Paul Verheijen

PIËTA

O.L.V. ter Nood

Uit de vele voorstellingen van de bewening van het dode lichaaam van Jezus ontwikkelde zich later en nog meer meditatieve vorm, waarbij uitsluitend werd gefocusd op Maria met haar dode zoon op schoot. Maria is eventueel nog vergezeld van engelen. Soms ontbreekt zij en wordt het dode lichaam van Christus alleen door een of meerdere engelen gedragen. In dat geval spreekt men van een Imago Pietatis.

Maria die haar gestorven zoon ontvangt, is de zesde van de zeven smarten van Maria die zij ondervindt bij de kruisafneming en graflegging.
O.L.V. ter Nood of Nood Gods verwijst naar Maria's droefheid met het lichaam van de gestorven Jezus op haar schoot. Een afbeelding hiervan noemt men gewoonlijk een Piëta. In de kunstgeschiedenis wordt ook het Italiaanse woord Pietà gebruikt (de uitspraak is voor beide termen overigens identiek). De naam is afkomstig van het Latijnse piëtas dat evenals ons woord piëteit enkele betekenisnuances kent, waarvan ouderliefde, eerbied, vroomheid, gerechtigheid en zachtmoedigheid de belangrijkste zijn.
Maria met het dode lichaam van Jezus in haar armen is één van de meest iconische beelden in de kunst. Vele kunstenaars vereeuwigden de rouwende moeder.

Deze beelden passen binnen een bredere trend in de 12e en 13e eeuw, waarin Maria steeds belangrijker werd. Dan ook duikt het beeld voor het eerst op, meestal van hout. Maria zit op een troon met het lichaam van Jezus in haar armen. Vaak zijn de wonden van zijn kruisiging nog te zien en hangt zijn hoofd achterover.

Het beeld van Maria met Jezus op schoot is een analogie op de geboorte van Jezus. Veel Maria-beelden tonen Maria met Jezus als slapend kind op schoot. De Pietà heeft dezelfde compositie, maar nu met het volwassen lichaam van Jezus, slapend in de dood. Deze verbinding van geboorte en dood wordt vaak ook benadrukt door Maria erg jong af te beelden. Alsof ze sinds de geboorte van Jezus niet 33 jaar ouder is geworden.

De christelijke traditie heeft van begin af aan parallellen gezien tussen Jezus en en de profeet Jeremia uit het Eerste Testament.
Een aantal momenten uit zijn Klaagliederen over de val van Jeruzalem werd eeuwenlang op de lijdende verlosser toegepast en in de liturgie van de Goede Week gezongen.
Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie: is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan, dat de Heer op de dag van zijn toorn over mij heeft uitgestort?
(Klaagliederen 1,12)
Dit zelfbeklag van de als vrouw opgevoerde stad Jeruzalem, werd bovendien in de middeleeuwen Maria met de gestorven Jezus op haar schoot in de mond gelegd.

Hoewel de Pietà een klassiek christelijk motief is, wordt de symbolische houding van Maria en Jezus ook toegepast op andere niet-christelijke situaties. Zie bijvoorbeeld Dood van de eerstgeboren van de Farao van Alma-Tadema
2016 Paul Verheijen / Nijmegen