Paul Verheijen

LEONARDO DA VINCI

Het Laatste Avondmaal
beroemd en tragisch bedreigd kunstwerk


[mouseover-afbeelding]

Technisch mislukt

Leonardo da Vinci kreeg de opdracht Het Laatste Avondmaal te schilderen op de noordmuur van de refter van het dominicanerklooster Santa Maria delle Grazie te Milaan.
Hoe geniaal, beroemd en voor die tijd origineel ook, technisch gezien is dit een mislukt werk.
Omdat Da Vinci niet al fresco schilderde, maar al secco met ei tempera, raakte het werk na zo'n twintig jaar al in verval.

Bovendien moesten de in sandalen gestoken voeten van Christus het ontgelden, toen de dominicanen in 1652 een toegangsdeur lieten aanleggen in de wand van de toen al flink beschadigde schildering.
Ook in de eeuwen daarna moest het werk het meerdere keren ontgelden.
Vanaf de 18e eeuw is het geregeld met weinig succes gerestaureerd, want de afbeeldingen blijven vaag.
Wat je tegenwoordig in Milaan in slechts 15 minuten mag zien, is ver verwijderd van Da Vinci's originele schilderij.
Het Laatste Avondmaal is nu voor zo'n 80% het werk van restaurateurs.

Replica's

Deze restaurateurs werden enorm geholpen door de vele replica's die al vroeg van Het Laatste Avondmaal zijn gemaakt.
Kerken, kloosters, ziekenhuizen, clerici, vorsten, noem maar op, wilden dolgraag een kopie.
Vier replica's waren van belang bij de restoratie.

[Replica 1] Giampietrino



De meest getrouwe replica is volgens kenners de grote met olieverf op doek geschilderde kopie uit circa 1520 van Giovanni Pietro Rizzoli (Giampietrino), een ateliermedewerker van Da Vinci.
Op enig moment is hiervan echter een derde van de bovenkant afgesneden.

N.B.: de detail-afbeeldingen op deze pagina zijn van deze Giampietrino-replica.

Titel

Muurschilderingen in een refectorium, refter / eetzaal of cenaculum, eetkamer, hadden als onderwerp uiteraard meestal met voedsel te maken.
Het meest gebruikelijke tafereel was het Laatste Avondmaal.
Een schilderij van het Laatste Avondmaal werd dan ook vaak een cenaculum genoemd naar de plaats waar het zich bevond.
Het werk van Da Vinci staat in het Italiaans bekend als Il Cenacolo, Cenacolo Vinciano of L'Ultima Cena.

[Replica 2] - Solari



In tegenstelling tot replica [1] is het bijsnijden niet gebeurd bij deze kopie op linnen door Andrea Solari, een volgeling van Da Vinci.
Naar verluidt schilderde hij onder toezicht van de meester zelf.
Da Vinci zou zelf het hoofd van Christus en van Johannes hebben geschilderd, omdat er geen onderliggende schets te zien is onder de verflaag.
Sedert 1545 is de abdij van Tongerlo in het bezit van deze ook getrouwe en volgens sommigen nog beter geslaagde replica van het origineel.

Evangelie volgens Johannes

Da Vinci baseerde zich bij de uitbeelding op een specifiek gedeelte tijdens de afscheidsmaaltijd die in het Evangelie volgens Johannes het meest uitgebreid beschreven wordt in de hoofdstukken 13 tot en met 17.
In Johannes 13, 21-26 voorspelt Christus dat een van de twaalf leerlingen hem zal overleveren aan de joodse autoriteiten, hetgeen bij hen onbegrip oproept.

De leerlingen keken elkaar niet begrijpend aan en vroegen zich af wie hij bedoelde.
Een van zijn leerlingen, zijn naaste tafelgenoot, rustte aan het hart van Jezus: het was de leerling van wie Jezus hield.
Simon Petrus wenkte hem dat hij moest vragen wie hij toch kon bedoelen.
Hij keerde zich toen vertrouwelijk naar Jezus toe en vroeg: 'Wie is het, Heer?'
Jezus antwoordde: 'Degene voor wie ik dit stuk brood ga indopen een aan wie ik het dan zal geven.'
Toen doopte hij het stuk brood in en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot.

[Replica 3] - Birago



In een gravure die rond 1500 is gemaakt door Giovanni Pietro da Birago staat als een soort tekstballon de tekst:
Amen dico, quia unus vestrum me traditurus est, voorwaar zeg ik dat een van jullie mij zal verraden.
Deze tekst maakt duidelijk dat Christus' profetie van het verraad het moment is tijdens het Laatste Avondmaal dat, volgens Da Birago althans, wordt uitgebeeld.

Vernieuwend

Voorstellingen van het Laatste Avondmaal werden gezien als iconen.
Ze waren gebonden aan regels en dogma's.
Slaafs werden de merkwaardigste details eindeloos herhaald, zonder dat iemand ze waarschijnlijk begreep.
Een goed voorbeeld is de 'leerling van wie Jezus hield' die 'rustte aan het hart van Jezus.'
Strikt vertaald uit het Grieks luidt Johannes 13,23: Er was aangelegen, één uit de leerlingen van hem in de 'welving' van Jezus, die de Jezus beminde.
Bij een maaltijd lag men aan tafel, in haakse richting en rustend op de linkerzij, zodat de rechterhand vrijbleef om mee te eten.
Zo is het beter voor te stellen dat iemand aan de 'welving', de boezem of de kledingplooi, van een andere ligt, dan wanneer de disgenoten aan tafel zitten.

Da Vinci sluit aan bij de gangbare vormgeving zoals een tiental studietekeningen laten zien en beeldt de disgenoten niet liggend af.
Christus en de twaalf leerlingen zijn allen geplaatst aan één lange zijde van de tafel: vier groepen van drie, gelijkelijk naast Christus verdeeld.
Dat lijkt misschien vreemd en op internet circuleren ook allerlei grappen over dit gegeven.
Maar het is minder bijzonder wanneer we bedenken dat de eettafels in de kloosterrefter parallel aan de oost- en westmuur waren geplaatst en dat de monniken ook aan één zijde zaten met hun rug tegen de muur.

Op een aantal punten wijkt hij later af van die traditie tot dan toe:
- Het laatste avondmaal is niet uitsluitend een schouwspel van kalme reflectie, maar ook van opwinding en verbijstering.
- Judas is niet aan de andere lange zijde van de tafel geplaatst, maar zit temidden van zijn mede-apostelen.
- De beminde apostel ligt niet tegen Christus' boezem gevlijd.
- Zowel Christus als zijn leerlingen hebben géén traditoneel aureool of nimbus.
- Op tafel verschijnen naast de broodjes, het tafelgerei en halfvolle glazen wijn, drie grote opdienschalen.

De schildering combineerde oorspronkelijk intense en subtiele kleuren, stormachtige beweging met serene rust, symboliek met vertelling.
Het Laatste Avondmaal bevatte meer levensechte details dan ooit op een plat vlak was vertoond.
Da Vinci schilderde een mijlpaal in de kunst en markeerde daarmee een nieuwe periode in de kunstgeschiedenis.

Onaf

Vasari beschrijft het Laatste Avondmaal als bellissima e maravigliosa, waarin de hoofden van de apostelen zijn weergegeven met zoveel majesteit en schoonheid dat Da Vinci besloot het hoofd van Christus onvoltooid te laten, omdat hij zichzelf niet in staat achtte diens gelaat goddelijk af te beelden.
Ook het hoofd van Judas ontbrak in eerste instantie, omdat Da Vinci niet goed wist hoe hij de gelaatstrekken moest weergegeven van de man 'die na zoveel zegeningen te hebben ontvangen, de euvele moed had gehad ervoor te kiezen de verrader te zijn van zijn Heer en van de Schepper van de wereld.'
Omdat de prior van het klooster hem op een heel vervelende manier aanspoorde het werk toch snel af te maken, koos Da Vinci ervoor Judas het gezicht van die prior te geven, aldus Vasari, die daarna nog herhaalt dat het gezicht van Christus imperfetta, onvoltooid bleef.
Wie dat vervolgens dan wel heeft voltooid, schrijft Vasari niet.

[Replica 4] - Anonieme fresco



Rond 1807 werd in de Sant' Ambrosio te Ponte Capriasca (CH) een anonieme kopie in fresco uit de 16e eeuw ontdekt.
Op een fries eronder zijn de namen van alle uitgebeelde personen zorgvuldig aangegeven.

Identificatie apostelen

Tot ongeveer het begin van de 14e eeuw identificeerden schilders heiligen op hun werken door hun namen er behulpzaam bij te schrijven.
Daarna werd het goed gebruik om ze te illustreren met kenmerkende attributen.
Schilders van het Laatste Avondmaal lieten dit meestal achterwege, omdat het pictorale effect erdoor minder werd.
Niettemin was een aantal apostelen te herkennen aan de hand van hun uiterlijk of verrichte handeling.
Vrijwel iedereen accepteert de identificatie op de fries van replica [4], het Ponte Capriasca-fresco, hoewel er rond één figuur controverse is.
Zie menu 'De (twaalf) apostelen')

Eerste groep

In de eerste groep links zien we Bartolomeüs, Jakobus Minor en Andreas.
Zij reageren verrast op Christus' uitspraak.

Bartolomeüs is opgestaan en geeft, met beide handen plat op tafel, blijk van zijn verontwaardiging.
Zijn gezicht is mogelijk dat van Da Vinci zelf of van Bramante.
Het Laatste Avondmaal bevat mogelijk nog meer zelfportretten van Da Vinci.

Jakobus raakt de schouder van Petrus aan en Andreas heft zijn handen.
De gezichten van Petrus en Andreas lijken op elkaar, niet verwonderlijk: het zijn broers.

De naam Jakobus is de verlatinisering van de naam van de derde aarstvader Jakob.
Veel joodse jongetjes zijn naar hem vernoemd.

Tweede groep

In de tweede groep bevinden zich Judas, Petrus en Johannes.
Judas zit in de schaduw en houdt als beheerder van de kas de geldzak vast.
Een zoutvaatje bij zijn rechterarm is omgevallen.
Veelzeggend is het dat Da Vinci voor de blauwe mantel van Judas geen ultramarijn gebruikte, maar het dertig keer goedkopere azuriet.

Petrus heeft het mes al in zijn hand, waarmee hij diezelfde avond nog het oor van Malchus, de knecht van de hogepriester, zal afslaan (Johannes 18,10).
Merk op dat dit mes met de punt naar Bartolomeüs wijst, de apostel die gewoonlijk met een mes wordt afgebeeld, omdat hij werd gevild.
Petrus wordt op zijn schouder getikt door Jakobus Minor en legt op zijn beurt een hand op de schouder van de derde figuur.

Over deze derde figuur, die ingetogen zijn handen gevouwen houdt, wordt ook wel eens beweerd dat het Maria Magdalena zou zijn.
Dit druist in tegen elke traditie én het fresco-onderschrift van Ponte Capriasca.

Johannes, vaak vereenzelvigd met de door Christus 'beminde leerling' uit het Evangelie volgens Johannes, wordt traditioneel feminien afgebeeld: baardloos en met lange haren, slapend aan de borst van Christus.
Heeft het ontbreken van dit laatste element de Maria-Magdalena-hypothese in gang gezet?
Er zijn voorbeelden van uitbeeldingen van Het Laatste Avondmaal waarbij ook Maria Magdalena aanwezig is, maar altijd als extra personage, nooit in plaats van Johannes.

Da Vinci verhulde in zijn schilderijen vaker het verschil tussen de seksen en verbeeldde graag angelieke en hypnotiserende androgyne figuren.
Het behoeft geen betoog dat Da Vinci hier het moment uitbeeldde dat Johannes werd gewenkt door Petrus en dat hij moest vragen wie hij toch kon bedoelen.

Christus in hiëratisch perspectief

Da Vinci sloeg een spijker in de muur op het punt waar alle lijnen bijeen zouden moeten komen: het gezicht van Christus.
Er is nog steeds een klein gaatje zichtbaar in de rechterslaap van Christus, een (on)bedoelde verwijzing naar zijn doornenkroon?
Zo'n bij uitstek heilig centraal verdwijnpunt wordt wel het katholieke verdwijnpunt genoemd.
Ook op een andere manier valt Christus op: hij is duidelijk groter dan de meeste apostelen.
Hij is zittend net zo lang als Bartolomeüs geheel links, hoewel die staat.
Figuren worden groter afgebeeld naarmate hun theologisch belang.

In de notitieboeken van Da Vinci staan namen van verschillende personen die hij als mogelijk model voor de Christusfiguur beschouwde.
Allen eminente Milanese burgers!

Geïsoleerd van zijn leerlingen, ook vanwege de rust die hij uitstraalt en het feit dat Johannes van zijn borst wijkt richting Petrus, heeft Christus de wiskundige vorm van een gelijkzijdige driehoek doordat hij zijn handen naar voren steekt.

Deze handen zijn een essentieel onderdeel van de compositie.
Zijn rechterhand én de linkerhand van Judas reiken naar dezelfde schaal.
Dit verwijst naar de vraag van Johannes wie is het, Heer?, waarop Christus antwoordt: degene voor wie ik dit stuk brood ga indopen en aan wie ik het dan zal geven.
Christus' hand reikt tevens naar het wijnglas dat voor hem staat: twee kootjes van zijn pink en het puntje van zijn ringvinger zijn door het transparante wijnglas heen te zien.
Zijn linkerhand wijst naar het brood dat vlak voor hem ligt.
Christus kijkt naar dit brood en de blik van de kijker wordt ook hiernaar getrokken.
De monniken kwamen door een deur in de oostelijke muur de refter binnen.
Hun blik werd dus onmiddellijk gericht op het brood bij de linkerhand van Christus die is geopend in een offergebaar in de richting van de toegangsdeur.
Als hoeders van de kerkelijke leer was de doctrine van de transsubstantiatie voor de dominicanen van enorm belang: het lichaam en bloed van Christus zijn waarlijk aanwezig in de vorm van brood en wijn (Vierde Lateraans Concilie 1215).

Christus' gelaat steekt af tegen de hemelse achtergrond door het venster.
Het venster wordt hierdoor een aureool.

Het moge duidelijk zijn dat Da Vinci zijn Laatste Avondmaal niet heeft geschilderd voor kunsthistorici en toeristen uit ons seculiere tijdperk, maar voor dominicanen die het offer van Christus op rituele wijze herdachten door de viering van de eucharistie.

Derde groep

De derde groep leerlingen bestaat uit Tomas, Jakobus Maior en Filippus.
Ontzet is de laatste opgesprongen van tafel terwijl hij met zijn handen zijn borst raakt, waarmee hij lijkt te vragen of hij de boosdoener is.
Jakobus houdt zijn handen wijd gespreid.
Zijn gezicht lijkt op dat van Johannes en terecht, want het zijn broers.
Maar hij lijkt ook op Jezus.
Zou Da Vinci Jakobus #3 op het oog hebben gehad?
Tomas verlaat zijn plaats aan tafel en duikt op achter Jakobus.
Hij steekt zijn vinger op, vaak een raadselachtig gebaar, maar niet bij Tomas!
Als er één apostel is, die met een vinger zal worden geassocieerd, dan is het de 'ongelovige' Tomas, die pas zal geloven dat Christus is verrezen als hij de gaten van de spijkers voelt met zijn vingers (Johannes 20,25).

Vierde groep

De laatste groep bestaat uit Matteüs, Taddeüs en Simon.
Het lijkt alsof ze onderling overleggen wie Christus nu bedoelt.
Taddeüs houdt zijn rechterhand gebogen omhoog, de duim uitgestrekt.
Wijst hij beschuldigend naar iemand?
Zijn linkerhand rust nogal ongemakkelijk op tafel.

Sprekende handen

De handgebaren van de personages op het Laatste Avondmaal maken duidelijk wat wij als Italiaanse eigenschap zijn gaan beschouwen: spreken met je handen.
Kijkend naar het schilderij voel je je als een dove die een emotioneel tafelgesprek moet duiden.
In het gebarenspel moet dat gesprek duidelijk worden.

Een eenvoudig handgebaar lijkt te worden gemaakt door Johannes: mani in pettine, kamhanden, de vingers ineengestrengeld.
Maar wat betekent het? Bidt Johannes? Drukt hij smart en treurnis uit?

Is Petrus' hand met het mes een mano in fianco, een hand in zijn zij, het gebaar van verontwaardiging?

Da Vinci staat bekend als misschien wel de beroemdste mancino, linkshandige, ter wereld.
Hij schildert Judas ook als mancino door hem met zijn linkerhand naar het brood te laten reiken.
Links heeft altijd een negatieve connotatie.
In het Latijnse woord ervoor, sinister, is dat ook in onze taal terug te vinden.

Eten en drinken

De meeste schilders uit de middeleeuwen en renaissance stelden het Laatste Avondmaal voor als een eenvoudige maaltijd.
Dat was niet alleen in overeenstemming met de karige details hierover in de Evangelies, maar ook met de praktijk van de magere kost in de kloosterrefters.
Bovendien waren zij nauwelijks geïnteresseerd in gastronomische details.
Brood en wijn zijn van groot belang.
Wijn is rood en dat schilderde iedereen altijd goed.
Maar de wijnglazen en bolle kadetjes van Da Vinci zijn anachronistisch.

Da Vinci schilderde ook opdienschalen en bordjes.
- De schaal voor Christus is leeg op een stuk fruit (granaatappel?) na.
- De schaal voor Andreas bevat acht of negen vissen.
- De schaal voor Matteüs is door verfverlies niet meer te determineren.
- Op een aantal kleine bordjes treffen we stukken aal of haring aan gegarneerd met schijfjes sinaasappel.

Dit laatste gerecht is bijzonder, want aal was een delicatesse die eerder thuishoorde op een hofbanket dan in een kloosterrefter.
Paling in het Italiaans is aringa en wordt hetzelfde uitgesproken als een ander Italiaans woord: arringa dat indoctrinatie betekent.
Maar het zouden ook haringen kunnen zijn, in het Italiaans: renga, een woordje dat ook de betekenis heeft: hij die de religie ontkent.
De geschriften van Da Vinci ademen een vorm van antiklerikalisme, een afkeer van sommige elementen van de georganiseerde religie, met name monniken.
Zijn de vissen een stil verzet van Da Vinci tegen de Kerk?

Bestek ontbreekt op een paar broodmessen en het mes van Petrus na.
In de tijd van Da Vinci at men met de vingers.

Symboliek

Da Vinci's Laatste Avondmaal blijft de gemoederen bezighouden.
Het werk intrigeert en biedt ruimte voor de meest vreemde interpretaties.
In 2003 kwam het weer helemaal in het middelpunt van de belangstelling te staan toen Dan Brown in zijn roman De Da Vinci Code stelde dat de discipel aan de rechterhand van Christus in werkelijkheid een vrouw is.
En niet zomaar een vrouw: Maria Magdalena, echtgenote van Christus.
Ook wetenschappers opperen dat er een geheime boodschap in het werk verstopt zou kunnen zitten.
Gebruikt Da Vinci het motief van het door Judas gemorste zout, zoals wij dat ook interpreteren, of zit er meer onder verborgen?
Waren de decoraties op de geschilderde wandtapijten oorspronkelijk knopen (Italiaans: vinci) en de 'handtekening' van Leonardo?

Over de Cenacolo Vinciano zijn veel vragen nog te beantwoorden en zal het laatste woord wel nooit gezegd worden.
- Leonardo da Vinci (1452-1519)
Cenacolo Vinciano (1495-98)
Tempera op muur, 460 x 880 cm
Milaan - Santa Maria delle Grazie

- Giovanni Pietro Rizzoli (Giampietrino) (actief van 1495–1549)
L'Ultima Cena (1515-20)
Olieverf op doek, 302 x 785 cm
Londen - Royal Academy of Arts

- Andrea Solari (1460-1524)
L'Ultima Cena (1506-07)
Olieverf op doek, 424 x 802 cm
Tongerlo - Onze-Lieve-Vrouwabdij

- Giovanni Pietro da Birago
L'Ultima Cena (circa 1500)
Gravure, 21,3 x 44 cm
New York - MET

- Anoniem
L'Ultima Cena (16e eeuw)
Fresco
Ponte Capriasca - Sant' Ambrosio