Paul Verheijen

JEANNE D'ARC

Jean-Auguste-Dominique Ingres

Johanna van Arc

La Pucelle, de maagd, van Orléans' zoals ze genoemd werd, werd op 6 februari 1412 te Domrémy (nu Domrémy-la-Pucelle geheten) geboren.
Haar ouders waren de vrome, in politiek geïnteresseerde en welgestelde boer Jacques d'Arc en Isabella De Vouthon-Romée.
Jeanne hoorde in haar jeugd Jeanne geregeld drie geheimzinnige stemmen, die zij toeschreef aan de aartsengel Michael, Catharina en Margareta die - gelijk feeën uit oude volksverhalen - verschenen in maagdelijk wit.
Aanvankelijk waren de boodschappen van de 'stemmen' persoonlijk en oppervlakkig, maar na verloop van tijd spoorden de drie heiligen haar aan Frankrijk van de Engelse bezetting te bevrijden (Honderdjarige Oorlog) en Karel VII te kronen als rechtmatige koning van Frankrijk.
Haar ouders verklaarden haar voor gek, maar in januari 1429 trok zij in mannenkleren via Vaucouleurs en Chinon, waar zij de kroonprins Karel trof, met deze naar Poitiers, waar theologen haar ondervroegen.
In mei ontzette zij met een leger Orléans en in juni had zij het gebied rond de Loire vrij van Engelsen.
Karel VII werd vervolgens op 17 juli te Reims gekroond.
Op 23 mei 1430 arresteerden Bourgondiers Jeanne bij Compiègne en verkochten haar aan de Engelsen.
Zij werd te Rouen gevangen gezet.
De bisschop van die stad leidde in 1431 tegen de 19-jarige maagd een schijnproces, dat met vervalste uitspraken en een gedwongen bekentenis uitliep op een veroordeling wegens ketterij en hekserij, op haar excommunicatie en de brandstapel, 30 mei van dat jaar.
Jeanne hield haar ogen gericht op de crucifix die haar biechtvader haar op haar verzoek op ooghoogte voorhield.
Stervend boog zij het hoofd en riep met luide stem 'Jesu!'.
De Engelsen verstrooiden haar as in de Seine.

Paus Calixtus III herriep 25 jaar later het proces en rehabiliteerde Jeanne d'Arc.
Men ging haar vergelijken met Debora, Judit, Ester en Maria.
In 1909 werd ze zalig verklaard en elf jaar later heilig en werd aldus een van de weinige heiligen die een oorlog voerden.

Na Maria werd zij (met Martinus van Tours) tweede patrones van Frankrijk.
Zij werd met name in de moderne tijd meer dan eens misbruikt voor politieke doeleinden.
Het lijdt bijvoorbeeld nauwelijks twijfel dat haar heiligverklaring in 1920, niet los te denken is van kerkelijke steun aan restauratief, Frans chauvinisme, dat tegelijk een politieke dankbetuiging was van paus Benedictus XV en het Vaticaan voor het recente herstel van de betrekkingen van Frankrijk met de pauselijke staat.
In het begin van deze eeuw werden telegrafie en radio (vanwege de geheimzinnige stemmen) onder haar bescherming geplaatst.
Jeannes feestdag is 30 mei (in Frankrijk op de zondag na hemelvaart).

De persoon Jeanne d'Arc wordt gekenmerkt door twee fikse tegenstrijdigheden: door de kerk werd ze veroordeeld tot de brandstapel, maar ook heiligverklaard en ze werd patrones van Frankrijk, terwijl ze was geboren in het Duitse Lotharingen.
Een wonderbaarlijke vrouw dus.

Troubadour-stijl

De Style Troubadour is de enigszins spottende term voor de Franse historische schilderkunst van de eerste helft van de 19e eeuw met geïdealiseerde afbeeldingen van de middeleeuwen en de renaissance. Dit werk van Jean-Auguste-Dominique Ingre combineert deze troubadour-stijl met die van zijn leraar Jacques-Louis David.
Ingres begon met een naaktmodel en voegde daarna pas de vrouwenkleren toe opvallend gecombineerd met het harnas.
Het schilderij werd gemaakt in opdracht van de directeur van de Academie des Belles Artes in Orléans ter herdenking van Jeanne d'Arc.
Het toont Jeanne bij de kroning van Karel VII van Frankrijk in de kathedraal van Reims, zegevierend en opkijkend naar de hemel, die volgens haar Frankrijk de overwinning had bezorgd.
Ze is als heldenmeisje afgebeeld en als volmaakte ridder, toonbeeld van ridderschap, waarbij alle ridders uit de middeleeuwen verbleken.

Rechts van haar staan ​​drie pages, de monnik Jean Paquerel en een bediende.
De dienaar is een zelfportret van de kunstenaar.
Jean-Auguste-Dominique Ingres (1780-1867)
Jeanne d'Arc au sacre du roi Charles VII (1854)
Olieverf op doek, 240 x 178 cm
Parijs - Louvre