Paul Verheijen

WERKEN VAN BARMHARTIGHEID

Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.
(Matteüs 25,35-36)
Deze woorden van Christus uit het Evangelie volgens Matteüs bevatten zes werken waarmee mensen elkaar barmhartigheid kunnen tonen.

Paus Innocentius III voegde daar in 1207 een zevende werk aan toe ontleend aan het bijbelboek Tobit.
Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het.
(Tobit 1,17)

Deze middeleeuwse toevoeging is ongetwijfeld het gevolg van de pestepidemieën waardoor het moeilijke en gevaarlijke werk van 'doden begraven' de waarde van barmhartigheid verkreeg.

Paus Franciscus noemde in 2015 een achtste werk van barmhartigheid: Laat ons barmhartig zijn voor ons gemeenschappelijk huis.
Deze toevoeging van een oecumenisch en ecologisch achtste werk van barmhartigheid overkoepelt feitelijk de andere werken van barmhartigheid.