
In het begin van de Ilias van Homerus treft de god Apollo een legerkamp met de pest door negen dagen lang pijlen af te schieten op dieren en mensen.

In het jaar 680 hield de pest vreselijk huis in Rome, totdat een altaar voor de heilige Sebastiaan was opgericht in de basiliek van Eudoxia.
In sommige landstreken is Sint-Sebastiaan de Pestheilige bij uitstek geworden, meer nog dan de Sint Rochus.
Grote verering genoot hij in Oostenrijk en Beieren, waar alom pestzuilen met zijn beeltenis werden opgericht en honderden kapellen, tientallen kerken en gasthuizen aan hem zijn gewijd.

Relieken en gebruiken

Zoals zo vaak bij heiligen is er volop gesold met de relieken van Sebastiaan.
De Benedictijnenabdij van Ebersberg (bij München) beroemt zich sinds de 10de eeuw op het bezit van het schedeldak van de heilige.
Dit in zilver gevatte relikwie werd als drinkschaal gebruikt.
Wie er wijn uit dronk mocht hopen van de pest verschoond te blijven.
Vroeger werden elk jaar twee maten wijn in en uit die hersenpan gegoten voor het hertogelijk hof te München.
In die streek verkochten priesters ook Sebastianspestpfeile, kleine metalen pijltjes die men als weermiddel om de hals kon dragen.

Behalve met pijlen heeft de Bastiaancultus ook met bomen van doen.
Men stelt zich de heilige bij zijn marteldood immers meestal aan een boom gebonden voor.
In Tirol worden op Sebastiaansdag wel Bretzen-baume opgesteld: latwerken, met gekruiste pijlen en een soort krakelingen, waaraan de landlieden zich tegoed kunnen doen.
Weer elders wordt de heilige aangeroepen om de bomen voorspoedig te doen wassen.

Het is niet zo verwonderlijk dat Sebastiaan patroonheilige is geworden van soldaten en boogschutters, maar iets wonderlijker ook van bijvoorbeeld atleten, stoffeerders, homoseksuelen en de verkeerspolitie.

Sebastiaan in de kunst

Tal van kunstenaars hebben Sebastiaan tot onderwerp genomen.
Claude Debussy componeerde in 1911 zijn mysteriespel Le Martyre de Saint-Sebastien.

Sebastiaan hoort zonder meer tot de groep meest afgebeelde heiligen in de christelijke iconografie.
Memorabel is de foto die George Lois maakte van Mohammed Ali voor de cover van Esquire (april 1968, afb rechts), nadat deze bokser was veroordeeld wegens dienstweigering.
Lois liet zich hierbij naar eigen zeggen inspireren door een schildering van Francesco Botticini uit circa 1450 (afb links).

Een ware hausse in geschilderde Sebastiaans zien we - hoe kan het anders - na het eerste optreden van de Zwarte Dood, in het midden van de veertiende eeuw.
Om een heel andere reden was de heilige weer geliefd bij renaissancekunstenaars als Mantegna en Botticelli.
Hij was een alibi voor het schilderen van mooi manlijk naakt in pathetische posen.
In de tijd van de Contrareformatie worden de Bastiaans weer braven: de nadruk komt dan weer meer op zijn martelaarschap te liggen.

Aantal pijlen

Vaak is het aantal pijlen beperkt tot vijf stuks, waarmee een verband gelegd wordt met de vijf kruiswonden van Christus en de meeste schilders hebben zich rekenschap gegeven van de legende door de hartstreek van hun Sebastiaan zorgvuldig vrij van pijlen gelaten.
Sebastiaan bleef immers na deze marteling in leven!

Een komische uitzondering schijnt te zien te zijn in het klooster van Millstatt in Karinthië.
Daar heeft men een muurschildering van Sebastiaan handig gecombineerd met een zonnewijzer.
De pijl van de zonnewijzer, een buitensporig stuk ijzer, steekt helaas recht in het hart van de heilige.

2016-2018 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen