NepotismeCarlo Borromeo was de tweede zoon van Gilberto Borromeo en Margerita de'Medici, en daarmee lid van het bekende Florentijnse bankiersgeslacht. In 1538 te Arona aan het Lago Maggiore geboren en naar de gewoonte van de tijd vroeg bestemd voor een kerkelijke loopbaan. Daarom werd hij op zevenjarige leeftijd al met de kruinschering in de clerus opgenomen. Nadat hij zijn rechtenstudie te Pavia voltooid had werd hij ondanks zijn spraakgebrek secretaris van zijn oom Giovanni Angelo de'Medici die in 1559 onder de naam Pius IV tot paus gekozen werd.Na verheffing in 1560 tot kardinaal-diaken en administrator van het grote bisdom Milaan stierf zijn broer Federigo plotseling. Dit leidde tot een soort bekering: Carolus verliet zijn huishouden van 150 personeelsleden en ging ascetisch leven wat hem verregaand vermagerde. Hij vastte op doordeweekse dagen, gebruikte nooit vlees, eieren of wijn. Een keer daags brood en groente was zijn enige spijs. Hij werkte de hele dag en sliep slechts enkele uren op de harde grond. In 1563 volgde Carlo's priesterwijding en — tegen de canonieke regels in — nog in hetzelfde jaar, binnen vijf maanden, de bisschopswijding. Doordat hij met zijn sterke persoonlijkheid een grote invloed had op de nogal werelds gezinde oom-paus, wist hij deze te bewegen het al een tijd lang vastgelopen concilie van Trente weer bijeen te roepen en tot een goed einde te laten brengen (1562-63). Opmerkelijk is dat het Concilie van Trente een einde wilde maken aan het verschijnsel nepotisme, het bevoordelen van familieleden door de heersende clerus. Carlo was immers door zijn oom aan een goede baan geholpen. Omdat er voor priesterstudenten nog geen georganiseerd instituut bestond, bedacht hij het seminarie (Latijn: seminarium, letterlijk 'kwekerij' dus kweekschool). Voor de door Angela de Merici opgerichte ursulinen herschreef hij de pauselijk goedgekeurde kloosterregel volgens de normen van de contrareformatie. Vanaf 1565 wijdde Carlo zich geheel aan het bestuur van het bisdom, waar zijn met altijd met vreugde begroete hervormingen een voorbeeld werden voor heel Europa. Na het verval van de laat-middeleeuwse kerk en de daaropvolgende ontreddering door de reformatie was het Carlo Borromeo, die in praktijk en geschriften een nieuwe methode van pastorale zorg ontwierp. Persoonlijke inzet tijdens de pestepidemieen van 1570 en 1576 verhoogde zijn aanzien. Het verhaal dat op zijn gebed de aartsengel Michael het pestzwaard in de schede zou hebben gestoken en Maria hem een olijftak aangereikt zou hebben, is een herhaling van een soortgelijke legende over paus Gregorius I de Grote. Mede hierdoor ging hij behoren tot de Pestheiligen. Een moordaanslag op hem werd beraamd, maar mislukte omdat het op hem afgevuurde schot weliswaar zijn kleren doorboorde, maar stopte bij zijn huid en slechts een blauwe plek achterliet. Toen hij zijn einde voelde naderen, stapte hij uit bed en strekte zich uit op de met as bestrooide vloer. Zo vonden zijn medewerkers hem levenloos in 1584 in Milaan. Hij werd bijgezet in de crypte van de Dom aldaar. Kort na zijn dood zou hij zijn verschenen aan zijn biechtvader Francisvus Borgia omgeven door een schitterend licht en hebben voorspeld dat deze ook spoedig zou sterven. Dit is een mooi voorbeeld van legendevorming, aangezien Borgia al vóór Carolus was overleden in 1572. Carolus Borromeus werd in 1610 heiligverklaard en kreeg zijn feestdag op 4 november. Karol Wojtyla (Johannes Paulus II) is naar hem genoemd en betitelde Borromeus als een groot prediker en lichtend voorbeeld. |
Catechismus
In Nederland werd de catechismus ongeveer veertig jaar lang op alle Nederlandse katholieke scholen gebruikt in de godsdienstlessen. Vanaf het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 waren er verschillende boeken voor kinderen in omloop waarin de geloofsleer van de kerk werd uitgelegd. In 1920 stelden de Nederlandse bisschoppen voor het gehele land één catechismus verplicht. In 1964 onthieven de bisschoppen deze verplichting. De catechismus was in vraag- en antwoordvorm en volgde daarmee de methode van de catechismus van Petrus Canisius. Katholieke kinderen in die jaren zijn opgegroeid met deze teksten. De bedoeling was dat katholieke kinderen alle vragen en antwoorden uit hun hoofd leerden. Vooral de eerste vraag, met bijbehorend antwoord, is bij hen vermoedelijk nog steeds bekend: Vraag 1: Waartoe zijn wij op aarde?Catechismussen bestaan nog steeds binnen de diverse kerkgenootschappen, bijvoorbeeld:
|
Tranen en broodDaniele Crespi schilderde Carlos Borromeus terwijl hij aan het vasten is. De fysionomie van de heilige gaat terug op een dodenmasker in het kapucijnerklooster Porta Monforte te Milaan. Carolus had een grof gezicht met hoog rondend voorhoofd, een grote haakneus en felle ogen. Zijn tranen - teken van inleving in het lijden van Christus - dept hij met een doek. In alle eenvoud (zijn lijfspreuk was humilitas) eet hij brood en water. Als kardinaal draagt hij een soutane in vermiljoenrode kleur, afgeleid van de symboliek van de martelaren.Op de tafel rechts ligt zijn kardinaalsbonnet of biretta, die hier vier opstaande ribben heeft. De crucifix op diezelfde tafel is een van de attributen van een boete doende kluizenaar. De noodzaak van boetedoening werd door Borromeus gepredikt en ook door hemzelf in de praktijk gebracht. De niet te identificeren personen op de achtergrond dienen mogelijk als getuige voor zijn ascetische leven. |
|
Daniele Crespi (1598-1630)
Il digiuno di San Carlo Borromeo (±1627) Olieverf op doek Milaan - Santa Maria della Passione |
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |