Paul Verheijen

CARAVAGGIO

Barmhartigheid in een Napolitaans steegje


Zes tot Acht Werken van Barmhartigheid

Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.
(Matteüs 25,35-36)

Deze woorden van Christus uit het Evangelie volgens Matteüs bevatten zes werken waarmee mensen elkaar barmhartigheid kunnen tonen.

Paus Innocentius III voegde daar in 1207 een zevende werk aan toe ontleend aan het bijbelboek Tobit.
Ik gaf brood aan de hongerigen en kleren aan de naakten; als ik het lijk van een volksgenoot buiten de muren van Nineve zag liggen, dan begroef ik het.
(Tobit 1,17)

Deze middeleeuwse toevoeging is ongetwijfeld het gevolg van de pestepidemieën waardoor het moeilijke en gevaarlijke werk van 'doden begraven' de waarde van barmhartigheid verkreeg.

Paus Franciscus noemde in 2015 een achtste werk van barmhartigheid: Laat ons barmhartig zijn voor ons gemeenschappelijk huis.
Deze toevoeging van een oecumenisch en ecologisch achtste werk van barmhartigheid overkoepelt feitelijk de andere werken van barmhartigheid.

Gevlucht en beschermd

Caravaggio's korte leven is een aaneenschakeling van schandalen.
Het beeld dat we van hem hebben is van een heethoofd met neiging tot zelfdestructie die in Rome voortdurend in aanvaring met justitie komt.
In 1606 doodt hij Ranuccio Tomassoni in een zwaardgevecht ter verdediging van een vrouw.
Bij verstek veroordeeld, ontvlucht hij Rome.
Hij arriveert in Napels, waar zijn faam bekend is.
Onder de bescherming van de familie Carafa-Colonna leeft hij in de steegjes van de Spaanse Wijk.
Een van de leden van de congregatie van de Pio Monte della Misericordia, een van de grootste en nog steeds bestaande liefdadigheidsinstellingen van Napels, is Luigi Carafa-Colonna.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Caravaggio van deze congregatie de opdracht krijgt voor hun kerk de zeven werken van barmhartigheid in één tafereel te schilderen.
Het werk hangt er nog steeds.

Caritas Romana in Napels

Caravaggio propte de zeven werken van barmhartigheid in een straattafereel in Napels.
Geheel rechts zien we een vrouw die een gebaarde man achter tralies haar borst geeft.
Een druppel van de melk is in zijn baard blijven hangen.
Het betreft twee werken van barmhartigheid ineen: hongerigen spijzen en gevangenen bezoeken.
Dit tafereel gaat mogelijk terug op Caritas Romana, een van de ongeveer duizend korte verhalen uit circa 30 n.Chr. van de Romeinse historicus Valerius Maximus.
Pero, zojuist bevallen van een kind, zoogt stiekem haar vader, Cimone, nadat hij gevangen was gezet en veroordeeld tot de hongerdood.
Ze wordt ontdekt door een bewaker, maar haar vrijgevigheid maakt indruk op de verantwoordelijke magistraten van Rome die de vader vervolgens vrijlaten en op dezelfde plaats een tempel oprichtten die is gewijd aan de godin Pietà.
(Facta et dicta memorabilia, boek V, hoofdstuk 4)

Deze tempel is vermoedelijk in de achtste eeuw verchristelijkt tot de basiliek van San Nicola in Carcere (Sint Nicolaas in de kerker).

Achter de vrouw wordt een dode naar binnen gedragen: begraven van de doden.
De naakte man op de voorgrond is een bedelaar die van Sint Maarten de helft van diens kleed krijgt: naakten kleden.
Naast Sint Maarten is de apostel Jakobus afgebeeld of een Compostella-pelgrim met Jakobsschelp in zijn hoofddeksel.
Hij is in gesprek met een herbergier: vreemdelingen onderdak bieden.
Achter hen staat een man te drinken: dorstigen laven.
Bijzonder is dat deze man drinkt uit een ezelskinnebak die verwijst naar de rechter Simson uit het Eerste Testament.
Nadat Simson met dit bot duizend Filistijnen heeft gedood, heeft hij dorst en bidt tot God om water.
God splijt een rots waar water uit vloeit waarvan Simson drinkt en zo weer op krachten komt.
(Rechters 15,15-17)

Opmerkelijk is dat in tegenstelling tot de andere personages in het schilderij Simson het werk van barmhartigheid op zichzelf toepast, weliswaar gered door de genade van God.

Het bezoeken van de zieken heeft Caravaggio mogelijk gecombineerd met het kleden van de naakte man door Sint Maarten.
De legende van deze heilige vermeldt dat hij bij een stadspoort van Parijs een melaatse tegemoet trad en hem op het gezicht kuste, tot ontsteltenis van alle aanwezigen.
De zieke man was echter terstond genezen.

Mantelmadonna

Het gehele gebeuren staat onder toezicht van Maria met het Kind Jezus, de Moeder van Barmhartigheid, de Madonna della Misericordia.
Vergezeld van twee engelen, kijkt ze goedkeurend naar beneden.
De vleugels van de engelen vormen een prachtige compositie met haar kleding en maken van Maria een Mantelmadonna, de Madonna met het Pallium.
Deze mantel ligt opgelicht in één lijn met de lijkwade van de dode en in het donker in één lijn met de mantel van Sint Maarten.

Hoe Caravaggio tot de compositie op het altaarstuk kwam, zullen we helaas nooit precies weten, maar zeker is dat hij dit niet bij een collega-schilder af heeft kunnen kijken.
Het werk is in vele opzichten vernieuwend.
Nog niet eerder had een schilder namelijk met zoveel gevoel voor drama dit religieuze onderwerp geschilderd.
Gewone mensen uit een doodgewone volkswijk stonden model voor een werk dat als altaarstuk moest dienen.
Hulpbehoevende mensen onder de mantel van Maria.
Palliatieve zorg is van alle tijden.
Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610)
Sette opere di misericordia (1606)
Olieverf op doek, 390 x 260 cm
Napels - Pio Monte della Misericordia

2016-2019 Copyleft - Paul Verheijen
Nijmegen