Paul Verheijen

ICONEN

Spiritueel - Theotokos - Vensters - Werkwijze - Schilders - Deësis - Pantokrator - Iconostase

Spiritueel

Een icoon, afgeleid van het Griekse eikoon, beeld, is een afbeelding van Christus, heiligen of hoogfeesten.
In hedendaags spraakgebruik wordt icoon ook gebezigd voor een representatief symbool, een rolmodel of in de computerwereld voor een grafisch symbool, ook wel pictogram genoemd en in het Engelse icon.
De voorkeursspelling is volgens Van Dale icoon boven ikoon.

Iconen behoren tot het oosters-orthodoxe christendom en zijn onlosmakelijk verbonden met het kerkelijke en spirituele leven van deze kerken en hun gelovigen.
In principe zijn iconen geschilderd op een houten paneel.

Theotokos

Een speciale categorie vormen de ontelbare Theotokos-iconen van Maria. In het Oosters christendom worden er zelfs speciale liturgische feestdagen aan gewijd. Het Griekse Theotokos betekent letterlijk 'God-barende'. Deze titel drukt uit dat Maria niet enkel de moeder van Jezus van Nazaret was, maar tevens de moeder van God. De term wordt voornamelijk gebruikt in het Oosters christendom. In het Westers christendom spreekt men eerder van de 'Moeder Gods'.
Het moederschap van Maria wordt in de Katholieke Kerk elk jaar gevierd op 1 januari.

Het Theotokos-icoon werd in verband gebracht met de evangelist Lucas die Maria geschilderd zou hebben.

Drie belangrijke groepen Theotokos-iconen zijn:
  • Hodegetria
    Grieks voor 'zij die de weg wijst'. Moeder en Kind zijn frontaal voorgesteld en kijken elkaar niet aan. Het Kind zit rechtop in haar arm en maakt met de rechterhand een zegengebaar en houdt in de linker een gesloten boekrol. De Moeder wijst met haar vrije hand naar het Kind en toont de mensen zo de weg naar Hem, zoals het Kind ook zelf 'De Weg' is (Johannes 14:6). Haar kleren zijn blauw en rood. Deze kleuren symboliseren hemel en aarde. Op haar schouders en hoofd heeft zij veelal drie gouden sterren: deze symboliseren haar maagdelijkheid vóór, tijdens en na de geboorte van Christus.
  • Eleousa
    Grieks voor 'erbarmen'. Onder invloed waarschijnlijk van westerse Madonna met Kind-afbeeldingen maakte men de Hodegetria-iconen minder statisch. Er is nu een innige relatie tussen Moeder en Kind. Het Kind vlijt bijvoorbeeld zijn wang tegen die van zijn Moeder, of legt zijn arm om haar hals en schouder, of houdt haar handen vast.
    Een voorbeeld hiervan is de icoon Moeder van altijddurende bijstand.
  • Platytera
    Grieks 'groter dan'. De Moeder wordt staande afgebeeld als orante, een gebedshouding met de armen opgeheven en de handen geopend. De oorsprong van Maria's handgebaar ligt bij de oud-Griekse godsdienst: door zijn (gewassen) handpalmen te tonen, bewijst de biddende gelovige dat hij waardig is om voor de godheid te verschijnen. Zo ook toont de Maagd Maria dat zij zuiver genoeg is om God te ontvangen. Hoofdkenmerk van dit type icoon is het Kind als Christus Immanuel in een clipeus, een rond schild, voor de borst van de Moeder.
    Dit type icoon wordt ook wel Panagia, 'Alheilige' of 'Moeder Gods van het Teken' genoemd.
Van elk type zijn talloze varianten onder een eigen naam bekend.

Vensters

Iconen worden wel beschouwd als een heel aparte wereld. Zij scheppen een mysterieuze band tussen de aardse wereld en de wereld van het onzichtbare. Ze zijn als vensters waardoor men schouwt naar het goddelijke en lijken daardoor eeuwigheidswaarde te hebben.
Lang heeft men in het westen iconen gezien als eindeloos herhaalde, van elke creativiteit ontblote bidprenten of als folklore van godsdienstigheid. De kunstgeschiedenis besteedde er geen aandacht aan. Pas sinds het begin van de 20ste eeuw is er sprake van een ontdekking van iconen. Velen zijn er al dan niet op vakantie mee in contact gekomen bijvoorbeeld in Griekenland, Rusland of de Baltische landen. Men kwam met een of meer 'oude' iconen thuis niet wetend dat iconen van vóór 1850 in de meeste van die landen niet uitgevoerd mochten worden.
De belangstelling voor iconen steeg. Er werden zelfs musea voor iconen geopend, zoals in Recklinghausen (1956), Frankfurt am Main (1987) en Kampen (1994) of exposities georganiseerd.
Raadpleeg verder de pagina over actuele exposities.

Werkwijze

Bij het schilderen op een paneel dient rekening gehouden te worden met bepaalde regels die de bedoeling hebben voor zuiverheid en uniformiteit te zorgen en niet af te wijken van de leerstellingen van de Kerk. Het schilderen van iconen is binnen de oosters-orthodoxe kerk een werk waarvoor Gods zegen gevraagd wordt.
Het proces van schilderen verloopt volgens een vast stappemnplan.
  • Het klaarmaken van het paneel
  • Het insmeren van de plank met een lijmoplossing
  • Het aanbrengen van een mengsel van krijt, lijm en water in een vastgestelde verhouding
  • De voortekening met een penseeltje in oker
  • Het schilderen met eigeel of andere minerale, natuurlijke, organische verven (vanaf eind 18e eeuw ook olieverf)

Schilders

Iconenschilders beschouwden zich als een instrument van het hogere, een medium tussen hemel en aarde. Daarom zijn iconen zelden gesigneerd en zijn er relatief weinig namen van iconenschilders bekend. De iconenschilder is slechts een instrument in de hand van God.
Pas in de 16e eeuw, toen de vraag naar iconen groot werd en ook veel lekenschilders zich toelegden op het vervaardigen van iconen, werden de artistieke talenten van een schilder belangrijker en werden iconen, net zoals in de westerse kunst, soms gesigneerd en gedateerd. Op de achterzijde werd dan gezet: dia cheiros ..., (door de hand van …) gevolgd door de naam. Zo ligt de nadruk op het Goddelijke, de oorsprong van de icoon.

Hier een selctie van enkele iconenschilders met naam bekend:
  • Andrei Rubljev
    Deze Russische monnik en schilder uit de 15e eeuw, wordt beschouwd als een van de grootste iconenschilders aller tijden. Zijn meest bekende werk is de Drievuldigheidsicoon.
  • Theophanes de Griek (Feofan Grek)
    Een icoonschilder uit de 14e eeuw, Theophanes was actief in de Byzantijnse periode en zijn werken worden nog steeds bewonderd vanwege hun expressiviteit en vakmanschap.
  • Domenikos Theotokopoulos
    Beter bekend als El Greco.
  • Andrei Tarkovsky
    Hoewel hij vooral bekend is als een filmregisseur, was Tarkovsky ook een getalenteerd schilder van iconen. Zijn werk weerspiegelt zijn diepe spirituele en religieuze overtuigingen.
Ook heden ten dage zijn er iconenschilders actief, ook in Nederland. De Stichting Eikonikon beoogt mensen die geïnteresseerd zijn in iconen en icoonschilderen met elkaar in contact te brengen. Eikonikon verstrekt informatie over iconen in het gelijknamig tijdschrift (sinds 1987) en publiceert het Lexikon Eikonikon, een actuele agenda en overzicht van schildercursussen.

Deësis

Een deësis (Grieks voor gebed, smeekbede of aanbidding) toont een frontale Christus op een troon als de ultieme rechter. Hij houdt een boek, open of gesloten, in de linkerhand met vaak het citaat Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast bent, en Ik zal u verkwikken (Matteüs 11:28).
Rechts van hem staat Maria, zijn moeder en aan zijn linkerzijde staat Johannes de Voorloper/de Doper. Beiden staan in de voorspraakhouding: in profiel afgebeeld, lichtjes voorover gebogen en met hun armen en handen in een smekend gebaar. De vorm met drie figuren noemt men de kleine deësis.
Bij de zogenaamde Engelen-Deësis zijn Maria en Johannes vervangen door Gabriël en Michaël.
Een uitgebreide of grote deësis ontstaat door meer voorsprekers toe te voegen.
Uit deze voorstelling ontwikkelden zich afbeeldingen die zich vooral richten op de Christusfiguur.
Afbeelding: Deësis (1550-80 Rovne, tempera op paneel, 111 x 140 cm)

Pantokrator

Christus wordt als Pantokrator (Grieks voor al-be-heerser), ten halve lijve frontaal weergegeven. Zijn kleren zijn blauw en rood. Deze kleuren symboliseren zijn goddelijke en menselijke natuur.
Hij heeft een open of gesloten evangelieboek in de linkerhand. Op de hier afgebeelde icoon staat de Russische tekst van Matteüs 11:28: Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven.
Met de rechterhand maakt hij een zegenend of vermanend gebaar. De pink en de ringvinger raken de duim, de wijsvinger en de middelvinger zijn licht gekromd in een V. Dit wordt ook het gebaar van de leraar genoemd. De twee gestrekte vingers duiden op het mysterie dat Christus zowel God als mens is. De drie gebogen vingers verwijzen naar de Drie-eenheid.
In zijn aureool staan dikwijls de letters Ο ΩΝ ('de zijnde' of 'Hij, die Is'), naar de eigennaam waarmee God zich aan Mozes kenbaar maakte in de brandende braamstruik (Exodus 3:14). Ook de afkorting ΙϹ ΧϹ van het Griekse Iesous Christos wordt veelvuldig aangebracht.
Zijn gezicht wordt gekenmerkt door strenge blik, lange neus, smalle mond, dunne baard en volle haardos die vanuit een scheiding in het midden in lokken of gevlochten over de rechterschouder hangt.

In de westerse kerk evolueerde deze voorstelling tot de Majestas Domini: Christus als rechter bij het laatste oordeel. Ze toont wel overeenkomsten met de kleine deësis wat betreft de afgebeelde personen, hoewel de typische voorspraakhouding zelden voorkomt en Christus ook vaak alleen of in gezelschap van de aartsengel Michaël wordt afgebeeld, die dan de zielen weegt. Meestal worden ook de verdoemden en de rechtvaardigen afgebeeld.
Afbeelding: Christus Pantokrator (1850-1900 Uden - Krona (depot), tempera op doek en paneel, 50 x 41 cm)

Iconostase en Dodekaortion

In oosterse kerken is de iconostase een wand met iconen die de altaarruimte (zinnebeeld van het heilige) scheidt van het schip (symbool van het aardse). Als het betaald kan worden bestaat de wand uit vijf registers met iconen die de heilsgeschiedenis verbeelden volgens een vaste, hiërarchische ordening. In het algemeen is dit schema van onder naar boven:
  • Iconen aan weerszijden van de Koninklijke Deur
  • Deësis-iconen
  • Dodekaortion-iconen
  • Profeten-iconen
  • Aartsvader-iconen
De iconen van de Dodekaortion (Grieks voor '12 feestdagen') representeren de twaalf liturgische hoofdfeesten van de oosterse kerken: Bij speciale gelegenheden worden er andere feesten aan toegevoegd als:
2016 Paul Verheijen / Nijmegen