GetijdenboekIn de middeleeuwen werd tijdens het getijdengebed (zie onder) een speciaal handschrift, het getijdenboek (lat. horarium) gebruikt. In de Nederlanden was dit dikwijls in de volkstaal indien de gebruikers het Latijn niet machtig waren. Het getijdenboek moest gelijkwaardig zijn aan het breviarium, brevier, van de geestelijken, maar minder complex. Tot het einde van de veertiende eeuw werden de meeste getijdenboeken gemaakt in opdracht van vorstenhuizen, de rijke adel en de hoge geestelijkheid. Door de ontwikkeling van de steden en de stijging van de welvaart ging de rijke burgerij in het spoor van de adel zich ook getijdenboeken aanschaffen. Het getijdenboek werd een statussymbool. Zelfs na de uitvinding van de boekdrukkunst werden deze rijk geïllustreerde handschriften nog ruim een eeuw lang vervaardigd. |
MiniaturenReligieuze handschriften kwamen eeuwenlang vooral in kloosters tot stand.Het vervaardigen ervan was met recht monnikenwerk. Vanaf de 12de eeuw werden ze in toenemende mate gemaakt in boekateliers door meestal een team van verschillende handwerklieden of kunstenaars met ieder hun eigen specialisatie. Afhankelijk van de smaak en rijkdom van de opdrachtgever werden ze eenvoudig of weelderig uitgevoerd, met soms vele miniaturen en rijke randdecoraties. Deze versieringen en de miniaturen dienden niet uitsluitend voor het mooier maken van het handschrift. Omdat de middeleeuwers geen gebruik maakten van een inhoudsopgave hadden de miniaturen en versieringen ook als doel de gebruiker wegwijs te maken in de inhoud. Tot de bekende miniaturisten behoren o.a. drie broers afkomstig uit Nijmegen, die in opdracht van Filips de Stoute van Bourgondië en later hun Franse broodheer de Hertog van Berry verscheidene manuscripten illustreerden. In 2018 bleek uit archiefonderzoek dat de officiële naam van de broers Van Lymborch was. |
GetijdengebedHet Getijdengebed (lat. Liturgia horarum) is het dagelijkse door de katholieke kerk opgestelde gebed.Het bestaat hoofdzakelijk uit de 150 bijbelse psalmen met daarnaast hymnen, kerkelijke gezangen en lezingen. Deze gebeden worden op acht vaste tijden van de dag uitgesproken en daarom getijden (horae, uren) genoemd. De dagelijkse gebeden worden onderverdeeld in 8 (ge)tijden:
Voor leken die tot diaken gewijd zijn, kan het verplicht gesteld worden door het bisdom waaronder zij vallen. Er zijn talloze termen in gebruik verwant aan getijdengebeden:
|
| 2016 Paul Verheijen / Nijmegen |