Paul Verheijen

TOBIT

Het verhaal van Tobit, ook Tobias genaamd, een jood uit de stam Naftali, staat beschreven in het gelijknamige deuterocanonieke bijbelboek.
Op 56-jarige leeftijd wordt Tobit blind, maar werd later genezen door de AARTSENGEL RAFAËL.
Hij stierf op 102-jarige leeftijd in Ninive.
Op de roomskatholieke heiligencanon kreeg hij een plaats op 13 september en werd hij patroon van de doodgravers.

Vele beeldhouwers, schilders en glazeniers hebben de bonte reeks taferelen uit dit 14 hoofdstukjes tellende boekje vereeuwigd.
Rembrandt bijvoorbeeld heeft er een leven lang inspiratie in gevonden, getuige de ruim vijftig etsen, tekeningen en schilderijen die hij eraan wijdde, meer dan aan welk bijbelfragment ook.

Inleiding en samenvatting boek Tobit



In zijn huidige vorm is het boek Tobit waarschijnlijk tussen 225 en 175 v.Chr. ontstaan. Het boek is te beschouwen als een oud sprookje. Historische informatie in het verhaal is onjuist. Ook vóór-joodse elementen duiken op (het hondje, een voor joden onrein dier) in dit verhaal van de blinde Tobit en Tobias en de engel en het 'sprookjeshuwelijk' van Sara, die eerst zo ongelukkig was. De anonieme auteur, of liever redacteur, baseerde zijn sprookje op drie oude volksverhalen die duizenden jaren in het oude Oosten zijn verteld.
  • Het verhaal van De Dankbare Dode. Een reiziger komt een onbegraven lijk tegen en wendt zijn eigen middelen aan om de man te begraven. Kort na deze gebeurtenis sluit zich op zijn reis een vreemdeling aan, die belooft hem te zullen dienen. Het loon van de vreemdeling zal de helft zijn van wat de reiziger op zijn reis verdient. De vreemdeling adviseert de reiziger hoe hij deze rijkdom moet verwerven, redt hem van een aantal rampen en openbaart zich tenslotte als de dankbare dode man die de reiziger begraven heeft.

  • Het verhaal van Het Monster in het Bruidsvertrek. Een jonge vrouw raakt bezeten door een demon die haar bruidegommen doodt.

  • Het verhaal van De ter Dood veroordeelde Achiacharus. De held van dit verhaal is ambtenaar aan het hof van de koning. Achiacharus voedt zijn wees geworden neefje op en leidt hem op om te dienen aan het koninklijk hof. Deze neef is echter ondankbaar. Hij beschuldigt zijn oom van verraad en Achiavarus wordt ter dood veroordeeld. De beul redt Achiavarus omdat Achiavarus ooit ook het leven van de beul had gered. De beul verstopt Achiavarus totdat de konig berouw heeft van zijn daad. Dan krijgt Achiavarus zijn baan terug en wordt de neef op zijn beurt ter dood veroordeeld.
Naar men aanneemt is de oudste versie van het verhaal van Tobit in een Semitische taal (Hebreeuws of Aramees) geschreven, maar deze is niet volledig bewaard gebleven. Tussen de Dode-Zeerollen in Qumran zijn wel substantiële fragmenten gevonden van het boek in het Hebreeuws en Aramees. Van dit verhaal bestaan nu drie van elkaar in inhoud en lengte verschillende gezaghebbende Griekse codices (handschriften). De Codex Biblioteca Apostolica Vaticana (B), ook simpel-weg de Codex Vaticanus geheten, bevat de kortste versie. De Codex Sinaiticus (S) vertoont de meeste overeenkomst met een Semitische taal. De derde heet de Codex Alexandrinus (A). Verder bestaat er nog de door Hiëronymus gemaakte Latijnse Vulgaatvertaling die op-merkelijke toevoegingen bevat op de Griekse versies. Zo ziet Tobias in deze versie bijvoor-beeld af van seksuele omgang met Sara gedurende drie nachten. In de inleiding van dit sprookje van Tobias en zijn engelbewaarder vermelden de meeste bijbelvertalingen op welke bron(nen) hun vertaling is gebaseerd. Toekomstige vertalingen zullen zich waarschijnlijk grotendeels op de Dode-Zeefragmenten gaan baseren. Het boek wordt gerekend tot de apocriefe of deutero-canonieke bijbelboeken, hetgeen betekent dat Tobit in de Joodse bijbel en protestantse bijbels ontbreekt. In alle oosters-orthodoxe en katholieke bij-bels staat het als Tobit, maar soms ook onder de naam Tobias.

Opmerkelijk:
  • Binnen de katholieke kerk leidde de seksuele onthouding van Tobias (in de Vulgaatversie) tot een advies aan echtparen, de zogenaamde Tobiasnacht, waarbij de gehuwden samen behoorden te bidden en af te zien van seksuele omgang om zodoende tot persoonlijke heili-ging te komen.
  • Op de katholieke heiligencanon kreeg Tobit een plaats en wel voor 13 september. Hij werd vereerd als patroon van de doodgravers.
  • Het lectionarium van de RK Kerk schrijft geen perikopen voor uit Tobit voor de zondag, wel op de andere dagen in week 9.
Belangrijkste personen:
  • Tobit (Tobias sr.) (JHWH is goed) vader van Tobias
  • Anna (Genade), vrouw van Tobit
  • Tobias (jr.) (JHWH is goed), enig kind en zoon van Tobit en Anna
  • Raguël (Vriend van God), vader van Sara
  • Edna (Adna), vrouw van Raguël
  • Sara (Prinses), enig kind en dochter van Raguël en Edna
  • Rafaël (God geneest), engel van God die zichzelf Azarias (God helpt) noemt
  • Gabaël, heeft tien talenten zilver in bewaring van Tobit
  • Asmodeus (Verwoester), demon die 7 mannen van Sara heeft gedood
Koningen van Assyrië (7de eeuw v.Chr.):
  • Enemessar (Salmanassar)
  • Sanherib (Sennacherim)
  • Sacherdon (Esarhaddon)
Locaties:
  • Ninivé (Mesopotamië, deels het huidige Irak)
  • Ekbatana en Rages (Ragas) (Medië, deels het huidige Iran).

Hoofdstuk 1: Naastenliefde - Vlucht - Armoede - Rehabilitatie

Tobit introduceert zichzelf. Na een kleine stamboom wordt melding gemaakt van zijn goede daden, vroeger in Israël, maar ook nu in het vijandige Assyrische Ninivé, waar hij met het joodse volk in ballingschap zit. In tegenstelling tot zijn volksgenoten is hij de wetten van JHWH altijd trouw gebleven. Tobit is getrouwd met Anna. Ze hebben slechts één kind, een zoon, To-bias. Tobit geeft aalmoezen en begraaft zijn vermoorde dode volksgenoten. Omdat hij God trouw blijft, zorgt JHWH ervoor dat hij inkoper wordt bij koning Enemessar. Hij verdient goed en op een dag geeft hij tien talenten zilver in bewaring aan familielid Gabaël die in Ragas in Medië woont. Onder de volgende koning Sanherib gaat het echter mis. Op zoek naar lijken van vermoorde ballingen vindt de koning niets, Tobit heeft ze immers begraven. Tobit wordt aangegeven, waarop hij buiten Ninivé onderduikt. De koning confisceert zijn bezittingen. Sanherib wordt nu zelf vermoord door twee van zijn zoons. Sacherdon wordt de volgende koning en belast Achiacharus(!) met alle financiële- en beheerszaken. Omdat Achiacharus een neef van hem is, kan Tobit veilig naar Ninivé terugkeren.

Hoofdstuk 2: Feestmaal - Begrafenis volksgenoot - Blindheid - Bokje

Vanwege zijn terugkeer wordt er een feestmaal voor Tobit aangericht. Tobias wordt erop uit-gestuurd een arme volksgenoot aan tafel uit te nodigen, maar hij komt terug met de medede-ling dat er een lijk van een volksgenoot op de markt ligt. Zonder dralen verbergt Tobit het lijk en begraaft het na zonsondergang. Hierdoor ritueel onrein geworden gaat hij niet thuis slapen, maar tegen een muur waar mussen nestelen. Er valt mussendrek in zijn ogen en Tobit krijgt witte vlekken in zijn ogen. Artsen helpen hem niet. Achiacharus voorziet in zijn onderhoud en na diens vertrek verdient Anna geld met handwerken. Als Anna met een bokje thuiskomt, gekregen van een opdrachtgever, denkt Tobit dat zij dit heeft gestolen, wat hem op een re-primande van Anna komt te staan.

Hoofdstuk 3: Gebedsverhoringen

Gekwetst bidt hij de Heer uit zijn benauwenis gered te worden, anders sterft hij nog liever. Op dezelfde dag wordt het enige kind van Raguël en Edna in Ekbatana in Medië, Sara, beledigd door dienstmeisjes omdat reeds zeven mannen haar ten huwelijk waren gegeven, maar door de boze demon Asmodaüs waren gedood nog voordat ze gemeenschap met haar hadden gehad. Geschokt door de belediging wil ze zich verhangen, maar bedenkt zich en bidt tot JHWH dat hij zich ontfermt over haar. Zowel haar gebed als dat van Tobit worden verhoord. Rafaël wordt gezonden om Tobit te genezen, Sara tot vrouw te geven aan Tobias en de boze demon in de boeien te slaan.

Hoofdstuk 4: Eerste afscheidsrede

Voordat hij denkt te sterven, treft Tobit een aantal voorzieningen voor Tobias. Deze moet zijn ouders na hun dood begraven, goed en rechtvaardig leven, een bruid van goede afkomst nemen en vooral de in bewaring gegeven tien talenten zilver ophalen in Ragas in Medië bij Gabaël die net als Tobit behoort tot de stam Naftali.

Hoofdstuk 5: Gesprekken - Vertrek

Tobias wil weten hoe hij de tien talenten kan verzilveren. Hij krijgt het ontvangstbewijs en het advies een reisgezel te kiezen. Hij vindt Rafaël die zich bekend maakt als Azaria, een volks-genoot. Er wordt overeengekomen hoeveel Azaria als loon gaat ontvangen. Tobias en Rafaël vertrekken, de hond van Tobias gaat mee. Anna is diepbedroefd en verwijt Tobit dat hij hun enige zoon op reis stuurt, dat geld hem blijkbaar meer waard is dan het leven van Tobias. Maar Tobit stelt haar gerust, hij heeft alle vertrouwen in de reisgezel van Tobias, een goede engel trekt immers met hem mee.

Hoofdstuk 6: Hart, gal en lever van de vis

Onderweg blijkt Rafaël een meer dan bekwame gids te zijn. Als Tobias zich wast in de Tigris, dreigt een vis hem te verslinden, maar van Rafaël krijgt hij te horen hoe hij die moet over-meesteren; hij moet er hart, lever en gal uithalen en goed bewaren. De rest van de vis wordt gebakken en opgegeten. Bij het naderen van Ekbatana, de hoofdstad van Medië, vertelt Rafaël over Sara, die de lezer al bekend is uit hoofdstuk 3. Tobias is om begrijpelijke reden niet erg enthousiast aan haar uitgehuwelijkt te worden, maar hij krijgt te horen dat als hij hart en lever van de vis verbrandt, hij daardoor de demon verdrijft. Dat overtuigt Tobias.

Hoofdstuk 7: Ontvangst - Huwelijkssluiting

Tobias en Rafaël komen te Ek¬batana aan. Sara komt hen als eerste te¬gemoet. Ze zijn van harte welkom bij Ra¬guël en diens vrouw Edna die in de jonge Tobias de oude Tobit herkent. Tijdens het gastmaal maant Ra¬faël Tobias aan de zaak van Sara ter sprake te brengen. Daarop verklaart To¬bias zijn liefde voor Sara en vraagt haar tot vrouw. Geen demon kan hem tegen¬houden, zodat zijn verzoek wordt inge¬willigd. Raguël en Edna tekenen plechtig het hu-welijkscontract. Daarna worden bruid en bruidegom naar de bruids¬kamer gebracht.

Hoofdstuk 8: Verdrijven boze demon - Gebeden

De eerste bruidsnacht van Tobias wordt niet de laatste, zoals bij de vorige kandidaten. Hij rookt met het hart en de lever van de vis de demon uit huis. Alleen al de stank is voor de de-mon onverdraaglijk. Hij vlucht naar Egypte waar de engel hem in de boeien slaat. Hierna spreken zij plechtig hun trouwbelofte uit voor de Heer. In zijn gebed gaat hij terug tot Adam en Eva. Raguël blijkt nodeloos in de nacht een graf gegra¬ven te hebben voor zijn schoonzoon, die bij zijn dochter was. Hij dankt God hiervoor en schenkt de helft van zijn bezittingen aan Tobias. De rest krijgt hij als Edna en Tobit zijn gestorven.

Hoofdstuk 9: Verzilvering - Bruiloft

Terwijl Tobias bij Sara blijft om maar liefst veertien dagen lang de bruiloft te vie¬ren, wordt Ra-faël, zijn reisgenoot, alléén naar Gabaël te Rages in Medië gestuurd om de tien talenten zilver op te halen. Gabaël keert samen met Rafaël terug om de rest van de bruiloftsdagen mee te vieren.

Hoofdstuk 10: Ongerustheid - Vertrek

Door dit lange oponthoud maken Tobit en Anna zich hevig ongerust. Elke dag staat Anna op de uitkijk. Ondanks het aandringen van Raguël om nog langer te blijven, neemt Tobias af-scheid om naar huis terug te ke¬ren.

Hoofdstuk 11: Genezing - Gebed - Voortzetting bruiloft

Tobias en Rafaël zijn weer sa¬men op weg. Vlakbij Ninivé brengt Rafaël de gal van de gevan-gen vis ter sprake om er de blinde ogen van Tobit mee te zalven en te genezen. Wanneer Tobias te Ninivé aan¬komt is Anna dolgelukkig en roept vader Tobit. Wanneer Rafaël Tobit ziet aanko¬men, spreekt hij Tobias vertrouwen in om de ogen van zijn vader te genezen. Met de vissegal gaan de ogen van Tobit open en hij ziet. To¬bit omhelst Tobias, zijn zoon, en Sara, zijn schoondochter. Hij dankt God voor zijn genezing en zij houden nog eens zeven dagen bruiloft in Ninivé.

Hoofdstuk 12: Openbaring en gebed Rafaël

De dankbare Tobias wil aan Tobias' reisgezel de helft geven van zijn inmiddels aardige fortuin en krijgt dan pas te horen dat Azarias in werkelijkheid Rafaël is, een van de zeven aartsenge-len. Rafaël zegent hen beiden en ver¬dwijnt.

Hoofdstuk 13: Dankgebed

Dan schrijft de oude Tobit een lied om de Heer zijn God te dan¬ken voor zijn zegen en belofte: dat de Heer Jeruzalem zou herbouwen en de bannelingen terug zou voeren naar Zijn beloof-de land.

Hoofdstuk 14: Tweede afscheidsrede - Vlucht naar Medië

Als Tobit 158 jaar oud is, spreekt hij op zijn sterfbed tot Tobias en diens zonen. De vruchtbare levensjaren van Sara en Tobias eindigen met de vlucht naar Ekbatana in Medië, omdat Nini-vé wordt bedreigd en in¬genomen en definitief door de stad Ba¬byion wordt onttroond. Tobias en Sara krijgen vele zonen en leefden nog lang en gelukkig. Nog vóór zijn dood verneemt hij tot zijn grote vreugde dat Ninivé is gevallen. Tobias wordt 127 jaar.