Paul Verheijen

DE VIER EVANGELISTEN

Tetrade

In vrijwel elk zichzelf respecterend kerkgebouw vind je wel ergens afbeeldingen van de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes.
Hun evangelies werden - niet zonder strijd en gekonkel - verkozen tot canoniek, de resterende evangelies werden afgeserveerd als apokrief.
De voorliefde voor het getal vier heeft daarbij zeker een rol gespeeld.
Wij verdelen ook met liefde en plezier vele zaken in vieren of kwart(ier)en: seizoenen, elementen, windrichtingen, kwartalen, maanstanden, enzovoort.

Zoals bij vrijwel alle heiligen het geval is zijn de vier evangelisten te herkennen aan een attribuut, of (om het simpel te houden) aan de bij de afbeelding vermelde naam.
Niemand weet immers hoe zij er hebben uitgezien.
De toekenning van de attributen is terug te voeren tot een bekend omvormingsproces: geef iets ouds een nieuwe betekenis.

Volgens oude oosterse symbolen stelde de tetrade mens, leeuw, rund en arend de vier hoeders van de aarde voor of de vier steunberen van de hemel.
De mens wordt gezien als de kroon van alle levende wezens, de leeuw als de koning van alle wilde dieren, het rund als de grootste van alle tamme dieren en de arend tenslotte als heer en meester van alle vogels.
Het is bovendien waarschijnlijk dat het hier gaat om vier tekens van de dierenriem: Leo, Taurus, Scorpio (die in sommige oude overleveringen wordt opgevat als een arend die zijn vleugels verbrandde in het zonnevuur en in de oceaan viel) en een van de 'mens'-sterrenbeelden Sagittarius, Aquarius, Gemini of Virgo.

De Babyloniërs vereerden vele goden die vaak therianthropisch werden afgebeeld met een leeuwenkop, een runderkop of arendskop.
Toen de joodse profeet Ezechiël rond 600 voor Christus in Babylon in ballingschap verbleef, moet hij ongetwijfeld beelden hiervan gezien hebben.
In het bijbelboek dat zijn naam draagt, begint hij met een beschrijving van een visioen dat hij had.
In wolken zag hij gestalten die leken op levende wezens met vier gezichten:
van voren leek het gezicht op een mens, rechts op een leeuw, links op een stier en van achteren op een arend.

Ruim zeven eeuwen later schreef de evangelist Johannes op het eiland Patmos zijn geschrift Apokalyps dat nu het laatste boek van de bijbel vormt.
Ook hij leefde in ballingschap, kende vrijwel zeker het werk van Ezechiël en had visioenen.
In hoofdstuk 4 schrijft hij dat hij om de troon van God vier dieren zag die leken op een leeuw, een jonge stier, een mens en een arend in zijn vlucht.

Afzonderlijk

Kerkvaders

Vanaf de tweede helft van de tweede eeuw verbonden enkele kerkvaders deze 'vier gestalten' (Grieks : tetramorf) met de vier stadia van Jezus' leven: geboorte (mens), opoffering (rund), verrijzenis (leeuw) en hemelvaart (arend), vervolgens met de vier evangelies en tenslotte met de evangelisten zelf.
Opmerkelijk is dat zij daarin niet eensluidend waren, zoals onderstaande tabel laat zien.

De kunst van het Westerse Christendom volgde de opvatting van Hiëronymus die ook een tamelijk vergezocht verband met het begin van elk evangelie legde.
De kunst van het Grieks-Orthodoxe Christendom hield zich daarentegen aan de toekenning van Irenaeus van Lyon (±130-202), een belangwekkende christelijke schrijver en volgens een latere legende ook martelaar*.
De leeuw en de evangelist Marcus blijken bij de kerkvaders multi-inzetbaar te zijn, zoals onderstaand schema laat zien.
* Het Roomse Martelaarsboek herdenkt hem op 28 juni als volgt: Te Lyon in Frankrijk de heilige bisschop Irenaeus, martelaar. Hij was (zoals de heilige Hiëronymus schrijft) een leerling van de heilige bisschop Polycarpus van Smyrna en leefde kort na de tijden der apostelen. Nadat hij in woord en geschrift zeer veel tegen de ketters had gestreden, werd hij tijdens de vervolging van Severus met bijna al het volk van zijn stad met de heerlijkste martelaarskroon versierd.

SCHEMA

mens leeuw stier adelaar

Irenaeus

MatteüsJohannesLucasMarcus

Athanasius

MatteüsLucasMarcusJohannes

Augustinus

MarcusMatteüsLucasJohannes

Hiëronymus

MatteüsMarcusLucasJohannes

Diatesseron

In tijden dat aan de ‘eigenheid’ van elk evangelie minder belang werd gehecht dan binnen de hedendaagse exegese was een diatesseron niet ongebruikelijk.
Letterlijk ‘door de vier heen’ betekenend is diatesseron de benaming voor een harmonisatie van de vier evangeliën.
Zo'n evangelieharmonisatie kennen wij al vanaf middeleeuwse passiespelen en lezen we in bijvoorbeeld kinderbijbels.
‘Gaten’ in een van de evangeliën worden aangevuld met teksten uit de andere drie en tegenstrijdigheden worden weggepoetst.
Soms worden daarin zelfs karakters toegevoegd die in de evangeliën niet voorkomen.
Zeer geliefd was een geschrift van Luthers vriend Johann Bugenhagen (1485-1558) Historia des lydendes unde upstandige unses Heren Jesu Christi uth den veer Euangelisten, een collage van teksten van de passieverhalen uit de vier evangeliën.